Samenvatting Ontwikkening in zorg & Maatschapaiii (OZ)
Zorgirogramma Hartanen
1.A
Hartalen complex van klachten en verschijnselen bij een structurele of functonele afwijking van
het hart die leiden tot een tekortschietende pompfuncte van het hart.
3 peilers van de diagnose hartalenn
1. Symptomen passend bij hartalen (bijvoorbeeld verminderde inspanningstolerantee zich
veelal uitend in klachten van kortademigheid en vermoeidheid of perifeer oedeem).
2. Onderzoeksbevindingen passend bij hartalen (bijvoorbeeld crepiteren van de longene
verhoogde centraal veneuze druk (CVD)e perifeer oedeeme vergrote levere hefende/verbrede
ictuse hartgeruise tachycardiee tachypnoee 3e hartoon).
3. Objectef bewijs voor een structurele of functonele afwijking van het hart in rust.
1.B
Op oudere leefijd is de oorzaak voor hartalen veelal langdurige hypertensie.
Van de Nederlandse bevolking lijdt 2-2e5% aan hartalen.
Hartalen treedt vaker op bij mannen dan bij vrouwen en dan met name bij mensen ouder dan 7u5
jaar.
Belangrijkste interventes voor hartalen folluw-upe patinten educate en optmalisering van de
medicamenteuze behandeling.
1.C
Patinten met hartalen worden behandeld door de huisarts volgens de NH--standaard.
Patinten met hartalen behandeld in de 2 e lijne worden behandeld volgens de richtlijn NVVC.
1.D
De doelstelling van dit zorgprogramma is het beschrijven van de inhoud en organisate van de
hartalenzorg door de EZrH. Het zorgprogramma bevordert een optmalebegeleiding en behandeling
van een patint met hartalen door middel van multdisciplinaire en transmurale samenwerkinge
afstemming en coördinate van de zorg tussen de 1e en 2e lijn.
Het zorgprogramma heef als doel omn
1. Verminderen van klachten en verbeteren van de kwaliteit van leven.
2. Reduceren van mortaliteit van patinten met hartalen.
3. Reduceren van het risico op ziekenhuisopnamen door hartalenn snel signaleren van
achteruitgang.
4. Optmaliseren van de diagnostsche en therapeutsche behandeling conform de laatste
richtlijnen.
5. Verbeteren van de kwaliteit van de ketenzorg.
6. Bevorderen van zelfmanagement (therapietrouwe zelfzorge vroege symptoomherkenning).
Zorgirogramma Hartanen
1.A
Hartalen complex van klachten en verschijnselen bij een structurele of functonele afwijking van
het hart die leiden tot een tekortschietende pompfuncte van het hart.
3 peilers van de diagnose hartalenn
1. Symptomen passend bij hartalen (bijvoorbeeld verminderde inspanningstolerantee zich
veelal uitend in klachten van kortademigheid en vermoeidheid of perifeer oedeem).
2. Onderzoeksbevindingen passend bij hartalen (bijvoorbeeld crepiteren van de longene
verhoogde centraal veneuze druk (CVD)e perifeer oedeeme vergrote levere hefende/verbrede
ictuse hartgeruise tachycardiee tachypnoee 3e hartoon).
3. Objectef bewijs voor een structurele of functonele afwijking van het hart in rust.
1.B
Op oudere leefijd is de oorzaak voor hartalen veelal langdurige hypertensie.
Van de Nederlandse bevolking lijdt 2-2e5% aan hartalen.
Hartalen treedt vaker op bij mannen dan bij vrouwen en dan met name bij mensen ouder dan 7u5
jaar.
Belangrijkste interventes voor hartalen folluw-upe patinten educate en optmalisering van de
medicamenteuze behandeling.
1.C
Patinten met hartalen worden behandeld door de huisarts volgens de NH--standaard.
Patinten met hartalen behandeld in de 2 e lijne worden behandeld volgens de richtlijn NVVC.
1.D
De doelstelling van dit zorgprogramma is het beschrijven van de inhoud en organisate van de
hartalenzorg door de EZrH. Het zorgprogramma bevordert een optmalebegeleiding en behandeling
van een patint met hartalen door middel van multdisciplinaire en transmurale samenwerkinge
afstemming en coördinate van de zorg tussen de 1e en 2e lijn.
Het zorgprogramma heef als doel omn
1. Verminderen van klachten en verbeteren van de kwaliteit van leven.
2. Reduceren van mortaliteit van patinten met hartalen.
3. Reduceren van het risico op ziekenhuisopnamen door hartalenn snel signaleren van
achteruitgang.
4. Optmaliseren van de diagnostsche en therapeutsche behandeling conform de laatste
richtlijnen.
5. Verbeteren van de kwaliteit van de ketenzorg.
6. Bevorderen van zelfmanagement (therapietrouwe zelfzorge vroege symptoomherkenning).