Leerdoelen W1
De DIO krijgt zich op de rol van voorlichter voor de thema’s in periode 2
De DIO vormt het begin van een visie op de inname van lipidenspectrum
De DIO kan de preventiepiramide toepassen op het thema CVRM
Artikel: Vetten in voeding en gezondheid
Vetten zijn belangrijke macronutriënten in onze voeding. Ze leveren energie (9 kcal) en zijn daarmee
een brandstof voor het lichaam. Bovendien zijn er essentiële vetten, waarvan we voldoende met de
voeding moeten binnenkrijgen. In de voeding komen vetten voor het overgrote deel voor als
triglyceriden. Dat betekent dat er drie vetzuren gekoppeld zijn aan een glycerolmolecuul. Vetten in
voedingsmiddelen bevatten altijd een mengsel van verzadigde en onverzadigde vetzuren, maar de
verhoudingen kunnen sterk verschillen.
Verzadigde vetzuren
Verzadigde vetzuren hebben geen dubbele bindingen en hebben daardoor een rechte structuur en
een hoger smeltpunt dan onverzadigde vetzuren. Dit zorgt ervoor dat een vet dat veel verzadigde
vetzuren bevat bij kamertemperatuur een vaste structuur heeft. Dierlijke vetten en bepaalde
plantaardige vetten, zoals palmolie en kokosolie, zijn vooral rijk aan verzadigde vetten.
Onverzadigde vetzuren
Onverzadigde vetzuren hebben een of meer dubbele bindingen. Deze dubbele bindingen geven een
knik in de molecuulstructuur. Daardoor zijn vetten die veel onverzadigde vetzuren bevatten bij
kamertemperatuur vloeibaar (oliën).
Enkelvoudig onverzadigde vetzuren
Enkelvoudig onverzadigde vetzuren hebben één dubbele binding. Olijfolie en amandelolie zijn
voorbeelden van oliën die rijk zijn aan enkelvoudig onverzadigde vetzuren.
Meervoudig onverzadigde vetzuren
Meervoudig onverzadigde vetzuren hebben twee of meer dubbele bindingen en kunnen
onderverdeeld worden in omega-3 en omega-6-vetzuren. Bij omega-3 vetzuren bevindt de eerste
dubbele binding zich op de derde plek gerekend vanaf het methyleinde (-CH3). Bij omega-6 vetzuren
bevindt de eerste dubbele binding zich op de zesde plek. Zowel het omega-3 vetzuur alfa-linoleenzuur
als het omega-6 vetzuur linolzuur is een essentieel vetzuur. Dat betekent dat we deze zelf niet kunnen
aanmaken en we er voldoende met de voeding van binnen moeten krijgen.
Lijnzaadolie is een olie die rijk is aan alfa-linoleenzuur. In theorie kunnen mensen alfa-linoleenzuur
omzetten in langere ketenvetzuren EPA en DHA. In de praktijk gebeurt die omzetting echter maar in
zeer beperkte mate. EPA en DHA kunnen daarom ook als essentieel beschouwd worden. Vis en algen
zijn goede bronnen van EPA en DHA. Zonnebloemolie is een voorbeeld van een olie die rijk is aan
omega-6-vetzuren.
Transvetzuren
In de natuur komen de dubbele bindingen in vetzuren meestal voor in de zogenoemde cis-
configuratie. Bacteriën in de magen van herkauwers en in industriële processen kunnen onverzadigde
vetzuren met dubbele bindingen in de cis-configuratie omzetten in de trans-configuratie. Hiermee
verdwijnt de knik uit het molecuul en wordt het recht. Rechte vetzuren kun je beter ‘stapelen’ dan
vetzuren met een knik. Hierdoor nemen ze minder plek in en vormen ze hardere vetten.
Transvetzuren komen nu nog voor in bepaalde bakkerijproducten (koek en gebak) en in dierlijke
producten zoals zuivel, boter en vlees.
Aanbevelingen Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad adviseert om zoveel mogelijk te eten volgens een meer plantaardig
voedingspatroon en om boter, harde margarine en bak- en braadvetten te vervangen door zachte
margarine, vloeibaar braadvet en plantaardige oliën.
1
,Artikel: Nieuwe kijk op verzadigd vet
Tegenwoordig verschuift de nadruk van het verlagen van de inname van
verzadigd vet naar (1) een hogere inname van groenten, fruit en omega-3-
vetzuren en (2) een lagere inname van zout en geraffineerde koolhydraten.
Verzadigde vetzuren kunnen onderling sterk verschillen in het effect op de
gezondheid; de lengte van de vetzuurketen speelt hierbij een belangrijke rol.
