Samenvatting GeneeskundnAe (GK)
Nedrologie voor verpleegkundnAigen
2.3
Het neurologisch onderzoek voer je uit in een vaste volgorde:
1. Je begint met wat de hogere cerebrale functes worden genoemd.
2. Daarna het gedrag en de persoonlijkheid.
3. Daarna neem je de functes van de hersenzenuwen door.
4. Tot slot komen de motoriek en het gevoel (of sensibiliteit) ter sprake.
Hogere cerebrale functesscogniteve functes de functes die een rol spelen in het gewaarworden,
het waarnemen en overdenken van de buitenwereld.
Klinische neuropsychologie is een wetenschapsgebied, waarin verbanden worden gelegd en relates
worden onderzocht tussen hersenstoornissen en gedrag.
Anosmie niet meer kunnen ruiken.
Bij het zien spelen twee dingen een rol de gezichtsscherpte (visus) en de gezichtsvelden.
Hemianopsie gezichtsveldstoornis, waarvan de patint zich veelal niet bewust is.
Van miosis spreek je wanneer de ene pupil kleiner is dan de andere.
Mydriasis wanneer een pupil die groter is dan de andere.
Nystagmus onwillekeurige ritmische beweging van de oogbollen.
Syndroom van Horner combinate van miosis en ptosis.
Figuur 1 syndroom van Horner rechts: de pupil is nauwer dan links en het ooglid hangt
Diplopie dubbelzien.
Abducens uitval oogspierverlamming door een letsel van de VI hersenzenuw, hierbij staat het oog
wat naar de neuszijde en kan het oog niet naar buiten worden gedraaid.
Blikverlammingen:
- Vertcale blikverlamming kan niet naar boven kijken.
- Horizontale blikverlamming niet naar links of rechts.
Nasolabiaal plooi de plooi tussen de neus en de lip.
Dysartrie stoornis in de spraak.
- Bulbaire spraak de artculate is slecht, waarbij de patint vooral moeite heef met de
letters die in de worden gevormd.
- Pseudobulbaire spraak de artculate is slecht, er worden per ademhaling maar weinig
lettergrepen gevormd en er is een piepend stemgeluid.
Bulbus verlengde merg en de hersenstam.
Nedrologie voor verpleegkundnAigen
2.3
Het neurologisch onderzoek voer je uit in een vaste volgorde:
1. Je begint met wat de hogere cerebrale functes worden genoemd.
2. Daarna het gedrag en de persoonlijkheid.
3. Daarna neem je de functes van de hersenzenuwen door.
4. Tot slot komen de motoriek en het gevoel (of sensibiliteit) ter sprake.
Hogere cerebrale functesscogniteve functes de functes die een rol spelen in het gewaarworden,
het waarnemen en overdenken van de buitenwereld.
Klinische neuropsychologie is een wetenschapsgebied, waarin verbanden worden gelegd en relates
worden onderzocht tussen hersenstoornissen en gedrag.
Anosmie niet meer kunnen ruiken.
Bij het zien spelen twee dingen een rol de gezichtsscherpte (visus) en de gezichtsvelden.
Hemianopsie gezichtsveldstoornis, waarvan de patint zich veelal niet bewust is.
Van miosis spreek je wanneer de ene pupil kleiner is dan de andere.
Mydriasis wanneer een pupil die groter is dan de andere.
Nystagmus onwillekeurige ritmische beweging van de oogbollen.
Syndroom van Horner combinate van miosis en ptosis.
Figuur 1 syndroom van Horner rechts: de pupil is nauwer dan links en het ooglid hangt
Diplopie dubbelzien.
Abducens uitval oogspierverlamming door een letsel van de VI hersenzenuw, hierbij staat het oog
wat naar de neuszijde en kan het oog niet naar buiten worden gedraaid.
Blikverlammingen:
- Vertcale blikverlamming kan niet naar boven kijken.
- Horizontale blikverlamming niet naar links of rechts.
Nasolabiaal plooi de plooi tussen de neus en de lip.
Dysartrie stoornis in de spraak.
- Bulbaire spraak de artculate is slecht, waarbij de patint vooral moeite heef met de
letters die in de worden gevormd.
- Pseudobulbaire spraak de artculate is slecht, er worden per ademhaling maar weinig
lettergrepen gevormd en er is een piepend stemgeluid.
Bulbus verlengde merg en de hersenstam.