Democratische rechtsstaat
Rechtstaat:
- Recht
- Staat = een organisatie die met voorrang boven andere organisaties gezag uitoefent over
een gemeenschap van mensen. Kenmerk: met dwing deze beginselen uit te oefenen.
Binnen deze staat: organen met gezag.
Vier grondregels rechtsstaat: de met gezag beklede organen dienen zich ook te houden aan de
rechtsbeginselen
- Legaliteitsbeginsel = geen bevoegdheid zonder grondslag Gw of wifz
- Scheiding der machten = gezag is verdeeld over verschillende organen, ieder orgaan
bezit slechts een deel van dat gezag, ze hebben elkaar nodig en houden elkaar in
evenwicht (checks and balances), gaat terug op de leer van de Trias Politica
- Onafhankelijke rechter =onpartijdigheid en onafhankelijkheid
- Grondrechten = de staat erkent dat individuelen en particulieren een staatsvrije sfeer
toekomen
Democratie: hoogste gezag ligt bij het volk
- Vrije en geheime verkiezingen voor volksvertegenwoordiging
- Invloed op besluitvorming via volksvertegenwoordiging
- Openbaarheid van besluiten en besluitvorming
- Rechten en belangen van minderheden dienen te worden gerespecteerd
Nederland is onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden
- 1954 Statuut
- 1975 werd Suriname onafhankelijk
- 1986 Aruba krijgen status aparte
- 2010 Nederlandse Antillen ontmanteld
Samenstelling nu vier landen:
- Aruba
- Curaçao
- Sint-Maarten
- Nederland
Waartoe behoren de openbare lichamen: Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES)
Parlement en regering
Een van de pijlers van de rechtsstaat is de scheiding der machten:
- Wetgevende macht (volksvertegenwoordiging, parlement, S-G, Eerste en Tweede
Kamer)
- Uitvoerende of bestuurlijke macht (regering, ministerraad, ministers, kabinet)
- Rechtsprekende macht
Nu niet meer zo strikt als vroeger: de scheiding tussen wetgevende en bestuurlijke macht. Wifz
kan enkel tot stand komen door samenwerking wetgevende en uitvoerende macht (art. 81 Gw)
Art. 72 Gw = beide Kamers hebben een Regelement van Orde.
Eerste Kamer heeft geen recht van initiatief en geen recht van amendement, zij kan in beginsel
slechts aannemen of verwerpen. Voornaamste taak van EK is beoordeling van kwaliteit van
wetgeving.
Art. 42 Gw = regering bestaat uit Koning en ministers. Lid 2 geeft aan dat er een ministeriele
verantwoordelijkheid bestaat, Koning is onschendbaar.
, Art. 45 Gw = ministerraad, beraadslaagt over het algemene regeringsbeleid
Wetgevingsprocedure
Voor een wetsvoorstel wordt ingediend wordt het eerst voorbereid op een departement of
ministerie. Het moet daarnaast ook besproken worden in de ministerraad en ter advisering
voorgelegd aan de Raad van State.
Na de indiening wordt de plenaire behandeling voorbereid door een commissie die hiervan een
verslag maakt, deze wordt ook doorgezonden aan de minister. De minister kan dan eventueel het
wetsvoorstel wijzigen.
Naar de Tweede Kamer, Kamerleden kunnen amendementen indienen. Deze amendementen
kunnen:
- Onaanvaardbaar worden verklaard
- Ontoelaatbaar worden verklaard
- Worden verworpen
- Worden aangenomen = er vindt dan een wijziging plaats van het wetsvoorstel
Hierna wordt er over het wetsvoorstel gestemd, als het wordt aangenomen zal het worden
toegezonden aan de Eerste Kamer.
Er wordt weer een commissie ingesteld, commissieverslag wordt toegezonden aan de minister.
De minister kan het wetsvoorstel niet meer wijzigen.
De Eerste Kamer stemt hier dan over, het kan alleen worden aangenomen of verworpen.
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, dan wordt het bekrachtigd door de Koning. Na de
bekrachtiging moet de wet eerst bekendgemaakt.
Wetsvoorstel kan ook worden ingediend door een lid van de Tweede Kamer (initiatiefvoorstel),
het proces verschilt iets dan hierboven omschreven.
Voor wijziging van de Grondwet moet er een zwaardere procedure worden gevolgd.
Decentralisatie
Naast het centrale overheidsverband bestaan er nog zelfstandige organen of lichamen zijn die
wetgevende of bestuurlijke bevoegdheden hebben.
Twee vormen:
- Territoriaal = de bevoegdheid strekt zich uit over een bepaald gebied (bijv. provincies,
gemeenten) Zie art. 123 Gw
- Functioneel = de bevoegdheid strekt zich uit tot een bepaalde functie van het leven, strekt
zich over het hele land. Zie art. 134 lid 1 Gw
Ook een mengvorm: in een bepaald gebied voor één bepaalde functie/ taak, bijv. waterschappen
(art. 133 Gw)
Twee soorten:
- Autonomie (art. 124 lid 1 Gw) = de bevoegdheid van de huishouding wordt overgelaten.
Decentrale overheden krijgen dus een algemene bevoegdheid toebedeeld (art. 127 Gw)
- Medebewind (art. 124 lid 2 Gw) = bij of krachtens de wet wordt deze bevoegdheid
gevorderd, dus gedwongen via een bepaalde wet