Zorg op afstand, literatuurstudie naar internaeonale ontwikkelingen en kennis over efecten
2.1
Zorg op afstand is zorg die op afstand wordt gegeven via moderne communicatetechnieken.
WHO defnite telemedicine het leveren van zorgdiensten, daar waar afstand een kritsche rol
speelt, door alle zorgprofessionals die informatee en communicatetechnologie gebruiken voor het
uitwisselen van betrouwbare informate voor diagnose, behandeling en prevente van ziekten en
letsel, voor onderzoek en evaluate en voor het voortdurend leerproces van zorgverleners, steeds
gericht op het verbeteren van de gezondheid van individuen en hun leefomgeving.
3.2
Informatee en communicatetechnologie ooor de wijze waarop via informatee en
communicatetechnologie informate wordt overgebracht is een indeling gemaakt die bestaat uit 9
categorieën:
A. Telefonische ondersteuning.
B. Transmissie van gegevens via sms of mobiele telefonie.
C. Uitwisselen van digitale foto’s.
D. oideocommunicate.
E. Het verzenden van meetgegevens of van informate uit autonome sensoren: het meten van
gegevens, op automatsche (autonome) wijze of door de cliënt zelf, met apparatuur die de gegevens
automatsch of met één druk op de knop doorstuurt naar de juiste plaats. Bij de autonome metngen
kan gedacht worden aan actviteitenmonitoring en automatsche alarmeringssystemen (waaronder
valdetecte). Bij de zelfmetngen gaat het vaak om het doorsturen van gegevens als bloeddruk, ECGe
signalen en bloedsuikerwaarden. Onder deze categorie zijn ook systemen ingedeeld waarbij cliënten
via een apparaat vragenlijsten over hun gezondheid beantwoorden, die automatsch worden
doorgestuurd naar de juiste ontvanger. Een zorgverlener kan de automatsch doorgestuurde
gegevens meestal uitlezen via de PC of een PDA. Soms gaat het bij deze categorie om
gegevens die automatsch via mobiele communicatetechnologie worden doorgestuurd. In die
gevallen is er overlap met categorie B.
F. Communicate via een website: de cliënt logt zelf in op een beveiligd webaccount om gegevens in
te voeren en/of terugkoppeling te ontvangen.
G. Communicate via eemail.
H. Overige technieken: wijzen van communicate die niet onder een van de bovenstaande
categorieën vallen, maar waarbij de specifeke vorm van communicate wel genoemd is.
I. Ongespecifceerde technieken: hieronder vallen artkelen waarbij niet uit de samenvatng was op
te maken om welke technologie het ging. Bijvoorbeeld artkelen waarbij in de samenvatng alleen
gesproken wordt over het verlenen van zorg via ‘eehealth’, ‘telemonitoring’ of ‘telemedicine’.
Zorgvragen en aandoeningen De indeling voor de zorgvraag of aandoening bestaat uit 12
categorieën:
1. Hartaandoeningen: zorgbehoefen en aandoeningen als chronisch hartalen, hoge bloeddruk,
herstel na een hartoperate, hartrevalidate
2. Diabetes: de zorg voor cliënten met diabetes type 1 of 2 en de bijbehorende coemorbiditeiten,
zoals hoge bloeddruk (deze artkelen hebben overlap met de artkelen over hartaandoeningen), risico
op oogaandoeningen en voetwonden.
3. Longaandoeningen: diverse vormen van COPD, bijvoorbeeld astmapatënten, patënten die
aanvullend zuurstof gebruiken en longtransplantatepatënten.