Het lichaam verwerkt niet alle vetzuren op dezelfde manier:
- Korte en middellangeketenvetzuren (t/m 10 C) worden gemakkelijk in
ons lichaam opgenomen; verhogen de cholesterolwaarden in het bloed
niet.
- Langeketenvetzuren worden minder gemakkelijk in ons lichaam
opgenomen; sommige verhogen de cholesterolwaarden in het bloed.
Vooral laurinezuur (C12:0), myristinezuur (C14:0) en palmitinezuur
(C16:0) zorgen voor verhoging van LDL-cholesterol, tevens verhogen ze
de totaal/HDL-cholesterolratio sterker dan meervoudig onverzadigde
vetzuren. Stearinezuur is een verzadigd langeketenvetzuur dat veel in
voeding voorkomt.
Verzadigd vet heeft een effect op hart- en vaatziekten; een te hoge inname verhoogd het risico op
hart- en vaatziekten in het algemeen of coronaire hartziekte in het bijzonder.
Het voedingsadvies gericht op de afname van hart- en vaatziekten zou gericht moeten zijn op het
verhogen van de inname van omega-3-vetzuur en groente en fruit, en het verlagen van de inname van
transvet en zout.
Vervangers van verzadigd vet
Het vervangen van verzadigde vetten door meervoudig onverzadigde vetten, levert een kleine bijdrage
aan het verminderen van het risico op hart- en vaatziekten. Het vervangen van verzadigde vetten door
koolhydraten laat daarentegen juist een verhoging van het risico op hart- en vaatziekten zien.
Verhoogde concentratie van kleine, dichte LDL-cholesteroldeeltjes, verlaagde HDL
cholesterolgehaltes en verhoogde triglyceridengehaltes zijn gezamenlijk een belangrijke indicator voor
het risico op hart- en vaatziekten.
Type vet In relatie tot hart- en vaatziekten
Positief Negatief
Verzadigd vet ++
Meervoudig onverzadigd vet +++
Enkelvoudig onverzadigd +
vet Heeft niet echt een toegevoegde
waarde, het heeft maar een heel
erg kleine beschermende werking.
Transvet +++
Vervanging van vet +
YouTube: LDL en HDL Cholesterol
Cholesterol is een vettige substantie gemaakt door de lever en komt ook het lichaam binnen door
voeding in de vorm van lipoproteïnen. Het lichaam heeft cholesterol nodig om hormonen en vitamine
D aan te maken en voor de productie van gal.
Er zijn 4 soorten lipoproteïnen, die cholesterol bevatten:
- LDL: ‘’slecht cholesterol’’
LDL transporteert door de bloedbaan en voorziet endotheelcellen van de hoeveelheid
cholesterol die zij nodig hebben. Als het lichaam te veel LDL heeft, kan het opslaan in de
wanden van de slagaders. LDL en andere substanties die aan de wanden van de slagaders
gaan zitten, vormen plaque. Plaque kan de slagader doen vernauwen en de
bloeddoorstroming verminderen. LDL stuurt cholesterol richting de plaque; dit is waarom LDL
wordt gezien als slecht cholesterol.
- HDL: ‘’goed cholesterol’’
HDL helpt overtollige hoeveelheid cholesterol van de cellen verwijderen en voorkomt hiermee
de vorming van plaque; dit is waarom HDL wordt gezien als goed cholesterol.
2
, HDL retourneert de overtollige hoeveelheid cholesterol naar de lever, die vervolgens zorgt dat
cholesterol het lichaam verlaat.
Zorgstandaard Cardiovasculair Risicomanagement 2013
Hart- en vaatziekten zijn de meest voorkomende ziekten in Nederland. Het gaat bijvoorbeeld om een
hartinfarct, angina pectoris (hartkramp), een beroerte, hartfalen of etalagebenen.
Veel hart- en vaatziekten ontstaan doordat slagaders langzaam dichtslibben of zelfs verstopt raken.
Dat kan gebeuren door een ongezonde leefstijl (roken, te veel alcohol drinken, ongezond eten en/of te
weinig bewegen), maar ook door een erfelijke aanleg, hoge bloeddruk, hoog cholesterol of diabetes
mellitus kunnen hart- en vaatziekten ontstaan.
