LES 1
Hoofdstuk 6 “In goede handen”
Verschil religie/ godsdienst:
Religie is persoonlijk beleefd, hoe je het zelf aankleed (er is meer). Godsdienst (binnen een instituut, je
bent samen met een groep mensen)
Boven= transcedent (fijnmazig) Alles wat onder op aarde is komt van boven (God heeft de leiding)
Er is een god die alles bepaald die alles geschaafd heeft. God heeft alles in handen.
Onder= Immanent (grofmazig) Alles wat boven is komt van onder op aarde
Mensen die iets belangrijk vinden waardoor dat iets goddelijk maakt. Je koppelt god aan iets wat op
aarde gebeurd zonder dat er een persoon aan gekoppeld wordt. “God laat mij zelf denken. Mijn god
dwingt mij tot niks.” (bv: Liefde)
Filosoof Plato: Humanisme, atheïsme, meer waarheden worden achterhaald
Filosoof Immanuel Kant: We moeten zelf nadenken en niet alles geloven wat de kerk zegt
Vroeger had iedereen een transcedent godsbeeld. De invloed van Godsdienst en kerk op samenleving
vermindert. (Vanaf de 18e eeuw Verlichting)
Scheiding kerk en staat
Liefdadigheid is veranderd in verzorging staat (kerk- overheid)
Wetenschap ( Meer vertrouwen aan feiten i.p.v. mening van de kerk)
Mondigheid burger (vrijheid meningsuiting gegroeid)
Door deze verandering is Nederland veranderd naar een immanent godsbeeld
Marx: Godsdienst/religie kunnen niet meer zonder, ze leven in een schijnwereld. Gebruikt als drugs.
Nietzsche: God is dood en bestaat niet d.m.v. de wetenschap.
, Les 2
3 benaderingen van levensbeschouwelijk onderwijs
1. Into religion- catechese (leerlingen vormen tot een bepaalde levensbeschouwing)
2. About religion- geestelijke stromingen (kennisoverdracht over levensbeschouwingen)
3. From experiences- levensbeschouwing ( ervaringen en ideeën leren bespreken en herkennen)
Godsdienst/ levensbeschouwing als dubbelbenaming: godsdienst en levensbeschouwing
Uitingsvormen van levensbeschouwingen
Onderliggend hoofddoel: RESPECT
Kennis over:
- Heilige boeken, bronnen
- Gebouwen
- Gewoonten en gebruiken
- Feesten
- Stichters
- Kerngedachten
Hoofdstuk 6 “In goede handen”
Verschil religie/ godsdienst:
Religie is persoonlijk beleefd, hoe je het zelf aankleed (er is meer). Godsdienst (binnen een instituut, je
bent samen met een groep mensen)
Boven= transcedent (fijnmazig) Alles wat onder op aarde is komt van boven (God heeft de leiding)
Er is een god die alles bepaald die alles geschaafd heeft. God heeft alles in handen.
Onder= Immanent (grofmazig) Alles wat boven is komt van onder op aarde
Mensen die iets belangrijk vinden waardoor dat iets goddelijk maakt. Je koppelt god aan iets wat op
aarde gebeurd zonder dat er een persoon aan gekoppeld wordt. “God laat mij zelf denken. Mijn god
dwingt mij tot niks.” (bv: Liefde)
Filosoof Plato: Humanisme, atheïsme, meer waarheden worden achterhaald
Filosoof Immanuel Kant: We moeten zelf nadenken en niet alles geloven wat de kerk zegt
Vroeger had iedereen een transcedent godsbeeld. De invloed van Godsdienst en kerk op samenleving
vermindert. (Vanaf de 18e eeuw Verlichting)
Scheiding kerk en staat
Liefdadigheid is veranderd in verzorging staat (kerk- overheid)
Wetenschap ( Meer vertrouwen aan feiten i.p.v. mening van de kerk)
Mondigheid burger (vrijheid meningsuiting gegroeid)
Door deze verandering is Nederland veranderd naar een immanent godsbeeld
Marx: Godsdienst/religie kunnen niet meer zonder, ze leven in een schijnwereld. Gebruikt als drugs.
Nietzsche: God is dood en bestaat niet d.m.v. de wetenschap.
, Les 2
3 benaderingen van levensbeschouwelijk onderwijs
1. Into religion- catechese (leerlingen vormen tot een bepaalde levensbeschouwing)
2. About religion- geestelijke stromingen (kennisoverdracht over levensbeschouwingen)
3. From experiences- levensbeschouwing ( ervaringen en ideeën leren bespreken en herkennen)
Godsdienst/ levensbeschouwing als dubbelbenaming: godsdienst en levensbeschouwing
Uitingsvormen van levensbeschouwingen
Onderliggend hoofddoel: RESPECT
Kennis over:
- Heilige boeken, bronnen
- Gebouwen
- Gewoonten en gebruiken
- Feesten
- Stichters
- Kerngedachten