Bedrijfsadministratie 3
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 2. De kosten van grond- en hulpstoffen ........................................................................ 2
2.1 Kosten en kostensoorten ............................................................................................................... 2
2.2 De administratie tegen vvp ........................................................................................................... 2
2.3 Vaste verrekenprijzen inclusief diverse kosten ............................................................................ 4
Hoofdstuk 3. De kosten van menselijke arbeid............................................................................... 7
3.1 De loonkosten ................................................................................................................................ 7
3.2 Overige kosten van menselijke arbeid.......................................................................................... 8
Hoofdstuk 4. De kosten van vaste activa...................................................................................... 10
4.1 De afschrijving op vaste activa ................................................................................................... 10
4.2 Buitengebruikstelling en verkoop van vaste activa ................................................................... 10
4.3 Niet-voorziene revisies van vaste activa .................................................................................... 12
4.4 De kosten van grond.................................................................................................................... 13
Hoofdstuk 5. De overige kostensoorten ....................................................................................... 15
5.1 De kosten van diensten van derden............................................................................................ 15
5.2 De kosten van belastingen .......................................................................................................... 15
5.3 De interestkosten ........................................................................................................................ 16
5.4 De dotaties aan voorzieningen ................................................................................................... 16
Hoofdstuk 6. Het toerekenen van kosten aan orders .................................................................... 18
6.1 Het toerekenen van de directe kosten aan orders ..................................................................... 18
6.2 Het toerekenen van de indirecte kosten aan orders .................................................................. 19
Hoofdstuk 7. De kostenplaatsenmethode .................................................................................... 21
7.1 De toerekening van de indirecte kosten volgens de kostenplaatsenmethode ......................... 21
7.2 De voorcalculatorische kostenverdeel- en dekkingsstaat ......................................................... 23
7.3 Nadere bijzonderheden over het berekenen van de tarieven in de kostenplaatsen ................ 24
Hoofdstuk 8. Boekingen bij toepassing van de kostenplaatsenmethode ....................................... 25
8.1 De nacalculatorische kostenverdeel- en dekkingsstaat ............................................................. 25
8.2 De boekingen van de indirecte kosten bij toepassing van de kostenplaatsenmethode .......... 25
Hoofdstuk 9. De budgettering van de indirecte kosten ................................................................. 26
9.1 Indirecte-kostenbudgetten.......................................................................................................... 26
Hoofdstuk 10. Het budget en de boekhouding ............................................................................. 29
10.1 De Z-figuur in rubriek 5 ............................................................................................................. 29
10.2 De boekhouding voor een afdeling met een vast budget........................................................ 29
10.3 De boekhouding voor een afdeling met een variabel budget ................................................. 29
, 10.4 De boekhouding voor een afdeling met een gemengd budget ............................................... 30
Hoofdstuk 13. De fabrieksboekhouding bij Make-to-stock............................................................ 31
13.1 De boekingen van de gereedgekomen productie-orders bij Make-to-stock........................... 31
13.2 De boekingen van de goederen in bewerking bij Make-to-stock ............................................ 32
13.3 De boekingen in de rubrieken 7 en 8 ........................................................................................ 33
Hoofdstuk 14. De berekening en de analyse van het perioderesultaat .......................................... 35
14.1 De winst-en-verliesrekening op korte termijn.......................................................................... 35
14.2 De analyse van de afdelingsresultaten .................................................................................... 35
14.3 De analyse van het totale resultaat in rubriek 8 ...................................................................... 36
14.4 Nadere bijzonderheden over de resultatenanalyse ................................................................. 37
