BSM
TRAININGSPRINCIPES, TRAININGSVORMEN EN
ENERGIESYSTEMEN
MILA JEURNINK | BSM | 3 FEBRUARI 2024
, TRAININGSLEER
Trainingsleer is kennis verweven door het verzamelen van ervaringen uit de trainingspraktijk
en de bevindingen van wetenschappelijk onderzoek.
Tijdens het sporten vinden in je lichaam allerlei processen plaats om goed te kunnen
bewegen. Het menselijk lichaam is altijd opzoek naar de grenzen van fysieke mogelijkheden,
en betere prestaties dus sneller en sterker worden.
Tijdens het trainen wordt nu gebruik gemaakt van persoonlijke trainingszones om een
optimale training te krijgen. Hierdoor blijven sportprestaties toenemen.
ENERGIE EN BEWEGEN
Ons lichaam zit nooit stil, zelfs niet als je even uitrust. Beweging is goed voor de groei en
ontwikkeling van je lichaam, de kwaliteit van lichaamsfuncties is afhankelijk van hoeveel je
spieren, organen en hersenen worden belast.
Organen en cellen veranderen van vorm en functie tijdens het trainen. Elke beweging die een
spier maakt komt door het samentrekken van spieren, wat weer wordt veroorzaakt door een
zenuwprikkel. De zenuwprikkel komt vanuit de hersenen of ruggenmerg en gaat door alle
zenuwen naar de spier toe die je wilt bewegen.
ENERGIESYSTEMEN
De energie die vrijkomt uit voedsel wordt meestal weer omgezet in andere verbindingen. ATP
wordt opgeslagen in de spiercellen en wordt afgebroken wanneer nodig
ATP ADP + P + ENERGIE
Deze energie is bij maximale inspanning binnen enkele seconden uitgeput, en daarom moet
er razendsnel nieuwe ATP gevormd worden. Hiervoor is weer nieuwe energie nodig.
Ons lichaam heeft 3 verschillende systemen voor aanvoer van nieuwe energie voor recycling
van ATP:
- Fosfaatsysteem
- Anaerobe systeem
- Aerobe systeem
Fosfaatsysteem: