Samenvatting hoofdstuk 5: NB, les 32, les 33
NB – De Griekse wereld
Alle gebieden aan het oosten van de Middellandse zee die de Romeinen wouden veroveren
waren Grieks. De Romeinen kregen te maken met het hellenisme dat was ontstaan onder de
Macedoniër Alexander de Grote. Sommige van zijn soldaten waren daar getrouwd met
vrouwen uit het oosten en er waren steden die Alexandrië heette en Grieks bestuur hadden.
Van deze Griekse wereld leerden de romeinen de beeldhouwkunst, cultuur en architectuur.
Ze zagen wereldwonderen, kwamen in de bibliotheek van Egyptisch Alexandrië (centrum van
wetenschap en cultuur) en gingen naar filosofenscholen in Athene. De romeinen voelden
zich hiertegenover onontwikkeld en lieten beelden, kunstwerken en kunstenaars (om
wandschilderingen en mozaïekvloeren te maken) naar Romeins gebied komen.
De romeinen kregen dit gebied in 3 oorlogen. Halverwege de tweede eeuw v.chr. kregen ze
oud Griekenland en later de provincie Asia (kuststreek West-Turkije). Alexandrië in Egypte,
Syracuse op Sicilië, Antiochië in Syrië en Rome maakten een groei door, maar door deze groei
moesten veel spullen geïmporteerd worden. Met handel over zee (land is duur) kwam vooral
graan uit Sicilië, Noord-Afrika en Egypte door overvloeden van de Nijl. Naast graan werd er
wijn, olijfolie, bouwmaterialen (marmer) en slaven. Op het eiland Delos waren hiervoor
slavenmarkten.
Door het veranderlijke weer op zee ging de handel niet altijd goed. De afgelopen decennia
komen er steeds berichten over de ontdekkingen van kostbare scheepsladingen van schepen
die op de Middellandse zee liggen. Deze zee werd begin 20e eeuw ‘het rijkste museum van de
klassieke oudheden’ genoemd. Hiervan krijgen ‘kunstwrakken’ met beelden de meeste
publiciteit, toch zijn het vooral handelsschepen. De bodem van de Middellandse Zee wordt in
kaart gebracht met hoogwaardige technologie, hierop worden scheepswrakken en oude
havens aangegeven.
Les 32 – Alexander
Toen Philipuss in 336 v.chr. stierf kreeg zijn zoon Alexander de koningstitel van Macedonië,
een wraakgevoel tegen de Perzen en een onverslaanbaar leger dat speren van vijfeneenhalve
meter gebruikte waarbij Alexander voorop ging met zijn paard Bucephalus. Na de orde in
Griekenland te krijgen ging hij in 334 v.chr. met 40.000 man naar Klein-Azië waar hij een
einde maakte aan de Perzische overheersingen in Griekse steden. In Libanon had hij een
beleg van 7 maanden nodig om de havenstad Tyrus te krijgen. Daarna ging hij door Irak, Iran
en Afghanistan naar de grens van India. Hinderlagen, onherbergzame gebieden,
sneeuwjachten, hitte en voedselgebrek kon hem niet stoppen. Maar in 327 v.chr. weigerden
de soldaten verder te gaan en keerde Alexander terug.