Hoofdstuk 23. Activity Based Costing en Activity Based Budgeting................................................ 39
23.1 Activity Based Costing ............................................................................................................... 39
23.2 Activity Based Budgeting .......................................................................................................... 40
Hoofdstuk 24. De boekhouding van de vennootschap onder firma ............................................... 41
24.1 De keuze van de ondernemingsvorm ....................................................................................... 41
24.2 De vennootschap onder firma................................................................................................... 41
24.3 De boekhouding van de vennootschap onder firma ................................................................ 41
Hoofdstuk 25. De boekhouding van de nv en de bv – het aandelenkapitaal .................................. 45
25.1 Algemeen ................................................................................................................................... 45
25.2 De keuze van de nv of de bv als ondernemingsvorm ............................................................... 45
25.3 Het aandelenkapitaal ................................................................................................................ 46
25.4 Omzetting van de ondernemingsvorm in een NV of een BV ................................................... 47
Hoofdstuk 26. De boekhouding van de nv en de bv – de winstverdeling ....................................... 48
26.1 Eenvoudige gevallen van winstbepaling en winstverdeling.................................................... 48
26.2 Nadere bijzonderheden over de winstverdeling ...................................................................... 49
Hoofdstuk 27. De boekhouding van de nv en de bv – de reserves ................................................. 51
27.1 Algemeen ................................................................................................................................... 51
27.2 Het ontstaan van reserves ........................................................................................................ 51
27.3 Motieven voor het vormen van winstreserves ......................................................................... 52
27.4 Bonusaandelen .......................................................................................................................... 53
Hoofdstuk 28. De boekhouding van de nv en de bv – het vreemd vermogen ................................. 54
28.1 Vormen van vreemd vermogen ................................................................................................ 54
28.2 De obligatielening ..................................................................................................................... 54
28.3 Boekingen in verband met een obligatielening ....................................................................... 55
28.4 De converteerbare obligatielening ........................................................................................... 56
,Hoofdstuk 2. De kosten van grond- en hulpstoffen
2.1 Kosten en kostensoorten
In dit deel van de serie Boekhouden nemen we de industriële onderneming als
uitgangspunt. Kenmerkend is het zgn. Transformatieproces.
Om de kosten van de opgeofferde productiemiddelen te weten, bepalen we van deze
productiemiddelen de geldwaarde; dit is de waarde uitdrukt in geld.
De definitie van kosten is als volgt;
Onder de kosten in een industriële onderneming verstaan we de geldwaarde van de
productiemiddelen die worden opgeofferd om eindproducten op de verkoopmarkt te
kunnen aanbieden.
Een belangrijke tegenstelling bij de kosten is die tussen werkelijke en toegestane kosten.
De werkelijke kosten berekenen we door de werkelijke verbruikte hoeveelheden van de
verschillende opgeofferde productiemiddelen te vermenigvuldigen met de werkelijke
inkoopprijzen.
De toegestane kosten berekenen we door de toegestane hoeveelheden van de verschillende
standaardprijzen. De toegestane hoeveelheid is de hoeveelheid die nodig is bij de meest
efficiënte fabricagemethode. De standaardprijs is gelijk aan de verwachte gemiddelde
inkoopprijs voor het productiemiddel in de komende periode.
De kostensoorten
De kosten kunnen we indelen in soorten of categorieën.
Onder een kostensoort verstaan we het totaal van de kosten die verband houden met het
aanwenden van een bepaald productiemiddel.
We onderscheiden de volgende kostensoorten:
• De kosten van grond- en hulpstoffen
• De kosten van menselijk arbeid
• De kosten van slijtende vaste activa
• De kosten van grond
• De kosten van diensten van derden
• De kosten van belastingen
• De interestkosten
• De kosten in verband met het vormen van voorzieningen
Enkele kostensoorten boeken we in rubriek 4 om redenen van doelmatigheid tegen
standaardprijzen. Prijsverschillen schakelen we al vóór rubriek 4 uit.
2.2 De administratie tegen vvp
Bij het maken van producten verbruiken we praktisch altijd zowel grondstoffen als
hulpstoffen.
Grondstoffen gaan op in het product. Hulpstoffen als benzine, olie, enz maken het
productieproces mogelijk, maar zijn niet terug te vinden in het product.
2
,Net als in deel 1 heb je bij deel 2 300 voorraad grondstoffen ook de rekening 320
prijsverschillen bij inkoop grondstoffen.
