Bestuursrecht regelt de relatie tussen:
Bestuursorgaan natuurlijk persoon
Bestuursorgaan rechtspersoon
Bestuursorgaan bestuursorgaan
Het bestuursrecht valt onder het publiekrecht. Daarentegen kan de overheid ook privaatrechtelijke
rechtshandelingen verrichten.
Wat regelt het bestuursrecht?
Organisatie
Hoe is het bestuur georganiseerd in Nederland?
Bevoegdheden
Welke bevoegdheden heeft het bestuur?
Normering
Welke rechtsnormen gelden voor het bestuur?
Handhaving
Hoe kan het bestuur naleving van normen afdwingen?
Rechtsbescherming
Hoe kunnen burgers zich beschermen tegen beslissingen en handelingen van het
bestuur?
De Gemeentelijke Dienst Beheer geeft papierleverancier Blanco opdracht het nieuwe
gemeentepapier te drukken (bestuursorgaan rechtspersoon).
DUO beslist dat Joep recht heeft op een uitwonende studiefinanciering (bestuursorgaan natuurlijk
persoon).
Paul vraagt een vergunning aan voor het plaatsen van een terras voor zijn café. De gemeente
Leeuwarden wijst de aanvraag af (bestuursorgaan rechtspersoon).
Nederland is een ‘democratische’ rechtstaat:
Eerbiedigen van fundamentele rechten en vrijheden van burgers
Inzetten voor het realiseren van rechten en vrijheden van burgers (klassieke en sociale
grondrechten)
Controle door volksvertegenwoordiging die gekozen is in de vrije verkiezingen
Eisen voor een rechtstaat:
Wetmatigheid van het bestuur: ingrijpen in leven burger MOET berusten op wet
(bestuursrechtelijke eis)
Controle door een onafhankelijke rechter (bestuursrechtelijke eis)
Evenwicht tussen de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht
(staatsrechtelijke eis)
Eerbiediging van de grondrechten van de burgers (staatsrechtelijke eis)
Wetmatigheid van het bestuur:
Legaliteitsbeginsel: de grondslag voor het handelen van het bestuur moet een democratische
wet zijn (ook als het in een lagere regeling staat zoals de APV)
, Specialiteitsbeginsel: bij uitvoering van de wet slechts die belangen behartigen waarvoor de
regeling gemaakt is
Algemene wet bestuursrecht (Awb):
1848 Thorbecke ziet de verhouding tussen de burger en de overheid als apart
rechtsgebied
Veel versnippering
1983 De wet stelt de algemene regels van het bestuursrecht vast (art. 107 GW)
1 januari 1994 Algemene wet bestuursrecht trad in werking
Aanbouwwetgeving: tranches
Bijzonder vs. algemeen bestuursrecht:
Het bijzondere deel bestuursrecht: meestal materieel bestuursrecht, soms ook formeel
bestuursrecht (WAO, WIA, WW, Participatiewet, Vreemdelingenwet 2000 etc.)
Het algemene deel bestuursrecht: zowel materieel als formeel bestuursrecht, op alle
bijzondere wetgeving van toepassing
Verhouding Awb en bijzonder wetten:
De algemene hoofdregel is dat bijzondere wetten voor algemene wetten gaan.
Bepalingen Awb hebben een verschillend karakter:
Dwingend recht (bijvoorbeeld art. 6:7 Awb)
Regelend recht gangbaar (bijvoorbeeld art. 4:1 Awb)
Aanvullend recht vangnet (bijvoorbeeld art. 3:6 Awb)
Facultatief recht (bijvoorbeeld art. 3:10 Awb)
Algemene wet bestuursrecht (Awb):
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 2 Verkeer tussen burgers en bestuursorganen
Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen over besluiten
Hoofdstuk 4 Bijzondere bepalingen over besluiten
Hoofdstuk 5 Handhaving
Hoofdstuk 6 Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter
Hoofdstuk 9 Klachtbehandeling
Hoofdstuk 10 Bepalingen over bestuursorganen
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
De Awb kent een opbouw die gaat van algemeen naar bijzonder.
De hoofdstukken 1 en 2 zijn het meest algemeen. Zij bevatten voornamelijk definitiebepalingen en
bepalingen voor het verkeer tussen burgers en bestuursorganen. Een bijzonder vorm van dit verkeer
is het nemen van besluiten jegens burgers. Daarvoor worden inhoudelijke en procedurele normen
gegeven in hoofdstuk 3. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 normen gegeven voor enkele specifieke
categorieën van besluiten (beschikkingen, subsidiebesluiten, beleidsregels en (besluiten inzake)
bestuursrechtelijke geldschulden). Dit gebeurt ook in de hoofdstukken 5 en 10 ten aanzien van de
daar geregelde besluiten. Eenzelfde trechtervorming treffen we aan bij de hoofdstukken 6, 7 en 8.