,Inhoud
Mesopotamie ............................................................................................................................. 3
Egypte ......................................................................................................................................... 9
Minoische beschaving .............................................................................................................. 15
Griekse poleis ........................................................................................................................... 19
Perzische en Peloponnesische oorlogen .................................................................................. 25
Sparta ....................................................................................................................................... 34
De Etrusken .............................................................................................................................. 38
Koningstijd van Rome (753-509 v.Chr.).................................................................................... 42
De Standenstrijd (ca. 500-287 v.Chr.) ...................................................................................... 49
Verdere expansie (ca. 264-133 v.Chr.) ..................................................................................... 53
De eeuw der Romeinse burgeroorlogen (ca. 133-30 v.Chr.) ................................................... 55
De Keizertijd (ca. 27 v.Chr.-284 n.Chr.) .................................................................................... 59
De Keizertijd het Dominaat (ca. 284-395) ................................................................................ 63
, Mesopotamie
De eerste beschavingen
De eerste beschavingen hadden allemaal iets gemeen. Ze ontstonden allemaal bij een riviervallei.
Mesopotamie ontstond tussen de Eufraat (Eufraat ligt het dichts bij Europa) en de Tigris. Egypte ligt langs de
Nijl. De Indusvallei bij de rivier de Indus en bij de Gele rivier ontstond China.
Een aantal verschillen tussen Mesopotamie en Egypte.
De Nijl overstroomt in juni en eindigt in oktober. Na de overstroming bleef er een laagje modder achter die erg
vruchtbaar was. De overstroming is afkomstig uit de regenval van de regenseizoenen (moessons) van de
blauwe en de witte Nijl. Dit was dus zoet water.Egypte genoot van veel continuïteit doordat zij omringd waren
door woestijnlandschap.
Mesopotamie wat Grieks is voor 'tussen de rivieren' (want het lag tussen de Eufraat en de Tigris) was
afhankelijk van smeltwater uit het Zagrosgebergte in het oosten. Dit smeltwater bereikte Mesopotamie in April
wat na de zaaitijd is met als gevolg dat het de landbouwgrond zou overspoelen want het smeltwater kwam dan
met grote snelheid uit de bergen. Om dit smeltwater te leiden en te gebruiken voor de landbouw legden zij
dijken en kanalen aan (kunstmatige irrigatie).
In het smeltwater uit de bergen zaten meer zouten dan normaal regenwater. Dit was slecht voor de
landbouwgrond na langdurig (meerdere eeuwen) gebruik. Het water dat zij gebruikten over het land verdampt
en de zouten blijven achter waardoor verzilting ontstond. Men zocht dan nieuwe landbouwgrond of teelde
planten die beter weerstand bieden tegen zout zoals gerst.
In Mesopotamie leefden sedentaire boeren en nomaden. De nomaden trokken met hun vee rond over vlakten.
Tussen hen waren er conflicten, maar ze bedreven ook onderlinge handel. Mesopotamie had mee
discontinuïteit door invloeden van buitenaf.
In Mesopotamie ontstonden twee rijken, in het Noorden Assyrie met hoofdstad Assur en in het Zuiden
Babylonie met als hoofdstad Babylon.
Een aantal verschillen tussen Assyrie en Babylonie.
Assyrie lag in het noorden waar het landschap heuvelachtig tot bergachtig was. Hierdoor was het ook minder
dicht bevolkt en was er minder verstedelijking. Assyrie had meer neerslag dan Babylonie en had aanzienlijk
minder irrigatie nodig, hierdoor hadden ze meer tijd om zich op andere gebieden te ontwikkelen. Assyrie deed
dat met name militair. Babylonie lag op veel vlakker land en was ook dichter bevolkt, er was meer
verstedelijking. Door minder regenval moest Babylonie veel tijd besteden aan kunstmatige irrigatie.
,De geschiedenis van Mesopotamie in 10 periodes
2900-2300 v.Chr. Ontstaan van Sumeriche stadstaten
2300-2200 v.Chr. Het rijk van Akkad
2200-2100 v.Chr. Inval van de Goetiers uit het Oosten
2100-2000 v.Chr. Derde dynastie van Ur
2000 v.Chr. Inval van de Amorieten uit het NoordWesten
2000-1750 v.Chr. Het oud-Assyrishe rijk
1800-1600 v.Chr. Het oud-Babylonische rijk
1600-1200 v.Chr. Concert der mogenheden
1200-750 v.Chr. Ontwrichting en herstel
750-609 v.Chr. Het nieuw-Assyrische rijk
610-539 v.Chr. Het nieuw-Babylonische rijk
2900-2300 v.Chr. Ontstaan van Sumerische stadstaten
De Sumeriers in het zuiden van Mesopotamie hebben het schrift op grote schaal toegepast voor tempel en
paleisadministratie en voor godsdienstige en literaire teksten. Er werden tempeltorens gebouwd, genaamd
ziggurats zodat de tempelvorst dichter bij de goden kon komen. In deze stadstaten stond aanvankelijk de
tempel centraal, onder leiding van een priestervorst.
Maar langzamerhand zien we steeds meer een tweedeling; een wereldleider van wie een belangrijke taak de
aanvoering van het leger was opereert naast een aparte hogepriester. De stadstaten streden onderling om de
hegemonie. Geen enkele stadvorst slaagde erin om blijvende heerschappij te vestigen. Het meeste succes had
Lugalzagesi van Umma (2350 v.Chr) maar uiteindelijk moest ook hij wijken voor het rijk van Akkad.
, 2300-2200 v.Chr. Het rijk van Akkad
Het rijk van Akkad werd gesticht door Sargon (de grote). Sargon wist een koning van de troon te stoten en zelf
koning van Kisj te worden. De koning van Uruk, Lugalzagesi verklaarde Sargon de oorlog, maar werd verslagen.
Sargon stichtte een nieuwe hoofdstad, Akkad. Het Sumerisch werd nog aangehouden in tempels, maar in alle
officiële documenten vervangen door Semitisch Akkadisch.
De oude militie werd vervangen door een professioneel korps, geoefend in oorlog voering n de bergen.
Sargon is de eerste grote veroveraar geweest die er een leger op nahield. Deze krijgers kregen echter weinig
betaald, waardoor zij hun inkomsten moesten aanvullen door te plunderen. Om zijn krijgers te behouden
moest Sargon dus oorlog voeren, zodat zijn soldaten elders konden plunderen.
2200-2100 v.Chr. Inval van de Goetiers uit het Oosten
De kleinzoon van Sargon kon het rijk niet beschermen tegen de barbaarse Goetiers die vanuit de bergen
binnenvielen. Uiteindelijk veroverden zij het hele rijk, maar zij belemmerden de andere Mesopotamische
steden niet in hun uitbreiding en het vergroten van de macht waardoor zij rond 2100 v.Chr. verdreven werden
door de toenmalige koning van Oeroek.
2100-2000 v.Chr. De derde dynastie van Ur