Inkoop tegen factuurprijs: €50.000
OB: €10.500
VVP: €54.000
Boeking:
300 Voorraad grondstoffen €54.000
180 Te vorderen OB €10.500
Aan 140 Crediteuren €60.500
Aan 320 Prijsverschillen bij inkoop Grondstoffen €4.000
Verbruik: €36.000 VVP
Boeking:
400 Verbruik grondstoffen €36.000
Aan 300 Voorraad grondstoffen €36.000
Vaststelling verbruikte hoeveelheden grondstoffen
Om de werkelijke verbruikte hoeveelheden van de verschillende grondstoffen te kunnen
vaststellen, maken we gebruik van één van de volgende twee methoden:
1. Directe verbruiksmeting;
2. Indirecte verbruiksmeting
Ad 1. Directe verbruiksmeting
In dit geval geeft een magazijnmedewerker de grondstoffen uit het magazijn af tegen
afgiftebonnen. Deze bonnen worden getekend door daartoe bevoegde personen in de
afdelingen waar de grondstoffen worden verbruikt. Aan de hand van deze bonnen worden
de voorraadadministratie (in hoeveelheden) en de financiële administratie bijgewerkt.
Het saldo van de collectieve grootboekrekening 300 Voorraad grondstoffen, met de daarop
aansluitende specificatie in de kwantitatieve voorraadadministratie, geeft dan aan de
voorraad die aanwezig moet zijn. Dit kunnen we controleren door inventarisatie van de
werkelijke aanwezige voorraad. Uit deze controle kunnen voorraadverschillen blijken.
Stel een nadelig voorraadverschil van €1.600,-
481 Voorraadverschillen €1.600
Aan 300 Voorraad grondstoffen €1.600
Ad 2. Indirecte verbruiksmeting
Bij deze methode bepalen we het grondstofverbruik in een bepaalde periode als volgt:
Beginvoorraad + ontvangen – eindvoorraad = verbruik.
Dus bv:
1/4 Voorraad 1.400 zakken
1/4-30/4 ontvangen 4.700 zakken+
6.100 zakken
30/4 Voorraad eind 2.100 zakken-
Verbruik 4.000 zakken
3
, Het bezwaar van deze methode is dat we steeds weer aan het eind van elke periode volledig
moeten inventariseren
Verder kunnen we met rekening 300 voorraad grondstoffen niet meer vaststellen: de
voorraad die aanwezig zou moeten zijn. Eventuele verschillen boeken we in het grootboek
als verbruik.
De invloed van prijswijzigingen op de vaste verrekenprijzen
Eerder stelden we al dat de vvp meestal voor een jaar worden berekend als gemiddelde van
de verwachte inkoopprijzen.
Aan het eind van het betrokken jaar kan blijken dat door belangrijke prijswijzigingen de vvp
voor het volgende jaar moeten worden herzien.
Een wijziging van de vvp leidt – bij verhoging – tot de journaalpost:
300 Voorraad grondstoffen €
Aan 320 Prijsverschillen bij inkoop grondstoffen €
2.3 Vaste verrekenprijzen inclusief diverse kosten
Bijkomende kosten bij de aankoop van grondstoffen verhogen de inkoopprijs van die
grondstoffen. Dergelijke inkoopkosten die rechtstreeks betrekking hebben op een bepaalde
ingekochte partij grondstoffen, noemen we directe inkoopkosten.
Omdat deze inkoopkosten rechtstreeks (= direct) betrekking hebben op de gekochte
grondstoffen, boeken we niet afzonderlijk op een resultaatrekening maar samen met de
inkoopprijs van de grondstoffen op de balansrekening 300 voorraad grondstoffen. We
noemen dit het activeren van kosten (= boeken op een balansrekening).
Wanneer we de voorraad administreren tegen vvp, nemen we daarom vaak in deze prijzen
een bedrag op voor directe inkoopkosten. De vvp van een bepaald type grondstof bestaat in
dit geval uit:
• De verwachte gemiddelde inkoopprijs, plus
• De verwachte gemiddelde directe inkoopkosten.
Hier volgt een voorbeeld.
Facturen → Grondstoffen
Register ontvangen facturen (= inkoopboek)
Grondstoffen 7.600 kg: €83.600
OB 21% €17.556
310 Nog te ontvangen grondstoffen €83.600
180 Te vorderen OB €17.556
Aan 140 Crediteuren €101.156
Magazijnontvangstenboek
Ontvangen van grondstof G27 6.800kg
Inkoopprijs: €74.800
Tegen vvp (€15 per kg) €102.000
300 Voorraad grondstoffen €102.000
Aan 310 Nog te ontvangen grondstoffen €74.800
Aan 320 Prijsverschillen bij inkoop grondstoffen €27.200
4