In deze kennistoets laat de student zien te beschikken over basiskennis omtrent het
financieringsstelsel binnen het sociaal domein en beperkingen en problemen met betrekking
tot gezondheid en gedrag. Deze kennis is nodig om methodisch te kunnen handelen ter
bevordering van het sociaal functioneren van mensen.
Deze toets omvat 6 thema's, te weten:
1. Geldstromen en financieringsstelsels organisaties
2. Indicatie en financiering van individuele zorg
3. Biopsychosociale factoren
4. Signaleren van psychische kwetsbaarheid
5. Psychopathologie
6. Behandelmethodes en interventies
die je door middel van 80 multiple choice vragen op basis van casuïstiek beantwoordt.
Kijk voor de informatie en bijkomende bijlages op BlackBoard
Zo werkt het Sociaal domein (hoofdstuk 1,2,4,6)
Psychopathologie:
Hoofdstukken uit Nevid:
- Hoofdstuk 1: 1.1 , 1.2, 1.3.6, 1.3.7
- Hoofdstuk 2: 2.1, 2.2 (2.2.1 niet)t/m 2.5
- Hoofdstuk 6
- Hoofdstuk 4
- Hoofdstuk 5
- Hoofdstuk 7: (7.4.4 niet)
- Hoofdstuk 8
- Hoofdstuk 9: 9.1 t/m 9.7
- Hoofdstuk 10
- Hoofdstuk 12: 12.1 tm 12.8
- Hoofdstuk 11
- Hoofdstuk 13 (13.7 niet)
- Hoofdstuk 14 (14.5 niet)
,Inhoudsopgave
Kennistoets.................................................................................................................................................... 2
Psychopathologie.......................................................................................................................................... 4
Stress.............................................................................................................................. 7
Autismespectrumstoornis (ASS).................................................................................................................... 15
Verstandelijke beperking............................................................................................................................. 16
Gedragsstoornissen..................................................................................................................................... 17
Ontwikkelingspathologie............................................................................................................................. 19
Hechtingsstoornissen................................................................................................................................... 20
Angststoornissen......................................................................................................................................... 22
Paniekstoornis.............................................................................................................. 23
Fobische stoornissen.................................................................................................................................... 25
Specifieke Fobie............................................................................................................ 25
Agorafobie.................................................................................................................... 25
Sociale angststoornis.................................................................................................... 25
Obsessive Compulsive Disorder (OCD).........................................................................27
Gegeneraliseerde angststoornis...................................................................................27
Dissociatieve stoornissen..............................................................................................29
Persoonlijkheidsstoornissen..........................................................................................33
Impulsbeheersingsstoornissen......................................................................................35
Eetstoornissen.............................................................................................................. 35
Seksuele stoornissen.................................................................................................... 36
Zelfmoord..................................................................................................................... 37
Financieel sociaal domein............................................................................................................................ 41
WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning)...............................................................43
Zorg voor ouderen........................................................................................................ 45
Multiprobleem gezinnen............................................................................................... 46
Jeugdwet....................................................................................................................... 47
Participatiewet (2015).................................................................................................. 49
Hoofdvormen ondersteuning sociaal domein................................................................50
, Psychopathologie
Psychopathologie:
De leer van de psychische ziekte of lijden of van de handelingen en ervaringen die
kunnen wijzen op een psychische ziekte of handicap.
- Een deelgebied van de psychologie en de psychiatrie
- Het is deels ook een beschrijvende/descriptieve wetenschap
- Waar de ziekte vooral de persoon betreft, kan het lijden op de persoon zelf en/of op
de omgeving betrekking hebben.
Psychopathologie
Een stigma is een sterk negatief label die mensen krijgen.
Bio-psychosociaal model
Biologische & fysiologische factoren:
Genetisch, anatomisch, biochemisch ziekte, aandoeningen. erfelijk, anatomisch of
fysiologisch.
Psychologische factoren:
Persoonlijkheidskenmerken, stressniveau, coping strategieën (hoe ga je ergens mee om?),
cognitieve processen, emotionele reacties en psychologische stoornissen.
Sociale omstandigheden:
Omgeving, cultuur, sociaal economische status, sociale ondersteuning.
DSM-5
Het handboek voor professionals
Een gemeenschappelijke taal voor professionals
Is beschrijvend
De focus ligt op symptomen en het gedrag van de persoon
Geeft ook informatie over prognose en verloop van de stoornis
Geeft richtlijnen voor behandeling
GEEN beschrijving over de ontstaansgeschiedenis van de stoornis.
De DSM-5 is geen diagnose-handboek. Een diagnose is persoonlijk. Een classificatie is
statisch en theoretisch.
Stigma wordt omschreven als een ongewenste, beschamende eigenschap die de status van
een individu in de ogen van anderen in de gemeenschap verlaagt.
Publiek stigma is stigmatisering vanuit de maatschappij. Opvattingen die mensen
hebben in de samenleving. (BV: Marokkanen stelen fietsen).
Zelfstigma /geïnternaliseerd stigma is een vorm van stigma waarbij iemand
vooroordelen heeft over zichzelf en zijn eigen psychische aandoening. (BV: dat je uit
een arm gezin komt).
Structureel stigma is het stigmatiserende effect van bepaalde wetten, regels en
procedures. Het is stigma dat verankerd is in cultuur en wet- en regelgeving.