Hart- en vaatziekten zijn deels te voorkomen of te vertragen door tijdig de risicofactoren te
behandelen, het zogenoemd cardiovasculair risicomanagement (CVRM). CVRM heeft betrekking op
alle door atherosclerose veroorzaakte vaataandoeningen (hoofd, hart en perifeer) en op
atherotrombose. Diverse cardiovasculaire ziekten kunnen onstaan afhankelijk van de plaats van de
plaques in de slagaders. Deze ziekten kunnen zich lokaliseren in de coronaire arteriën (angina
pectoris en myocardinfarct), de arteriën naar de hersenen (transient ischemic attack en cerebraal
vasculair accident), perifere circulatie (claudicatio intermittens en gangreen) en de renale arteriën of
het vaatbed in de nieren (nierziekten) en in het netvlies.
Slagaderverkalking
Het proces van dichtslibben heet slagaderverkalking of atherosclerose. Slagaderverkalking is een
normaal verouderingsproces. Het begint met een kleine beschadiging aan de binnenkant van een
slagader. Hierin kunnen bloedcellen en vetachtige stoffen achterblijven. Daardoor ontstaat er een
verdikking. Dit leidt tot nauwe slagaders of zelfs tot verstopping. Er kunnen ook bloedstolsels ontstaan
(trombose). Als een bloedstolsel loslaat, kan dit door de bloedstroom worden meegevoerd en een
kleiner bloedvat afsluiten. De slagaders naar het hart, de benen en de hersenen slibben meestal het
eerst dicht en krijgen dan te weinig of geen bloed meer, met als gevolg een hart- of vaatziekte.
Het proces van slagaderverkalking kan jaren duren voordat er klachten ontstaan. Slagaderverkalking
wordt daardoor vaak laat ontdekt.
- Mannen hebben vaak de klassieke vorm van slagaderverkalking: vernauwingen zitten meestal
opeengehoopt in een grotere tak van de kransslagader
- Bij vrouwen vernauwen de kransslagaders zich meestal in een langzamer tempo en over een
grotere lengte. Ook de kleine uitlopers van de kransslagaders hebben dus vernauwingen. Dit
wordt ook wel het microvasculair syndroom genoemd.
Geïndiceerde preventie heeft tot doel om HVZ
bij patiënten met een verhoogd risico op HVZ te
voorkomen.
Zorggerelateerde preventie is erop gericht om
verergering, complicaties of beperkingen van een
HVZ te beperken én om een nieuwe HVZ te
voorkomen.
Risicofactoren
De kans op het krijgen van een HVZ, hangt af
van verschillende risicofactoren. Op sommige
risicofactoren heb je nauwelijks of geen invloed;
op andere risicofactoren heb je wel invloed.
Risicofactoren verhogen de kans op HVZ, of ze verergeren bestaande HVZ. Risicofactoren
beïnvloeden en versterken elkaar. Uw voeding heeft bijvoorbeeld invloed op uw cholesterolgehalte en
uw bloeddruk. Als u te veel eet, komt u aan. Weegt u te veel, dan wordt uw bloeddruk hoger. Vaak
gaat dat samen met een hoog cholesterolgehalte.
Niet beïnvloedbare risicofactoren Beïnvloedbare risicofactoren
Hart- en vaatziekten: mensen die een HVZ hebben gehad, Verhoogde bloeddruk: wanneer de bloeddruk lange tijd
hebben een hoger risico. verhoogd is, raakt de binnenkant van de bloedvaten
beschadigd.
Reumatoïde artritis verhoogt het risico. Verhoogd cholesterolgehalte: bij een verhoogd LDL-
cholesterol neemt de kans op slagaderverkalking toe.
HDL-cholesterol voert vetten die niet nodig zijn, af naar de
3
, lever en beschermt hiermee het lichaam tegen HVZ.
Diabetes mellitus verhoogt het risico. Slechte regulatie van bloedglucose bij diabetes: te vaak een
te hoog glucosegehalte in het bloed bij patiënten met
diabetes verhoogt het risico.
Leeftijd: bij het ouder worden, neemt het risico toe. Verminderde nierfunctie: betekent een verhoogd risico.
Geslacht: mannen hebben meer kans om op jongere leeftijd Roken: nicotine verhoogt de hartslag, vernauwt de
een HVZ te krijgen dan vrouwen. bloedvaten, verhoogt de bloeddruk en leidt tot
Mannen van 55+ hoog risico. slagaderverkalking.
Bij vrouwen neemt deze kans vooral toe na de overgang (dit
geldt vooral bij vrouwen die zwangerschapscomplicaties
hebben doorgemaakt, zoals zwangerschapsdiabetes,
zwangerschapsvergiftiging of verhoogde bloeddruk).
Erfelijkheid: als ouders/broers of zussen een HVZ heeft Overgewicht: verhoogt het cholesterolgehalte in het bloed en
gekregen bij een leeftijd <65 jaar, is het risico op het krijgen de bloeddruk. Overgewicht kan de stofwisseling in de war
van een HVZ hoger. brengen.
