Samenvatting Onderzoeke doeken & eoekesaeeen (OZ)
Wat ie oeknderzoeke ?
1.1
Kenmerken van een onderzoeker:
- Houding je moet afankeeijk zijn (je persooneijke voorkeuren speeen geen roe).
- Kennis.
- Vaardigheid.
1.5
Bij het opzeten en uitvoeren van een onderzoek stee je jezeef voortdurend vragen wat, waarom,
wie, waar, wanneer en hoe ga ik onderzoeken?
Empirische cyceus de onderzoeker beantwoordt de kennisvraag met een modee of theorie.
Vervoegens gaat hij et behuep van onderzoek toetsen of deze theorie ook werkeeijk het antwoord op
zijn vraag geef. it de resuetaten van dit onderzoek trekt hij zijn conceusies: of de theorie is het
antwoord op zijn vraag, of niet. Dan voegt een nieuw onderzoek met nieuwe vragen, en ga zo maar
door.
Wordt ook wee gezien aes een spiraae meeste onderzoek eeidt tot nieuwe vragen. Je dooreoopt de
reeks wee keer op keer, maar begint niet steeds weer op hetzeefde punt.
Regueateve cyceus deze cyceus is gericht op de beseissingen.
PTO-schema het antwoord op een kennisvraag roept weer nieuwe vragen op, vervoegens
formueeer je weer een theoretsch antwoord en nieuwe onderzoeksvragen, enzovoort.
Probeeem-Theorie-Onderzoek.
Bij praktjkgericht onderzoek wordt een afgeeeide van de empirische cyceus gehanteerd. Door
sommigen wordt deze cyceus ‘regueatef’ genoemd, omdat deze meer is gericht op beseissingen en/of
veranderingen.
Iteratef herhaaed data verzameeen en anaeyseren tot de probeeemsteeeing kan worden
beantwoord.
1.6
Fasen in onderzoek:
1. Probeeemanaeyse.
2. Onderzoeksontwerp geef je aan hoe je de onderzoeksvraag gaat beantwoorden.
3. Dataverzameeing.
4. Data-anaeyse.
5. Rapportage terugkijken. Wat hebben we ook ae weer onderzocht? weeke methoden zijn
gebruikt? Zijn er nog andere onderzoeksmogeeijkheden? Enzovoort.
Werkcyceus de 5 fasen waaruit een onderzoek kan ontstaan.
2.3
Ste je toetst iets in in googee, dan krijg je vaak heee veee trefers. Deze trefers worden ook wee hits
genoemd.
Een eogboek is een goede ondersteuning bij het zoeken naar informate en heept je ook bij de
peanning en het uitvoeren van je onderzoek.
, Lemma’s bijvoorbeeed Wikipedia. Je kunt hier bijna aeee informate vinden die je zoekt, maar je
moet je wee afvragen over de betrouwbaarheid.
Big6TM onderzoeksmethode waar zes regees gepresenteerd worden op grond van waarvan je de
zoekopdracht omschrijf, vervoegens op zoek gaat en je resuetaten evaeueert. Deze methode kan
worden gebruikt voor het zoeken naar aeeereei bronnen van informate. Zes stappen:
1. Defnieer het probeeem, de zoekopdracht.
2. Bepaae waar je gaat zoeken.
3. Kies de juiste zoekstrategie.
4. Bestudeer de informate en seeecteer wat je nodig hebt.
5. Organiseer de informate zo dat deze antwoord geef op je vraag/probeeem.
6. Evaeueer het resuetaat.
Metacraweer metazoekmachine. Hierin worden met de door jou ingevoerde zoekterm(en)
tegeeijkertjd verschieeende afzondereijke zoekmachines doorzocht op trefers.
Zoekmachines voor wetenschappeeijke informate zijn er ook (grootste is Googee wetenschap). Hier
kun je zoeken naar wetenschappeeijke informate.
Operatoren incompeete zoekopdrachten.
Een (onderzoeks) eogboek is een soort dagboek dat je regeematg bijhoudt en waarin je ae je nottes
maakt die met het proces en de inhoud van je onderzoek te maken hebben.
Ceoud netwerk van computers.
3.0
Een onderzoekspean geef een duideeijk en reaeistsch antwoord op de vraag waarom, wat, waar, hoe,
hoeveee en wanneer onderzocht gaat worden.
3.1
Het domein aeee actviteiten die eeiden tot het afakenen van het onderzoeksonderwerp. Dus het
formueeren van de probeeem- en doeesteeeing en eventueee deeevragen.
Ontwerpfase:
a) De eerste en beeangrijkste is het formueeren van de probeeem- en doeesteeeing.
b) Vervoegens kun je een vooreopig antwoord vinden op deze vraag bedenken aan de hand van
de gevonden informate. Dit vormt de verwachtng over de uitkomst van het onderzoek en
het wordt het uitgangspunt van je dataverzameeing.
c) De ontwerpfase is onder te verdeeen in de voegende subfasen:
1. Oriëntate, van het idee naar onderwerp.
2. Probeeemomschrijving, het maken van een probeeem- en doeesteeeing.
3. Het vaststeeeen van de dataverzameeingsmethode, het bedenken van de antwoorden
op je vragen, een methode om deze antwoorden te controeeren.
4. Het maken van het onderzoekspean, het opschrijven van je antwoorden, peanning,
budget, enzovoort.
