Les 1
Er zijn 3 groepen organismen:
- Eukaryoten: gaan niet dood van antibiotica
- Archaea
- Bacteriën: gaan wel dood van antibiotica
Prokaryoten
Onder prokaryoten vallen archaea en bacteriën. Ze
kunnen tussen de 1-10 micrometer worden.
Prokaryoten hebben geen celkern, het DNA ligt los
binnen de cel. Ook is er vaak cirkelvormig DNA
(plasmiden, introns).
In de cellen zijn geen/weinig organellen aanwezig,
het enige organel dat ze wel hebben zijn
ribosomen. Voor de rest bestaat een cel uit
cytoplasma, nucleoïden en een plasmamembraan.
Prokaryoten zijn meestal unicellulair (eencellig)
- Ze kunnen aan elkaar zitten na celdeling
- Bacteriën kunnen ketens, trossen en biofilms (dingen als plaque) vormen.
Bacteriën
Ook bevatten sommige bacteriën een flagel, deze wordt gebruikt om voort te bewegen. De celwand
van deze groep bestaat vooral uit peptiglycogaan (glycoproteïne).
Gram positief wil zeggen dat er 1 membraan en 1 celwand is.
Gram negatief wil zeggen dat er 2 membranen zijn, de celwand zit tussen deze membranen in.
DNA samengevat: (DNA van een bacterie begint met formylmethionine)
- Cirkelvormig DNA
- 1 circulair chromosomaal DNA: zit vast aan histoneiwitten, DNA kan hierop bewegen een
histoneiwit kan opengaan, DNA wordt dan beschikbaar.
- haploïd
Maar 1-5% van alle bacteriën zijn ziekteverwekkers. Goede bacteriën remmen pathogenen
(competitie om voedsel en ruimte). Daarnaast verteren goede bacteriën deels ons voedsel en maken
nuttige stoffen als vitamine K en B12.
Archaea
Archaea hebben circulair DNA, deze worden ook wel
introns genoemd. Ook bevat de membraan van
archaea andere componenten dan die van bacteriën,
ze hebben namelijk andere lipiden. Daarnaast zijn er
meerdere soorten RNA polymerisatie (bacteriën
hebben 1 soort). Archaea hebben geen celwand en
worden ook wel eencellige prokaryoten genoemd. Ook
staan ze erom bekend dat ze niet goed willen groeien
in het lab.
1