Etniciteit: negroïde ras heeft een hoger risico op HVZ. Ongezonde voeding: eten waarin te veel verzadigd vet en/of
zout zit, verhoogt de bloeddruk en het cholesterolgehalte in
het bloed.
Te veel alcohol: slecht voor het lichaam en verhoogt het
LDL-cholesterol en de bloeddruk.
Te weinig lichaamsbeweging: bewegen verlaagt het
cholesterolgehalte, de bloeddruk, het gewicht en de
bloedglucosewaarde.
Stress: verhoogt de bloeddruk en leidt vaak tot een
ongezonde leefstijl. Een ongezonde leefstijl verhoogt de
bloeddruk en het cholesterolgehalte.
Trombose: te snel stollen van het bloed verhoogt het risico
op het krijgen van een HVZ.
Roken vormt een groot risico voor het krijgen van complicaties of een (nieuw) HVZ. Door te stoppen
met roken worden de bloeddruk en het HDL-cholesterol beter. De vaatwand wordt gezonder en
het ontstaan van atherosclerose vertraagt waardoor er ook minder kans op trombose is.
Een gezonde voeding levert de juiste hoeveelheden nutriënten die een individu nodig heeft. Gezonde
voeding voorkomt of leidt tot uitstel van het krijgen van HVZ of van complicaties. Bij de
voedselconsumptie in relatie tot HVZ wordt specifiek gelet op het ruim gebruik van groenten en fruit
(dagelijks 200 gram groenten en 2 stuks fruit), (vette) vis (eet twee keer per week vis, waarvan
tenminste één keer vette vis) en voedingsvezels. Daarnaast moet er aandacht zijn voor de energie-
inname, vetzuursamenstelling en het verminderen van natrium in de voeding (maximaal 2400 mg per
dag). Een reductie van het lichaamsgewicht door een energiebeperkt dieet leidt tot een daling
van de bloeddruk en een verbetering van het HDL-cholesterol. Een verlaging van de
natriuminname leidt tot een daling van de bloeddruk. Een beperking van de inname van
verzadigd vet leidt tot een daling van het LDL-cholesterol. Vervang van verzadigde vetzuren
voor meervoudig onverzadigde vetzuren heeft een positief effect en leidt tot verbetering van
het HDL-cholesterol. Het gebruik van omega-3-vetzuren in visolie heeft met name invloed op
het sterfterisico als gevolg van acute hartdood.
Een matig gebruik van alcohol heeft een beschermend effect op HVZ en heeft een gunstig
effect op het HDL-cholesterol. Het advies van de Gezondheidsraad voor het gebruik van alcohol is
voor vrouwen 1 glas per dag en voor mannen 2 glazen per dag. Drink zeker twee dagen per week
geen alcohol.
Te weinig beweging verhoogt de kans op HVZ. De combinatie van te weinig bewegen met roken, te
weinig groenten en fruit en te veel alcohol vergroot het risico op voortijdige dood met een factor 4.
Meer bewegen heeft een gunstig effect op verschillende risicofactoren zoals een verlaging van
de bloeddruk (systolische bloeddruk 4-10 mmHg, diastolische bloeddruk 3-8 mmHg),
vermindering van overgewicht/obesitas, een gunstige verandering van het cholesterolgehalte
en een verminderde kans op het onstaan van DM. Het verhogen van de lichamelijke activiteit
heeft ook gunstige effecten op de HVZ zelf. De norm voor gezond bewegen is ‘ten minste 5 dagen
per week 30 minuten per dag matig intensief inspannen, zoals fietsen, stevig wandelen, tuinieren’.
Voor mensen met overgewicht is het gewenste aantal minuten per dag minimaal 60. Om een goede
conditie van het hartvaatstelsel te bewerkstelligen is het nodig om driemaal per week ten minste 20
minuten intensief te bewegen.
Overgewicht is een veelvoorkomend probleem bij patiënten met een verhoogd risico op HVZ.
4
, Overgewicht en met name obesitas heeft een negatief effect op alle risicofactoren: het
lipidenprofiel, de bloeddruk en het glucosegehalte.
BMI tussen de 18,5 kg/m2 en 25 kg/m2 = gezond gewicht.
Middelomtrek <80 cm bij vrouwen en <94 cm bij mannen = gezonde vetverdeling.
Middelomtrek >88 cm bij vrouwen en >102 cm bij mannen = verhoogd risico op HVZ.
Afvallen is gunstig voor uw gezondheid, omdat het cholesterolgehalte en de bloeddruk dalen.