Wat ie oeknderzoeke ?
1.1
Kenmerken van een onderzoeker:
- Houding je moet afankeeijk zijn (je persooneijke voorkeuren speeen geen roe).
- Kennis.
- Vaardigheid.
1.5
Bij het opzeten en uitvoeren van een onderzoek stee je jezeef voortdurend vragen wat, waarom,
wie, waar, wanneer en hoe ga ik onderzoeken?
Empirische cyceus de onderzoeker beantwoordt de kennisvraag met een modee of theorie.
Vervoegens gaat hij et behuep van onderzoek toetsen of deze theorie ook werkeeijk het antwoord op
zijn vraag geef. it de resuetaten van dit onderzoek trekt hij zijn conceusies: of de theorie is het
antwoord op zijn vraag, of niet. Dan voegt een nieuw onderzoek met nieuwe vragen, en ga zo maar
door.
Wordt ook wee gezien aes een spiraae meeste onderzoek eeidt tot nieuwe vragen. Je dooreoopt de
reeks wee keer op keer, maar begint niet steeds weer op hetzeefde punt.
Regueateve cyceus deze cyceus is gericht op de beseissingen.
PTO-schema het antwoord op een kennisvraag roept weer nieuwe vragen op, vervoegens
formueeer je weer een theoretsch antwoord en nieuwe onderzoeksvragen, enzovoort.
Probeeem-Theorie-Onderzoek.
Bij praktjkgericht onderzoek wordt een afgeeeide van de empirische cyceus gehanteerd. Door
sommigen wordt deze cyceus ‘regueatef’ genoemd, omdat deze meer is gericht op beseissingen en/of
veranderingen.
Iteratef herhaaed data verzameeen en anaeyseren tot de probeeemsteeeing kan worden
beantwoord.
1.6
Fasen in onderzoek:
1. Probeeemanaeyse.
2. Onderzoeksontwerp geef je aan hoe je de onderzoeksvraag gaat beantwoorden.
3. Dataverzameeing.
4. Data-anaeyse.
5. Rapportage terugkijken. Wat hebben we ook ae weer onderzocht? weeke methoden zijn
gebruikt? Zijn er nog andere onderzoeksmogeeijkheden? Enzovoort.
Werkcyceus de 5 fasen waaruit een onderzoek kan ontstaan.
2.3
Ste je toetst iets in in googee, dan krijg je vaak heee veee trefers. Deze trefers worden ook wee hits
genoemd.
Een eogboek is een goede ondersteuning bij het zoeken naar informate en heept je ook bij de
peanning en het uitvoeren van je onderzoek.
, Lemma’s bijvoorbeeed Wikipedia. Je kunt hier bijna aeee informate vinden die je zoekt, maar je
moet je wee afvragen over de betrouwbaarheid.
Big6TM onderzoeksmethode waar zes regees gepresenteerd worden op grond van waarvan je de
zoekopdracht omschrijf, vervoegens op zoek gaat en je resuetaten evaeueert. Deze methode kan
worden gebruikt voor het zoeken naar aeeereei bronnen van informate. Zes stappen:
1. Defnieer het probeeem, de zoekopdracht.
2. Bepaae waar je gaat zoeken.
3. Kies de juiste zoekstrategie.
4. Bestudeer de informate en seeecteer wat je nodig hebt.
5. Organiseer de informate zo dat deze antwoord geef op je vraag/probeeem.
6. Evaeueer het resuetaat.
Metacraweer metazoekmachine. Hierin worden met de door jou ingevoerde zoekterm(en)
tegeeijkertjd verschieeende afzondereijke zoekmachines doorzocht op trefers.
Zoekmachines voor wetenschappeeijke informate zijn er ook (grootste is Googee wetenschap). Hier
kun je zoeken naar wetenschappeeijke informate.
Operatoren incompeete zoekopdrachten.
Een (onderzoeks) eogboek is een soort dagboek dat je regeematg bijhoudt en waarin je ae je nottes
maakt die met het proces en de inhoud van je onderzoek te maken hebben.
Ceoud netwerk van computers.
3.0
Een onderzoekspean geef een duideeijk en reaeistsch antwoord op de vraag waarom, wat, waar, hoe,
hoeveee en wanneer onderzocht gaat worden.
3.1
Het domein aeee actviteiten die eeiden tot het afakenen van het onderzoeksonderwerp. Dus het
formueeren van de probeeem- en doeesteeeing en eventueee deeevragen.
Ontwerpfase:
a) De eerste en beeangrijkste is het formueeren van de probeeem- en doeesteeeing.
b) Vervoegens kun je een vooreopig antwoord vinden op deze vraag bedenken aan de hand van
de gevonden informate. Dit vormt de verwachtng over de uitkomst van het onderzoek en
het wordt het uitgangspunt van je dataverzameeing.
c) De ontwerpfase is onder te verdeeen in de voegende subfasen:
1. Oriëntate, van het idee naar onderwerp.
2. Probeeemomschrijving, het maken van een probeeem- en doeesteeeing.
3. Het vaststeeeen van de dataverzameeingsmethode, het bedenken van de antwoorden
op je vragen, een methode om deze antwoorden te controeeren.
4. Het maken van het onderzoekspean, het opschrijven van je antwoorden, peanning,
budget, enzovoort.