Natuurlijke landschappen
Soorten landschappen
We maken onderscheid tussen natuurlijke landschappen; tot stand gekomen door
natuurlijke factoren en processen, en cultuurlandschappen; natuurlijke
landschappen die door menselijke bemoeienis bewerkt zijn.
Geofactoren
Landschapsfactoren of geofactoren vormen de elementen van de verschillende
landschappen/ecosystemen op aarde. Geofactoren zorgen voor evenwicht in
ecosystemen. Daar spelen endogene en exogene krachten een rol bij, maar ook de
vier sferen: lithosfeer, hydrosfeer, atmosfeer en biosfeer.
1. gesteente en reliëf (substraat) 4. water
• lithosfeer • hydrosfeer
2. klimaat en lucht 5. vegetatie
• atmosfeer • biosfeer
3. bodem 6. mens en dier
• deel van de grond waar planten • biosfeer
hun voedsel vandaan halen 7. tijd
• horizonten = lagen in de bodem,
gevormd door geofactoren
1
, Landschapszones zijn natuurlijke landschappen op mondiale schaal. De zones
worden ingedeeld o.b.v. het criterium: temperatuur (behalve de aride zone)
Tropische zone
• Af + Aw
Klimaat • warm (minsters 18˚C) en veel neerslag (moessonklimaat)
• moessonklimaat met droog seizoen → savanneklimaat
• tussen de Kreefts- en Steenbokskeerkring
Breedte
• rondom de evenaar
Vegetatie dichtbegroeide oerwouden/regenwouden
Latosol (tropische bodem, niet erg vruchtbaar)
1. veel bacteriewerking → veel mineralisatie → veel vegetatie
dus veel opname van mineralen → weinig humusvorming
Bodem 2. veel neerslag → uitspoeling zouten
3. geen humuszuren in bodem → ijzer en aluminium lossen
niet op → rode kleilagen
Subtropische zone
• Cs
• koeler, maar minstens 8 maanden boven 10˚C
Klimaat
• hele jaar neerslag of één droog seizoen
• subtropisch zeeklimaat (Cf) Middellandse Zeeklimaat (Cs)
Breedte • tussen de keerkringen en 40˚NB/ZB
• licht tropisch, zomergroen loofwoud
Vegetatie
• mediterrane vegetatie (planten droogtebestendig)
• minder neerslag → minder uitspoeling dan latosol
Bodem
• rood-gele bodem
2