Middeleeuwen hoorcollege 5
De kerstening van West-Europa
Theodorik was de koning van de ostro-goten in Italië, hij had Odoacer afgezet. Hij
behield controle over zijn rijk, met administratie en legerorganisatie door de oude
Romeinse zaken te laten bestaan enige verandering was dat de regering nu een elite
toplaag van Ostro-goten was. Hij zorgde voor continuïteit na de val van het
Romeinse rijk, senaat en romeinse kennis blijft bestaan, hij werd het rolmodel voor
de barbaarse vorsten. Boëthius (5e eeuw) was een kind van een vooraanstaande
senatoriale familie ofwel de aristocratie, Boëthius was een conservatieve man hij
probeerde niet besmet te raken met het Barbaarse hof, dit lukt hem echter niet,
Theodorik vraagt hem hele tijd zijn diensten te verlenen , Boëthius kreeg van
Theodorik het consulschap als enige consul, uiteindelijk werd hij een magister
officiorum van Theodorik, de meester van alle diensten ofwel de hoogste ambtenaar
aan het hof. Ook was hij een geleerde die probeerde de werken van Aristoteles en
Plato probeert te vertalen naar het latijn dit lukte gedeeltelijk, hij had door dat de en
kennis snel achteruitging naar de val van het rijk, hij was druk bezig met onderwijs en
hij bedacht ook de indeling in schoolvakken in Trivium grammatica, retorica en
logica, dit was opbouwend in moeilijkheid, eerst grammatica dus hoe werken de
regels en dan retorica en vervolgens logica, was een soort van niveauopbouw.
Quadrivium geometrie, astronomie, muziek en wiskunde. Quadrivium was
opgebouwd volgens de goddelijke harmonie, in al deze vakken zat de harmonie die
door god gecreëerd was Harmonie van vorm, geluid, ruimte en getallen.
Boëthius is het meest bekend over de vertroosting van de filosofie, want helaas
kreeg Boëthius te maken met list en bedrog, hij wordt verraden en geframed aan het
hof van Theodorik wordt vals beschuldigd van hoogverraad Hij wordt vastgezet en
vermoord, tijdens zijn vastzetting schijft hij een enorm boek waarin hij schrijft dat hij
op het moment dat hij alles verloren heeft nog getroost wordt door vrouwe filosofia.
Je eigen waarden en deugden waren het belangrijkst en dit raak je nooit kwijt, je
raakte nooit kwijt wat erin je zat, dit waren meer religieuze overwegingen dan
filosofie, is meer een christelijke filosofie. Hij vertelde een religieus verhaal zonder
God te noemen, hij benoemt de filosofie. Daarmee zorgt hij ervoor dat antieke
concepten zoals filosofie ingevoerd kunnen worden in het christendom hij opent d
emoelijkheden om antieke filosofie binnen het christendom als argument te
gebruiken, dankzij hem ging deze filosofie dus niet verloren.
Na Boëthius kwam Cassiodorus ook uit een senatoriale familie, kreeg dezelfde
functie als Boëthius had gehad maar hij was erg pragmatisch en hij probeerde alle
voordelen uit hof van de Ostro-Goten te halen. Hij schreef veel brieven genaamd
Variae die wij als bronnen gebruiken ook schreef hij de institutiones divinarum et
saecularouim litterarum waarin hij alle teksten ging indelen en kijken wat er wel en
niet door christelijken gelezen mocht worden, dit klinkt als strenge censuur maar was
het niet hij zorgt er juist voor dat er heel veel boeken geaccepteerd worden die
eigenlijk helemaal niet christelijk zijn maar door hem worden ze toegestaan zoals bv.
het werk van Vergilius. Ook schreef hij een boek over de oorsprong van de Goten, dit
boek zelf is helaas verloren.
De kerstening van West-Europa
Theodorik was de koning van de ostro-goten in Italië, hij had Odoacer afgezet. Hij
behield controle over zijn rijk, met administratie en legerorganisatie door de oude
Romeinse zaken te laten bestaan enige verandering was dat de regering nu een elite
toplaag van Ostro-goten was. Hij zorgde voor continuïteit na de val van het
Romeinse rijk, senaat en romeinse kennis blijft bestaan, hij werd het rolmodel voor
de barbaarse vorsten. Boëthius (5e eeuw) was een kind van een vooraanstaande
senatoriale familie ofwel de aristocratie, Boëthius was een conservatieve man hij
probeerde niet besmet te raken met het Barbaarse hof, dit lukt hem echter niet,
Theodorik vraagt hem hele tijd zijn diensten te verlenen , Boëthius kreeg van
Theodorik het consulschap als enige consul, uiteindelijk werd hij een magister
officiorum van Theodorik, de meester van alle diensten ofwel de hoogste ambtenaar
aan het hof. Ook was hij een geleerde die probeerde de werken van Aristoteles en
Plato probeert te vertalen naar het latijn dit lukte gedeeltelijk, hij had door dat de en
kennis snel achteruitging naar de val van het rijk, hij was druk bezig met onderwijs en
hij bedacht ook de indeling in schoolvakken in Trivium grammatica, retorica en
logica, dit was opbouwend in moeilijkheid, eerst grammatica dus hoe werken de
regels en dan retorica en vervolgens logica, was een soort van niveauopbouw.
Quadrivium geometrie, astronomie, muziek en wiskunde. Quadrivium was
opgebouwd volgens de goddelijke harmonie, in al deze vakken zat de harmonie die
door god gecreëerd was Harmonie van vorm, geluid, ruimte en getallen.
Boëthius is het meest bekend over de vertroosting van de filosofie, want helaas
kreeg Boëthius te maken met list en bedrog, hij wordt verraden en geframed aan het
hof van Theodorik wordt vals beschuldigd van hoogverraad Hij wordt vastgezet en
vermoord, tijdens zijn vastzetting schijft hij een enorm boek waarin hij schrijft dat hij
op het moment dat hij alles verloren heeft nog getroost wordt door vrouwe filosofia.
Je eigen waarden en deugden waren het belangrijkst en dit raak je nooit kwijt, je
raakte nooit kwijt wat erin je zat, dit waren meer religieuze overwegingen dan
filosofie, is meer een christelijke filosofie. Hij vertelde een religieus verhaal zonder
God te noemen, hij benoemt de filosofie. Daarmee zorgt hij ervoor dat antieke
concepten zoals filosofie ingevoerd kunnen worden in het christendom hij opent d
emoelijkheden om antieke filosofie binnen het christendom als argument te
gebruiken, dankzij hem ging deze filosofie dus niet verloren.
Na Boëthius kwam Cassiodorus ook uit een senatoriale familie, kreeg dezelfde
functie als Boëthius had gehad maar hij was erg pragmatisch en hij probeerde alle
voordelen uit hof van de Ostro-Goten te halen. Hij schreef veel brieven genaamd
Variae die wij als bronnen gebruiken ook schreef hij de institutiones divinarum et
saecularouim litterarum waarin hij alle teksten ging indelen en kijken wat er wel en
niet door christelijken gelezen mocht worden, dit klinkt als strenge censuur maar was
het niet hij zorgt er juist voor dat er heel veel boeken geaccepteerd worden die
eigenlijk helemaal niet christelijk zijn maar door hem worden ze toegestaan zoals bv.
het werk van Vergilius. Ook schreef hij een boek over de oorsprong van de Goten, dit
boek zelf is helaas verloren.