Producttechnologite (PT)
Ondterzotek naar ten ontwikkteling van vterlichtingsconctept
2.2
Het menselijk oog is een waarnemingsorgaan dat gebruik maakt van licht om een beeld door te
geven naar de hersenen.
Elektromagnetsche straling met een golfengte tussen 380 (violet) en 80 nm (rood) is zichtbaar voor
het menselijk oog.
In de retna (het netvlies) bevinden zich zintuigcellen (footoreceptoren) die het zichtbare licht
opvangen en het via een footochemische reacte omzeeen in zenuwprikkels. Er zijn drie soorten
footoreceptoren:
- Staafes dienen voor het schemer/nachtzien (scotopie) en zieen vooral in de perifoerie van
het netvlies in een brede band rond de foovea.
- Kegeltjes dienen voor het dag-zien (footopie) en concentreren zich in en rond het centrum
van het netvlies; de gele vlek, met in het hart daarvan de foovea.
- Een recent ontdekte receptor wordt veelal aangeduid als footorecepteve retnale ganglion
cel (pRGCs). De pRGCs voorzien diverse niet visuele gebieden in het brein (waaronder de
biologische klok) van lichtnfoormate waardoor tal van lichaamsprocessen worden
aangestuurd.
Gemiddeld dient ongeveer 1% van alle footoreceptoren op het netvlies voor het doorgeven van de
niet-visuele efecten van licht. Deze footoreceptoren liggen verspreid als een netwerk over de retna.
De pRGCs in het onderste deel van het netvlies zijn gevoeliger voor melatonine onderdrukking dan
het bovenste gedeelte.
Figuur 1 horizontale doorsnede van het oog
De zenuwprikkels verlaten het oog via de gezichtszenuw en gaan via een aantal schakelstatons naar
de hersenen.
Licht komt het oog (fguur .1) binnen door het sterk gebolde hoornvlies en valt via de voorste
oogkamer, de lens en het glasachtg lichaam op het netvlies. Het hoornvlies absorbeert het
schadelijke deel van het licht met een golfengte kleiner dan 95 nm (gamma-, röntgen- en een deel
van de UV-straling). De lens absorbeert vervolgens de overige UV-straling. Alleen het zichtbare deel
van het licht wordt zo doorgelaten. Het hoornvlies zorgt voor ongeveer 0% van de breking van het
licht. De ooglens zorgt voor ongeveer 30%. De sterkte van breking door de ooglens kan worden
gevarieerd door samentrekking ofo ontspanning van de kringspier, hierdoor kan het oog zich
scherpstellen ofowel accommoderen.
In het midden van de iris bevindt zich een opening: de pupil. De iris controleert de grooee van de
pupil en daarmee de hoeveelheid binnenvallend licht.
2.3
Ondterzotek naar ten ontwikkteling van vterlichtingsconctept
2.2
Het menselijk oog is een waarnemingsorgaan dat gebruik maakt van licht om een beeld door te
geven naar de hersenen.
Elektromagnetsche straling met een golfengte tussen 380 (violet) en 80 nm (rood) is zichtbaar voor
het menselijk oog.
In de retna (het netvlies) bevinden zich zintuigcellen (footoreceptoren) die het zichtbare licht
opvangen en het via een footochemische reacte omzeeen in zenuwprikkels. Er zijn drie soorten
footoreceptoren:
- Staafes dienen voor het schemer/nachtzien (scotopie) en zieen vooral in de perifoerie van
het netvlies in een brede band rond de foovea.
- Kegeltjes dienen voor het dag-zien (footopie) en concentreren zich in en rond het centrum
van het netvlies; de gele vlek, met in het hart daarvan de foovea.
- Een recent ontdekte receptor wordt veelal aangeduid als footorecepteve retnale ganglion
cel (pRGCs). De pRGCs voorzien diverse niet visuele gebieden in het brein (waaronder de
biologische klok) van lichtnfoormate waardoor tal van lichaamsprocessen worden
aangestuurd.
Gemiddeld dient ongeveer 1% van alle footoreceptoren op het netvlies voor het doorgeven van de
niet-visuele efecten van licht. Deze footoreceptoren liggen verspreid als een netwerk over de retna.
De pRGCs in het onderste deel van het netvlies zijn gevoeliger voor melatonine onderdrukking dan
het bovenste gedeelte.
Figuur 1 horizontale doorsnede van het oog
De zenuwprikkels verlaten het oog via de gezichtszenuw en gaan via een aantal schakelstatons naar
de hersenen.
Licht komt het oog (fguur .1) binnen door het sterk gebolde hoornvlies en valt via de voorste
oogkamer, de lens en het glasachtg lichaam op het netvlies. Het hoornvlies absorbeert het
schadelijke deel van het licht met een golfengte kleiner dan 95 nm (gamma-, röntgen- en een deel
van de UV-straling). De lens absorbeert vervolgens de overige UV-straling. Alleen het zichtbare deel
van het licht wordt zo doorgelaten. Het hoornvlies zorgt voor ongeveer 0% van de breking van het
licht. De ooglens zorgt voor ongeveer 30%. De sterkte van breking door de ooglens kan worden
gevarieerd door samentrekking ofo ontspanning van de kringspier, hierdoor kan het oog zich
scherpstellen ofowel accommoderen.
In het midden van de iris bevindt zich een opening: de pupil. De iris controleert de grooee van de
pupil en daarmee de hoeveelheid binnenvallend licht.
2.3