Bedrijfsadministratie 2
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 14. De permanence in de voorraad en in de brutowinst op verkopen .................... 2
14.1 Algemeen ................................................................................................................................................................. 2
14.2 Administratie van de voorraad tegen fifo-prijzen ............................................................................ 2
14.3 Administratie van de voorraad tegen vaste verrekenprijzen ..................................................... 3
Hoofdstuk 16. De ontvangst/afgifte van goederen en facturen op verschillende tijdstippen
.................................................................................................................................................................................. 5
16.1 De ontvangst van goederen en facturen op verschillende tijdstippen ................................... 5
16.2 De afgifte van goederen en facturen op verschillende tijdstippen ........................................... 6
Hoofdstuk 17. De permanence in de kosten en de baten ................................................................... 9
17.1 Kosten en uitgaven ............................................................................................................................................. 9
17.2 Baten en ontvangsten ....................................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 18. Boekingen in verband met personeelskosten, interestkosten en
interestbaten.....................................................................................................................................................10
18.1 Algemeen ...............................................................................................................................................................10
18.2 Personeelskosten ...............................................................................................................................................10
18.3 Interestkosten en interestbaten ................................................................................................................11
Hoofdstuk 19. Boekingen in verband met kosten van vaste activa ..............................................12
19.1 Kosten bij aankoop van vaste activa ......................................................................................................12
19.2 Afschrijvingskosten vaste activa ..............................................................................................................12
19.3 Kosten en resultaat bij verkoop van vaste activa ............................................................................13
19.4 Leasing van vaste activa ...............................................................................................................................14
Hoofdstuk 20. Boekingen in verband met kosten van vaste voorzieningen .............................15
20.1 Algemeen ...............................................................................................................................................................15
20.2 Garantievoorziening .......................................................................................................................................15
20.3 Voorziening milieuschade ............................................................................................................................16
20.4 Onderhoudsvoorziening ................................................................................................................................17
Hoofdstuk 22. Boekingen in verband met oninbare vorderingen en incourante voorraden
................................................................................................................................................................................19
22.1 Boekingen in verband met oninbare vorderingen ..........................................................................19
22.2 Boekingen in verband met incourante voorraden ..........................................................................21
,Hoofdstuk 14. De permanence in de voorraad en in de brutowinst op verkopen
Inkoopprijzen verandert in de loop van tijd. In dit hoofdstuk behandelen we enkele
methoden die dit probleem kunnen oplossen.
14.1 Algemeen
Om de brutowinst te berekenen, heb je 800 Inkoopprijs verkopen, en 840 Opbrengst
verkopen nodig.
Wanneer het saldo van een grootboekrekening uitsluitend een bezit, óf een schuld, óf een
resultaat voorstelt, spreken we van een zuivere grootboekrekening.
Het saldo van een zuivere bezit- of schuldrekening gaat naar de balans. Zo’n rekening
noemen we daarom ook wel een balansrekening.
Een zuivere rekening waarvan het saldo een resultaat voorstelt, is een hulprekening van het
Eigen vermogen en noemen we ook wel resultaatrekening.
Wanneer we in het grootboek uitsluitend werken met zuivere rekeningen, spreken we van
het toepassen van de Permanence. Door permanence toe te passen, is het mogelijk om over
een korte periode én kort na afloop van deze periode en winst-en-verliesrekening en indien
gewenst een balans op te stellen.
Bij toepassing van de permanence administreren we de voorraad goederen op de zuivere
rekening 700 Voorraad goederen. Deze rekening debiteren en crediteren we tegen dezelfde
prijs. Het crediteren tegen inkoopprijs kan problemen geven als de onderneming tegen
wisselende prijzen inkoopt.
14.2 Administratie van de voorraad tegen fifo-prijzen
Bij het ‘first-in-first-out’ (FIFO), beginnen we met als inkoopprijs van de verkopen te nemen
van de eerst ingekochte partij. Maar let op, dit betekent niet dat altijd uit de oudste partij
wordt geleverd.
Voorraadverschillen
Bij gebruikmaking van de permanence geeft het saldo van rekening 700 Voorraad goederen
aan: de voorraad (tegen inkoopprijs) die aanwezig zou moeten zijn. Dit saldo moet
aansluiten bij de eindtelling van de voorraadlijst uit de voorraadadministratie.
