Samenvatting Natuurkunun뜐e (NK)
Natuurkunun뜐eboekun A
4.1 (niet 4.1.9-4.1.13-4.1.15)
Q
I=
∆t
- I stroomsterkte (A/Cs-1).
- Q lading (Coulomb C).
- ∆ t in seconde.
De richtng van de stroomsterkte is de richtng waarin positeve geladen deeltjes bewegen.
Positeve geladen deeltjes komen voor in elektrolttsche vloeistofen, geïoniseerde gassen en
halfgeleiders.
In geleiders vind alleen transport van elektronen plaats.
Omdat elektronen een negateve lading hebben, bewegen ze tegen de richtng van de stroomsterkte
in.
De lading van een elektron is eenmaal de kleinst mogelijke lading die vrij kan komen. Dit is de
elementaire ladingshoeveelheid e= 1,602x10 -19 C.
De lading die door een geleider gaat is een geheel aan (N) keer de lading van een elektron e.
Q=Ne
- N nucleotde.
Gelijkstroom van 1A 6,24x1018 elektronen.
dq
It= (die t bij de I moet eigenlijk heel klein).
dt
Elektrische stroom treedt op als geladen deeltjes zich in een elektrisch veld bevinden en vrij kunnen
bewegen.
Een positef geladen deeltje gaat van de + naar de -.
De elektronen bewegen in tegengestelde richtng.
Een elektrische potentaal geef aan hoeveel potentile elektrische energie een Coulomb lading heef
ten opzicht van een referentepunt en dus ook hoeveel arbeid het elektrische veld kan verrichten:
W
V 2−V 1=
Q
Ofwel 1 Volt= 1 Joule per Coulomb (V=JC-1).
Wet van Ohm:
∆V
R=
I
- Weerstand R. De eenheid hierbij is ohm (Ω).
l
R=ρ×
A
- ρ soortelijke weerstand (Ωm).
- l lengte in meter.
- A oppervlak van de dwarsdoorsnede.
Warmteontwikkeling van een gelijkstroom is gelijk aan:
Natuurkunun뜐eboekun A
4.1 (niet 4.1.9-4.1.13-4.1.15)
Q
I=
∆t
- I stroomsterkte (A/Cs-1).
- Q lading (Coulomb C).
- ∆ t in seconde.
De richtng van de stroomsterkte is de richtng waarin positeve geladen deeltjes bewegen.
Positeve geladen deeltjes komen voor in elektrolttsche vloeistofen, geïoniseerde gassen en
halfgeleiders.
In geleiders vind alleen transport van elektronen plaats.
Omdat elektronen een negateve lading hebben, bewegen ze tegen de richtng van de stroomsterkte
in.
De lading van een elektron is eenmaal de kleinst mogelijke lading die vrij kan komen. Dit is de
elementaire ladingshoeveelheid e= 1,602x10 -19 C.
De lading die door een geleider gaat is een geheel aan (N) keer de lading van een elektron e.
Q=Ne
- N nucleotde.
Gelijkstroom van 1A 6,24x1018 elektronen.
dq
It= (die t bij de I moet eigenlijk heel klein).
dt
Elektrische stroom treedt op als geladen deeltjes zich in een elektrisch veld bevinden en vrij kunnen
bewegen.
Een positef geladen deeltje gaat van de + naar de -.
De elektronen bewegen in tegengestelde richtng.
Een elektrische potentaal geef aan hoeveel potentile elektrische energie een Coulomb lading heef
ten opzicht van een referentepunt en dus ook hoeveel arbeid het elektrische veld kan verrichten:
W
V 2−V 1=
Q
Ofwel 1 Volt= 1 Joule per Coulomb (V=JC-1).
Wet van Ohm:
∆V
R=
I
- Weerstand R. De eenheid hierbij is ohm (Ω).
l
R=ρ×
A
- ρ soortelijke weerstand (Ωm).
- l lengte in meter.
- A oppervlak van de dwarsdoorsnede.
Warmteontwikkeling van een gelijkstroom is gelijk aan: