NLT
Aarde in evolutie
1
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: De silicakringloop..............................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Grassen.............................................................................................................................5
Hoofdstuk 3: Paarden.............................................................................................................................8
Hoofdstuk 4: Diatomeeën....................................................................................................................11
Hoofdstuk 5: Walvissen........................................................................................................................15
Hoofdstuk 1: De silicakringloop
2
, Opdracht 1
a) Enkele ketens: Pyroxeen
Silicaten waarvan de SiO4 eenheden steeds drie zuurstofatomen delen: Amfibolen
Silicaten die bestaan uit siliciumatomen die alle vier de zuurstofatomen delen: Kwarts
Opdracht 2
a) Bij het maken van klei, porselein maken en medische toepassingen.
b) De kwartssprong: de kwartskristallen herschikken zich en alphakwarts worden betakwarts.
Organische bestanddelen en zwavelhoudende verbindingen oxideren bij hoge verhitting.
Sinteren: het vrije silicium smelt en de klei gaat sterk krimpen.
c) Als er dan water op de steen komt, dit alsnog tussen de platen kan gaan zitten waardoor het
weer zacht wordt en het huis dus zal instorten.
Opdracht 3
a) Diamant: atoomrooster
NaCl: ionrooster
C2H6) (s): molecuulrooster
Ir: metaalrooster
SiO2: ionrooster
b) Omdat diamant duurder is en carborundum dezelfde functie heeft.
c) Ze staan allemaal in groep 14 van het periodiek systeem.
d) - Vulkanisch kleimateriaal
- Poreus
- Mineraal
- Bestaat uit silicaten
- Kan 4 bindingen maken
Opdracht 4
a) Temperatuur, luchtaanvoer, vochtigheid.
b) Silica lost bijna niet op in water. Omdat de opaal een waterhoudende silica is kun je het
water verdampen zodat de silica overblijft. Dan kun je kijken hoeveel silica er over blijft en
kun je het percentage van het bodemmonster berekenen.
Opdracht 5
20 Tmol = 1012 mol
20 x 28,09 = 561,8 gram Si
561,8 x 1 x 106 = 5,618 x 108 microgram
5,618 x 108 = 2,809 x 108 deeltjes
Je kunt dus 2,809 x 108 diatomeeën skeletjes uit 20 Tmol halen.
Opdracht 6
Er kan nooit een zo grote toename zijn die de 1,3 mM naar 2 haalt.
Opdracht 7
Ze kunnen geen directe rol spelen bij de neerslag, omdat ze energie uit de redoxreacties halen.
Opdracht 8
In een grasland kom je meer opaal tegen.
3
Aarde in evolutie
1
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: De silicakringloop..............................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Grassen.............................................................................................................................5
Hoofdstuk 3: Paarden.............................................................................................................................8
Hoofdstuk 4: Diatomeeën....................................................................................................................11
Hoofdstuk 5: Walvissen........................................................................................................................15
Hoofdstuk 1: De silicakringloop
2
, Opdracht 1
a) Enkele ketens: Pyroxeen
Silicaten waarvan de SiO4 eenheden steeds drie zuurstofatomen delen: Amfibolen
Silicaten die bestaan uit siliciumatomen die alle vier de zuurstofatomen delen: Kwarts
Opdracht 2
a) Bij het maken van klei, porselein maken en medische toepassingen.
b) De kwartssprong: de kwartskristallen herschikken zich en alphakwarts worden betakwarts.
Organische bestanddelen en zwavelhoudende verbindingen oxideren bij hoge verhitting.
Sinteren: het vrije silicium smelt en de klei gaat sterk krimpen.
c) Als er dan water op de steen komt, dit alsnog tussen de platen kan gaan zitten waardoor het
weer zacht wordt en het huis dus zal instorten.
Opdracht 3
a) Diamant: atoomrooster
NaCl: ionrooster
C2H6) (s): molecuulrooster
Ir: metaalrooster
SiO2: ionrooster
b) Omdat diamant duurder is en carborundum dezelfde functie heeft.
c) Ze staan allemaal in groep 14 van het periodiek systeem.
d) - Vulkanisch kleimateriaal
- Poreus
- Mineraal
- Bestaat uit silicaten
- Kan 4 bindingen maken
Opdracht 4
a) Temperatuur, luchtaanvoer, vochtigheid.
b) Silica lost bijna niet op in water. Omdat de opaal een waterhoudende silica is kun je het
water verdampen zodat de silica overblijft. Dan kun je kijken hoeveel silica er over blijft en
kun je het percentage van het bodemmonster berekenen.
Opdracht 5
20 Tmol = 1012 mol
20 x 28,09 = 561,8 gram Si
561,8 x 1 x 106 = 5,618 x 108 microgram
5,618 x 108 = 2,809 x 108 deeltjes
Je kunt dus 2,809 x 108 diatomeeën skeletjes uit 20 Tmol halen.
Opdracht 6
Er kan nooit een zo grote toename zijn die de 1,3 mM naar 2 haalt.
Opdracht 7
Ze kunnen geen directe rol spelen bij de neerslag, omdat ze energie uit de redoxreacties halen.
Opdracht 8
In een grasland kom je meer opaal tegen.
3