1. Welke vrijheid is in het geding?
2. Is er sprake van een grensoverschrijdende factor?
3. Is er sprake van harmonisatiewetgeving over de casus?
4. Belemmering van de maatregel uit de wetgeving?
5. Is er een rechtvaardiging van de schending?
6. Conclusie
Stappenplan mededinging art. 101 VWEU:
1. Coördinatie
o Overeenkomst
o Besluit
o Onderling afgestemde feitelijke gedraging
2. Onderneming
3. Tussenstaatse handel
4. Beperking van de mededinging
Stappenplan mededinging art. 102 VWEU:
1. Onderneming
2. Machtspositie op interne markt of wezenlijk deel
o Relevante markt
o Machtspositie op relevante markt
o Wezenlijk deel interne markt
3. Misbruik
4. (Ongunstige) invloed op interstatelijke handel
, Week 1
Art. 26 WVEU: “De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer
van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd volgens de bepalingen van dit
Verdrag.”
- Als productiefactoren vrij kunnen bewegen, wordt de productie verhoogd en daarmee wordt ook
de welvaart verhoogd.
Het systeem voor goederen in de verdragen:
- Financiële handelsbelemmeringen
o Douanerechten en heffingen van gelijke werking (art. 28-32 VWEU)
o Fiscaal discriminatieverbod (art. 110 VWEU)
o Niet te rechtvaardigen
- Niet financiële handelsbelemmeringen
o Kwantitatieve beperkingen
o Maatregelen van gelijke werking
o In- en uitvoer
o Wél te rechtvaardigen
Art. 30 VWEU: “In- en uitvoerrechten of heffingen van gelijke werking zijn tussen de lidstaten
verboden. Zulks geldt eveneens voor douanerechten van fiscale aard.”
- Douanerechten: Betaling van geld voor importeren van goederen.
- Heffing van gelijke werking: Eenzelfde werking als een douanerecht.
Bijna totaalverbod op douanerechten en heffingen van gelijke werking, twee uitzonderingen:
- Vergoeding voor daadwerkelijke, vrijwillige door de overheid verleende dienst aan de importeur
of de exporteur (Commissie v. Luxemburg).
o Als lidstaat een bepaalde dienst aanbiedt aan in- en uitvoerders op vrijwillige basis dat deze
in- en uitvoerders voordeel oplevert, mag de lidstaat daar een vergoeding voor vragen.
- Reële kosten van door Europese wetgeving opgelegde heffingen voor keuringen (Bauhuis).
Art. 110 VWEU: “De lidstaten heffen op de producten van de overige lidstaten, al dan niet
rechtstreeks, geen hogere binnenlandse belastingen van welke aard dan ook dan die welke, al dan
niet rechtstreeks, op gelijksoortige nationale producten wordt geheven.
- Gelijksoortige producten (bijna identiek, bv. Cola en Pepsi) → gelijk belasten
- Producten die met elkaar concurreren (hebben een deel van elkaars eigenschappen, bv. Appels
en peren of wijn en bier) → niet belasten op een manier dat de eigen productie voordeel heeft.
o Niet per se gelijk trekken, maar protectionisme eruit halen.
Arresten
Commissie tegen Italië
- Statistiekrechten gelden als heffing van gelijke werking als bij douanerechten. Ze moeten buiten
werking worden gesteld tegenover de lidstaten.
- Er geldt een (bijna) absoluut verbod op de douaneheffingen en heffingen van gelijke werking.
Bauhuis tegen Nederland
- Indien Europese regelgeving lidstaten verplicht om bepaalde controles uit te voeren, zijn de
lidstaten gerechtigd om de reële kosten van de controles te verhalen op exporteurs en
importeurs.
Commissie tegen Luxemburg