HC buik en bekken
HC29: topografie en klinische toepassing 1
We delen de buik in 9 of 4 delen om positie aan te duiden.
Colon sigmoideum is s vormig.
Caecum = blinde darm en de
appendix hangt hier aan.
Vanaf de maag heb je omentum majus, dat is een vetschort en bedekt de buikorganen. Als je het
omklapt dan neem je dikke darm mee en zie je de dunnen darm.
Dunne darm hangt aan het mesoterium, dit is onderdeel van het peritoneum.
De structuren zijn opgehangen aan of omgeven door peritoneum, of liggen buiten peritoneale holte.
Peritoneum bepaalt belangrijkste oriëntatie.
Nieren, aorta en vena cava zie je niet liggen als je ventraal naar een open buik kijkt. Deze liggen
achterin de buik → retroperitoneaal.
, Nu komt het radiologische deel.
- Conventionele radiologie:
röntgenfoto’s of fluoroscopie
o Afhankelijk van hoeveel
röntgenstralen worden
doorgelaten bepaald de kleur.
Als alle stralen worden
doorgelaten is het zwart, als het
wordt geobserbeerd is het wit.
o Je dient contrast doe, kan op
allerlei verschillende manieren
toegediend worden.
o We gebruiken contrast om:
▪ Onderscheid structuren
▪ Beoordelen afwijkende
aankleuring
▪ Beoordelen inhoud en
wanden van holle
structuren
▪ Ontplooiing van
structuren (darm,
urinewegen)
- CT – is ook röntgenstraling alleen met
draaiing.
o Digitaal, dus we kunnen instellingen doen.
o Je kan de dwarsdoorsnedes reconstrueren
en dan heb je andere doorsnede ook.
Je kijkt vanaf de onderkant naar de patiënt
HC29: topografie en klinische toepassing 1
We delen de buik in 9 of 4 delen om positie aan te duiden.
Colon sigmoideum is s vormig.
Caecum = blinde darm en de
appendix hangt hier aan.
Vanaf de maag heb je omentum majus, dat is een vetschort en bedekt de buikorganen. Als je het
omklapt dan neem je dikke darm mee en zie je de dunnen darm.
Dunne darm hangt aan het mesoterium, dit is onderdeel van het peritoneum.
De structuren zijn opgehangen aan of omgeven door peritoneum, of liggen buiten peritoneale holte.
Peritoneum bepaalt belangrijkste oriëntatie.
Nieren, aorta en vena cava zie je niet liggen als je ventraal naar een open buik kijkt. Deze liggen
achterin de buik → retroperitoneaal.
, Nu komt het radiologische deel.
- Conventionele radiologie:
röntgenfoto’s of fluoroscopie
o Afhankelijk van hoeveel
röntgenstralen worden
doorgelaten bepaald de kleur.
Als alle stralen worden
doorgelaten is het zwart, als het
wordt geobserbeerd is het wit.
o Je dient contrast doe, kan op
allerlei verschillende manieren
toegediend worden.
o We gebruiken contrast om:
▪ Onderscheid structuren
▪ Beoordelen afwijkende
aankleuring
▪ Beoordelen inhoud en
wanden van holle
structuren
▪ Ontplooiing van
structuren (darm,
urinewegen)
- CT – is ook röntgenstraling alleen met
draaiing.
o Digitaal, dus we kunnen instellingen doen.
o Je kan de dwarsdoorsnedes reconstrueren
en dan heb je andere doorsnede ook.
Je kijkt vanaf de onderkant naar de patiënt