Stress, angst en depressie hebben invloed op de incidentie van HVZ. Bij stress wordt er vaker
clustering van risicofactoren gevonden met ongezonder gedrag en minder therapietrouw. Daarnaast
vragen patiënten met stress minder snel hulp. Stress is slecht voor uw gezondheid, probeer stress
zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen. Zorg voor goede ontspanning.
Een hoge bloeddruk (>140 mmHg, bij 80+ >160 mmHg) is iets dat we vaak terugzien bij HVZ, ook
al is de behandeling gericht op het verlagen van de bloeddruk. Oorzaken hiervoor kunnen zijn het
aanhoudend van een ongezonde leefstijl, waardoor overgewicht kan ontstaan. Ook stress, lichamelijke
klachten, sommige medicatie, voedingsstoffen of genotsmiddelen en te weinig bewegen kunnen leiden
tot een hoge bloeddruk. De bloeddruk kan verlaagd worden door aanpassing van de leefstijl
(stoppen met roken, beperking van overgewicht, zout en alcohol, verbetering van voedings- en
bewegingspatroon) en door gebruik van medicijnen.
Voor patiënten met (een verhoogd risico op) HVZ wordt gestreefd naar het bereiken van een LDL-
cholesterol van <2,5 mmol/l. Factoren die het cholesterolgehalte verhogen zijn onder andere een te
hoge inname van verzadigd vet, transvetzuren en voedingscholesterol, roken, overgewicht, familiaire
aanleg en lichamelijke inactiviteit. Het LDL-cholesterol kan verlaagd worden door aanpassing van
de leefstijl (stoppen met roken, beperking van overgewicht, alcohol, gezonde voeding, meer
bewegen) en door gebruik van medicijnen.
Het bloedglucosegehalte wordt gemeten om te bepalen of er mogelijk sprake is van een gestoorde
glucosetolerantie of DM. Voor de schatting van het risico op HVZ is dit echter niet noodzakelijk. De
diagnose DM wordt vastgesteld bij twee nuchtere glucosewaarden boven de afkapwaarden op twee
verschillende dagen binnen een korte periode: >6,9 mmol/l veneus of één randombepaling van het
glucosegehalte van >11,0 mmol/l. Is er sprake van diabetes, dan is het belangrijk dat de
hoeveelheid glucose in het bloed zo normaal mogelijk is en blijft, dit helpt het risico op HVZ
lager te maken.
Risico
Patiënten die al een HVZ hebben gehad, hebben in elk geval een verhoogd risico op het krijgen van
een HVZ, daarbij wordt geen schatting van het risico gemaakt.
Patiënten met diabetes mellitus of reumatoïde artritis hebben een hoger risico, daarom wordt
voor de berekening van het risico 15 jaar bij de leeftijd opgeteld.
- Systolische bloeddruk (SBD) >140 mmHg of gebruik van antihypertensiva
- Totaalcholesterol (TC) >6,5 mmol/l of gebruik van statines (cholesterolverlagende middelen)
- Rokers >50 jaar
- Een belaste familieanamnese voor HVZ (ouder, broer of zus met HVZ <65 jaar)
- Chronische nierschade
Tot slot kunnen er nog andere aanleidingen zijn om een risicoprofiel op te stellen, bijvoorbeeld bij
klachten die kunnen wijzen op HVZ, rookgedrag, overgewicht (post)menopauze en als de patiënt het
wenst.
Om een inschatting te maken van het risico worden de bloeddruk, lengte, gewicht en middelomtrek
gemeten. Ook wordt het bloed onderzocht, daarbij wordt gekeken hoeveel cholesterol en glucose er in
het bloed aanwezig is. Het lipidenprofiel wordt gebruikt om het risico op hart- en vaatziekten in
te schatten. Het lipidenprofiel bestaat uit de bepaling van totaalcholesterol, HDL-cholesterol,
LDL-cholesterol en triglyceriden. Ook wordt de verhouding van totaalcholesterol en HDL-
cholesterol berekend. Bloedprikken gebeurt meestal nuchter. Tevens wordt gecontroleerd hoe de
nieren werken. De hoeveelheid creatinine in het bloed zegt iets over eventuele schade aan de nieren.
Wanneer blijkt dat de nieren het bloed niet meer voldoende zuiveren, is dat slecht voor hart- en
bloedvaten. Vaak wordt ook de urine onderzocht. Er wordt gekeken of er eiwit in de urine zit, als de
urine eiwit bevat, kan dat een aanwijzing zijn voor nierschade. Soms wordt de bloeddruk gemeten met
5