Om dit te ontdekken, moet je de aanwezige voorraad inventariseren. Bij de inventarisatie
stellen we allereerst de hoeveelheden vast. Vervolgens vermenigvuldigen we de
hoeveelheden met de inkoopprijzen. Als het goed is er match met 700 voorraad goederen
en met de eindtelling van de voorraadlijst (subadministratie). Zo kan eventueel nog een
voorraadverschil worden ontdekt.
Toepassing van het fifo-systeem vereist per artikel een zeer precieze partijenadministratie.
Voorbeeld
Datum Actie Aantal Partij Prijs p.s Totaal
01-jan Voorraad 20 Partij I 50 € 1.000
__________
€ 1.000
03-jan Verkoop 10 Partij I 50 € 500 <---
2
, Inkoopprijs
__________
€ 500
06-jan Inkoop 100 Partij 2 60 € 6.000
__________
31-jan Voorraad 10 partij I 50
100 partij II 60 € 6.500
Verkoop
130 Debiteuren 1210
aan 840 Opbrengst verkopen 1000
aan 181 Te betalen OB 210
+
800 Inkoopprijs verkopen 500
700 Voorraad 500
14.3 Administratie van de voorraad tegen vaste verrekenprijzen
Bij dit systeem schat een bedrijf – voor elk artikel afzonderlijk – de verwachte gemiddelde
inkoopprijs voor de komende periode.
Gedurende deze periode debiteren en crediteren we rekening 700 Voorraad goederen
steeds tegen deze verwachte gemiddelde inkoopprijs. We noemen de voor een artikel
verwachte gemiddelde inkoopprijs de vaste verrekenprijs van dit artikel.
Het werken met vaste verrekenprijzen heeft het voordeel dat de inkoopprijs van de
verkochte goederen zeer eenvoudig is te berekenen, namelijk: het verkochte aantal van een
bepaald artikel x VVP van dat artikel.
Wat moet er aan het eind van een boekingsperiode gebeuren met een saldo op rekening
720 Prijsverschillen bij inkoop?
Aan het begin merkten we al op dat we de VVP’s meestal voor een periode van een jaar
vaststellen.
In de loop van een boekjaar aan we rekening 720 Prijsverschillen bij inkoop:
• Debiteren als de werkelijke inkoopprijzen hoger zijn dan de VVP’s;
• Crediteren als de werkelijke inkoopprijzen lager zijn dan de VVP’s.
Als de schattingen van de VVP’s juist zijn, vallen de bedragen die we in de loop van een
boekjaar op rekening 720 Prijsverschillen bij inkoop debiteren en crediteren, voor een groot
deel tegen elkaar weg. Daarom gaat een saldo op deze rekening in de loop van een boekjaar
naar de balans! Rekening 720 prijsverschillen bij inkoop moet namelijk ‘de kans krijgen’
grotendeels glad te lopen.
Aan het eind van het boekjaar krijgen we een ander soort situatie. VVP is een
administratieve prijs, aan het eind van een boekjaar moet de voorraad gewaardeerd worden
tegen de werkelijk betaalde inkoopprijs.
Omdat de VVP’s aan het eind van het boekjaar nog steeds gelden, moeten we rekening 700
Voorraad goederen op de eindbalans opvoeren tegen deze VVP’s.
1. In dit geval kan rekening 800 worden genoemd: VVP van de verkopen.
3
, Met het saldo van rekening 720 Prijsverschillen bij inkoop handelen we als volgt:
1. Een deel van het saldo gaat naar de balans en moet samen met het saldo van
rekening 700 Voorraad goederen zorgen voor de vereiste waardering van de
goederenvoorraad tegen werkelijk betaalde inkoopprijs;
2. Het bedrag dat hierna resteert op rekening 720, boeken we via rekening 950
Resultaat prijsverschillen over naar de winst-en-verliesrekening.
Een voorbeeld is wanneer de 700 voorraad goederen op dit moment debet €60.000
weergeeft en 720 prijsverschillen bij inkoop credit €2.300.
De voorraad moet gewaardeerd worden op €58.200.
€60.000-€58.200 = €1.800. Dit gaat naar de balans.
Laatste stap is dan €2.300-€1.800, dan heb je nog maar €500 over en dit gaat dan naar 720
en 950.
Herziening van de vaste verrekenprijzen
In het begin van deze paragraaf stelden we dat een bedrijf de vaste verrekenprijzen meestal
voor een jaar berekent als gemiddelde van de verwachte inkoopprijzen.
Aan het eind van het betroken jaar kan blijken dat door belangrijke prijswijzigingen op de
inkoopmarkt de vvp voor het volgende jaar moeten worden herzien.
4