Patiëntcollege
• Patiënt
o Heeft ziekte van Crohn.
o Heeft langdurende pijn.
o Blijkt een abces rechts achterin te zijn.
o Incisies helpen niet, komt geen pus uit.
• CT-scan
o Kleurverschil → vocht, anders een donkerdere kleur.
o Farynxboog aan rechterkant loopt naar binnen.
o Nierfunctiestoornis wanneer je in een korte veel NSAIDs doseert.
o Chronisch gebruik NSAID → maagschade.
• Vragen:
o Waarom vermindert pijn doen?
o Wat is de diagnose toen de patiënt weer terugkwam op dinsdag? Wat is de diagnose toen de patiënt weer
terugkwam op donderdag? (Nu wel pus).
• Drain aanleggen voor:
o Spoeling
o Ervoor zorgen dat het niet weer dicht gaat.
College peri-apicale ontstekingen
• Odontogene ontsteking: uitbreidingen van ontstekingen die uitgaan van de dentitie. Geen pulpitis, cariës maar
ontstekingen in relatie tot het gebit.
• Ontsteking: afweerreactie van levend weefsel op een prikkel van bacteriële, chemische of fysische aard.
o Doel lichaam: reactie uitschakelen van oorspronkelijke agens en voorkomen van verspreiding hiervan.
o Ontstekingsreactie van het lichaam is altijd hetzelfde ondanks aard infectie.
▪ Mechanisme is wellicht anders, maar reactie is altijd zo:
• Acute ontsteking
o Vasodilatatie: bloedvaten open laten staan.
o Plasma exsudatie
o Migratie macrofagen/leukocyten
▪ Witte bloedlichaampjes, macrofagen en leukocyten komen in actie.
o Klinisch: rubor, calor, dolor, tumor, functiona laesa.
▪ Acute ontsteking op basis van infectie heeft deze eigenschappen.
▪ Eigenschappen kunnen wellicht ook ontbreken. Ontdekken waarom dit zo is!
• Chronische ontsteking
o In tandheelkunde: gingivitis en parodontitis. Parodontitis → verlies aanhechting en
binnen in pocket granulatieweefsel. Chronische ontstekingsweefsel verdwijnt bij
verwijderen van prikkeling.
▪ Zenuwprobleem in gebitselement bv. waarbij perifeer granuloom lijkt te
ontstaan → tandarts moet goede endodontische behandeling doen → pijn
weg en ontsteking weg.
o Proliferatie van weefsel: doel = bron van infectie opruimen. Dus tand opruimen.
▪ Behandeling: behandelaar of patiënt wint? → Behandelaar moet winnen..
o Langere aanloop:
o Infiltratie macrofagen, lymfocyten:
o Granuloomvorming:
o Fibrosering:
• Infectie: ontstekingsreactie a.g.v. micro-organismen. Alle andere eigenschappen en kenmerken:
o Bacteriële infectie
o Schimmelinfectie
o Virale infectie
• Intacte afweer tegen micro-organismen, indringers via:
o Lokale/humorale/cellulaire afweer → falen van afweer zorgt voor snelle uitbreiding en vertraagde/gestoorde
genezing.
o Lokale afweer
▪ Intacte anatomie
• Mucosa is een fysieke barriere.
• Ketatine.
• Cytokines.
▪ Normale secretie/drainage
• Normale speekselsecretie van patiënt, belangrijk voor afweer van patiënt.
• Slikpatroon
▪ Mucosale immuunsysteem
, • SIgA
▪ Lichaamseigen flora
• Kolonisatie resistentie → kickt de indringers eruit waardoor je niet ziek wordt als je een tomaat
eet.
▪ Patiëntcollege → patiënt heeft acute ontsteking en tandarts trekt een tand. Tandarts zorgt voor
probleem in lokale afweer
• Slijmvlies kapot maken.
• Pijn door behandeling → anders slikken.
• Patiënt krijgt wel/geen ontsteking afhankelijk van locale afweer → vaak afhankelijk van de
anatomie.
▪ Cytokines
• Eiwitten die signalen overbrengen bij immuunrespons
o Interleukinen Il-1/IL-15
▪ IL-1: fagocyten naar ontstekingsgebied.
▪ IL-6: osteoclasten activiteit verhoogd.
o CSF: stimulatie beenmerg.
o TNF-alfa
▪ Fagocytose, stimuleert botresorptie
o TGF-beta: celdeling epitheliale cellen
o Humorale afweer (B- en T-cellen)
▪ Specifiek
▪ Herkennen van lichaamsvreemd materiaal.
▪ Niet cellulair systeem.
▪ Immuunglobulines
• Geproduceerd door: B-lymfocyten
▪ Complement systeem
• Onderscheid lichaamseigen vs. lichaamsvreemd met C3b.
• Geproduceerd door: lever, B-lymfocyten
• Zorgt ervoor dat fagocyterende cellen het complement gaan
herkennen op de bacterie. Bacterie wordt afgevoerd als deze
herkend wordt door het immuunsysteem.
o Fagocytaire proces: opsonisatie.
• Complement kan ook ervoor zorgen dat de bacterie direct
kapot gaat → lysis van de cel.
• Zorgt ervoor dat de fagocyten op de plek des onheils terecht
komen → gaan naar plek van zwelling (veel ontsteking).
• Activatie leukocyten: chemotaxis.
• Membraan aanval complex (MEC).
• Directe lysis met name G- bacteriën.
▪ Mensen in populatie → ene wordt wel ziek en de ander wordt niet
ziek. Ligt aan dit systeem! Afweersysteem werkt bij de een beter dan
bij de ander.
▪ Herkennen van antigeen
• IgG (75%): G+ bacteriën
• IgA (15%): Voorkomen hechting
• IgM (7%): G- bacteriën
• IgD (2%): functie niet duidelijk
• IgE (1%): overgevoeligheidsreactie