Menswetenschappen in de verpleegkundige beroepsuitoefening
1.1
Filosoferen betekent diep nadenken, doordenken of overdenken, een wijsgerige bespiegeling
houden.
De flosofe wordt vanuit de oudheid (o.a. door �lato). in drie grote afdelingen gesplitst�
- De metafysica� de kennis van het meest wezenlijke van alles wat bestaat. Het gaat niet
zozeer om datgene wat je ziet, want dat zijn slechts onderdelen van het totaal, maar het gaat
om het allesomvatende weten.
- De praktsch normateve flosofe� de waardeleer met de ethiek als kern, die iets zegt over
wat goed en slecht, mooi en lelijk, juist en onjuist is.
- De logica, kennisleer en methodologie� de kritsche instante binnen de flosofe, waarbinnen
men onderzoekt of iets wat men beweert ook daadwerkelijk geldig is.
De metafysica zal uitspraken proberen te doen over zaken als ‘het leven en het mens zijn’ en deze
uitspraken zijn doorgaans van een hoog abstracteniveau en niet direct te koppelen aan een
bepaalde bewering maar aan meer overstjgende visies op het ‘leven en zijn in deze wereld’.
Bijvoorbeeld� de mens heef een vrije wil en kan een groot deel van zijn leven zelf vorm en inhoud
geven.
De waardeleer zal de ethische of normateve kant van een bewering onderzoeken. Dat betekent dat
zij uitspraken zal proberen te doen over wat men van kwaliteit van leven vindt en of daarin voor
verschillende leefijdsgroepen andere en voor die groep algemeen geldige opvatngen of normen
zijn te benoemen.
1.2
De antropologie is het wetenschapsgebied dat de herkomst, het wezen en de toekomst van de mens
bestudeert. Antropologie is de studie van de natuurhistorische ontwikkeling van de mens.
Fysische antropologie Binnen de antropologie worden het ontstaan van de mens, de evolute, de
genetca, de mutates, de selecte en de afstamming van de mens nader onderzocht en beschreven.
Culturele antropologie richt haar aandacht op de mens als cultuurdrager. Iedereen wordt binnen een
bestaande cultuur geboren en moet leren zich daarbinnen te ontwikkelen. Iedereen doorleef een
dynamisch proces waarin men leert omgaan met de culturele aspecten van het leven.
1.3
De flosofe is de wetenschap die bijdraagt aan de zorgvuldigheid waarmee we iets beweren en de
logica van wat we beweren.
Verpleegethiek
2.5
Enkele benaderingen van ethische keuzes�
1. Deugdenethiek� wat kenmerkt een goed mens?
2. �lichtethiek� de handeling beoordelen op grond van morele waarden.
3. Gevolgenethiek� wat levert het beste resultaat?
4. Zorgethiek� uitgaan van de specifeke zorgsituate.
, Deugdenethiek
In deze benadering van ethische kwestes staan de kwaliteiten van de handelende persoon, in ons
geval de verpleegkundige, centraal. Je kunt als ware proberen te laten zien wat je waard ben.
Aristoteles.
Toegepast op verpleegkundigen betekent dit dat je kwaliteiten zou moeten ontwikkelen die bij het
verplegen passen.
Gevolgenethiek
Kijkt vooral naar de resultaten van een handeling. De keuze wordt afankelijk gemaakt van een
afweging van de gevolgen.
�aternalisme de naam voor een houding of denkwijze waarbij iemand beslissingen voor een ander
neemt.
�aternalistsche verpleegkundige beslissen zelf, omdat zij aannemen beter te weten wat goed is voor
de zorgvrager.
Moralisme benadering waarin mensen hun eigen moraal proberen op te leggen aan anderen.
7.4
Figuur 1 vier benaderingen in de ethiek in grote lijnen
in een deugdenethiek wordt nagedacht over degene die handelt.
�lichtethiek ook wel plichtenleer of deontologie (deon=het nodige)..
In deze benadering worden principes en waarden als richtlijnen opgevat voor het handelen. De
morele juistheid hangt in een deontologische benadering niet af van de gevolgen, maar van het
karakter van de handeling zelf. De gevolgen van de handeling doen er niet toe. Volgens deze
benadering is een goed besluit het besluit dat het meest overeenstemt met een principe.
Bij een gevolgenbenadering is het juist omgekeerd. Hier zoekt men naar de beste gevolgen en houdt
men geen rekening met de aard van de handeling. Een andere naam hiervoor is consequentalisme.