De kracht van oplossingsgerichte therapie: een vorm van gedragstherapie
Oplossingsgerichte therapie is een vorm van kortdurende psychotherapie die zich niet bezig houdt
met probleemgedrag of klachten in het verleden of heden, maar zich richt op gewenst gedrag in de
toekomst en hoe dit doel stap voor stap te bereiken.
APA American Psychological Associaton.
De Positeve Psychologie gaat uit van de sterke kanten van de cliënt en de veronderstelling dat geluk
niet het gevolg is van alleen de juiste genen of toeval, maar dat geluk te vinden is door het
identiceren en gebruiken van de sterke kanten die de cliënt al heef, waaronder bijvoorbeeld
vriendelijkheid, originaliteit, humor, optmisme en generositeit.
De oplossingsgerichte therapie is in de jaren tachtg van de vorige eeuw ontwikkeld.
Enkele stellingen van de Shazer en Berg ten aanzien van oplossingsgerichte therapie zijn:
- De klasse van de problemen behoort niet tot de klasse van de oplossingen. De analyse van de
problemen is dus niet nutg om tot oplossingen te komen, de analyse van oplossingen van
de cliënt is dat des te meer.
- De cliënt is de expert van zijn therapie. Hij is het die zijn doel bepaalt en de weg om dit te
bereiken. De Shazer gaat ervan uit dat klachten of problemen een soort perronkaartjes zijn;
ze helpen de cliënt door de ingang, maar ze bepalen niet welke trein de cliënt neemt of waar
hij uitstapt. Waar iemand naartoe wil wordt dus niet bepaald door het vertrekpunt.
- Wat niet stuk is, moet je niet maken. Handen af van wat goed gaat in de beleving van de
cliënt.
- Als iets werkt, ga er mee door. Ook al is het iets totaal anders dan wat de therapeut verwacht
had.
- Als iets niet werkt, doe dan iets anders. Meer van hetzelfde leidt tot niets.
De oplossingsgerichte therapie is ontstaan uit het sociaal constructonisme, dat stelt dat het gevoel
van het individu over wat echt is – inclusief het idee over de aard van zijn problemen, competentes
en mogelijke oplossingen – in het leven geconstrueerd wordt in communicate over en weer met
anderen. Met anderen woorden: mensen verlenen ergens betekenis aan in communicate over en
weer met anderen en hierbij speelt taal een centrale rol.
Een geheel andere invalshoek biedt het Bio-Informate-model van Lang. Veranderen van de
emotonele reacte ten aanzien van bepaalde gebeurtenissen en situates, impliceert volgens Langs
theorie het wijzigen van de associateve netwerken die aan die emotonele reactes ten grondslag
liggen. De in het geheugen gecodeerde kennis moet dus worden gewijzigd.
In concrete zin komt dat erop neer dat gedragsverandering over het algemeen de beste weg lijkt te
zijn om emotonele kennis te wijzigen.
IPT interpersoonlijke psychotherapie.
Een variant van de oplossingsgerichte therapie is well-being therapy, een kortdurende
psychotherapeutsche strategie, waarbij onder andere persoonlijke groei, doel in het leven,
autonomie, zelfacceptate en positeve relates met anderen aan bod komen.
, De fasen van probleemgerichte therapie zijn:
1. Beschrijving van problemen en verzamelen van gegevens in een anamnese.
2. Probleemanalyse door de therapeut.
3. Bedenken van interventes door de therapeut.
4. Uitvoeren van interventes.
5. Evaluate en vervolgcontact.
De fasen van oplossingsgerichte therapie zijn:
1. De eerste vraag van de therapeut luidt: ‘Wat brengt u hier?’ of ‘Wat wilt u in dit gesprek/
deze gesprekken bereiken?’. De cliënt reageert hierop soms met een beschrijving van de
problemen, waar de therapeut respectvol naar luistert of de cliënt geef direct al het doel
van het gesprek/de gesprekken aan.
2. Ontwikkelen van duidelijk geformuleerde doelen. Hierbij is er een samenwerking met de
cliënt om beschrijvingen aan het licht te brengen van wat anders zal zijn in zijn leven
wanneer de problemen zijn opgelost. Soms wordt de ‘wondervraag’ gesteld: ‘Stel dat er
vannacht een wonder gebeurt, waardoor de problemen waarvoor u hier komt (voldoende)
werden opgelost, maar u wist het niet, want u sliep, waaraan zou u dan morgenochtend
merken dat het wonder was gebeurd? Wat zou er dan anders zijn en wat nog meer?’.
3. Schaten van de motvate van de cliënt. In het eerste gesprek schenkt de therapeut direct
aandacht aan de therapeutsche relate: betref het een bezoekerstypische, een
klaagtypische of een klantypische relate?
In een bezoekerstypische relate wordt de cliënt meestal gestuurd door anderen en heef zelf geen
hulpvraag om aan te werken. De therapeut kan dan alleen proberen een context te scheppen waarin
een hulpvraag mogelijk wordt.
In een klaagtypische relate geef de cliënt wel informate over het probleem of de klacht, kan er veel
lijdensdruk aanwezig zijn, maar ziet de cliënt zichzelf (nog) niet als deel van het probleem en/of de
oplossing. De ander/de wereld moet veranderen, niet de cliënt. De therapeut kan erkenning geven
voor het lijden van de cliënt en kan suggestes geven over het nadenken over, analyseren en
observeren van de klacht of de momenten waarop de klacht er niet of minder is.
In een klantypische relate ziet de cliënt zichzelf wel als deel van het probleem en/of de oplossing en
is gemotveerd eigen gedrag te veranderen.
- Exploreren van uitzonderingen. In deze fase wordt gevraagd naar de momenten in het leven
van de cliënt waarop de problemen niet voorkomen of minder ernstg zijn en naar wie wat
deed om de uitzonderingen te laten plaatsvinden. Deze stap vervangt het uitdenken van
interventes door de therapeut in de probleemgerichte benadering.
- Gebruiken van schaalvragen (0–10): om verbeteringen te ontdekken tussen aanmelding en
eerste gesprek, waarop voortgebouwd kan worden, om vooruitgang in de therapie te meten
en om motvate en vertrouwen te meten en te vergroten. Ook kunnen schaalvragen
toegepast worden bij shaping, diferentële bekrachtging van successieve approximates naar
een positeve gedragsvorm.
- Feedback aan het eind van de sessie. Aan het eind van ieder oplossingsgericht gesprek wordt
er na een korte denkpauze, waarin de therapeut nadenkt over het gesprek en mogelijke
feedback, een boodschap geformuleerd voor de cliënt, die complimenten bevat en meestal
enkele suggestes.
- Evalueren van vooruitgang. Bij oplossingsgericht werken wordt regelmatg met de cliënt
geëvalueerd hoe hij bezig is met het bereiken van zijn doelen. Als de vooruitgang is
ingeschaald, gaat het gesprek verder om te onderzoeken wat er nog moet gebeuren voordat
hij het idee heef dat de problemen (voldoende) zijn opgelost en dat hij eraan toe is de
hulpverlening te beëindigen.