Samenva
tting
examene
isen
NIMA B1
Commun
icatie
Van toepassing op
examens vanaf
januari 2023
,Exameneisen NIMA B1 Communicatie
5-krachtenmodel van Porter
Model om de marktaantrekkelijkheid te bepalen. Model bestaat uit een
combinatie van dreiging (verticale as) en macht (horizontale as). Je hebt dus een
dreiging van nieuwe toetreders en een dreiging van substituten. Daarnaast de
macht van afnemers en de macht van leveranciers. In het midden vindt de
rivaliteit tussen jezelf en je concurrenten plaats.
Drie klantwaardenstrategieën van Treacy en Wiersema
1. Operational excellence. Het dusdanig inrichten van processen zodat de
producten en diensten voor een zo laag mogelijke prijs geleverd kunnen
worden. Probleemloze levering tegen de laagste kosten, minste tijd en
grootste gemak.
2. Product leadership. Focus op het ontwikkelen van innovatieve producten of
diensten. Op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen zodat men
hier snel op kan inspelen.
3. Customer intimacy. Langdurige klantrelaties, voortdurend het aanbod
spiegelen op de wensen van de klant.
, Vier groeistrategieën van Ansoff
1. Marktpenetratie. Verkopen van
bestaande producten in een bestaande
markt. Huidige marktaandeel vergroten
door het van de concurrent af te nemen of
door de verkoop aan de huidige
afnemers te laten toenemen.
2. Marktontwikkeling. Verkopen van
bestaande producten in een nieuwe
markt. Door middel van
marktontwikkeling kunnen bestaande
producten in een nieuwe markt
geïntroduceerd worden d.m.v. kleine
innovaties.
3. Productontwikkeling. Verkopen van nieuwe producten in een bestaande
markt. Door middel van innovatie kunnen bestaande producten worden
aangepast of compleet worden vernieuwd om dieper op de markt in te
gaan.
4. Diversificatie. Nieuwe producten in een nieuwe markt. Compleet nieuw
product introduceren waarmee er wordt ingespeeld op een totaal nieuwe
markt
Adoptiecurve bij veranderingen/producten/merken (innovatietheorie van
Rogers)
Dit model laat de verspreiding of levenscyclus van een innovatie zien binnen een
groep. Het model is ook te gebruiken bij (verander)communicatie, bijvoorbeeld
als het gaat om het aannemen van nieuw gedrag binnen een organisatie of ander
sociaal systeem.
1. Innovators – staat vooraan bij het uitproberen van nieuwe diensten en
producten. Omarmen verandering en innovatie en durven risico te nemen.
2. Early adopters – proberen graag nieuwe dingen uit maar wel met iets meer
informatie dan de innovators. Zij kiezen bewuster voor de verandering of
innovatie. Zijn ze tevreden? Dan zijn ze in staat om een grote groep aan te
zetten tot adoptie.
3. Early majority – Volgt de laatste trends maar wacht wel eerst even af tot
anderen het product of dienst hebben uitgeprobeerd of het gedrag al
hebben vertoond. Zijn ze eenmaal om? Dan leidt dat tot adoptie op grotere
schaal.
4. Late majority – Wil graag zeker weten dat ze geen miskoop doen en zullen
pas meegaan in vernadering of innovatie als een grote groep anderen dat
eerst heeft gedaan. Lopen iets achter te feiten aan, populariteit is
inmiddels al wat gedaald. Gaan over tot aankoop of gedrag omdat ze er
niet meer omheen kunnen.
5. Laggards – Gaat pas over tot adoptie als de innovatie de markt alweer
verlaat. Houden niet van verandering, zijn sceptisch van aard en vaak wat
traditioneler ingesteld. Gemiddeld wat ouder dan andere groepen.
tting
examene
isen
NIMA B1
Commun
icatie
Van toepassing op
examens vanaf
januari 2023
,Exameneisen NIMA B1 Communicatie
5-krachtenmodel van Porter
Model om de marktaantrekkelijkheid te bepalen. Model bestaat uit een
combinatie van dreiging (verticale as) en macht (horizontale as). Je hebt dus een
dreiging van nieuwe toetreders en een dreiging van substituten. Daarnaast de
macht van afnemers en de macht van leveranciers. In het midden vindt de
rivaliteit tussen jezelf en je concurrenten plaats.
Drie klantwaardenstrategieën van Treacy en Wiersema
1. Operational excellence. Het dusdanig inrichten van processen zodat de
producten en diensten voor een zo laag mogelijke prijs geleverd kunnen
worden. Probleemloze levering tegen de laagste kosten, minste tijd en
grootste gemak.
2. Product leadership. Focus op het ontwikkelen van innovatieve producten of
diensten. Op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen zodat men
hier snel op kan inspelen.
3. Customer intimacy. Langdurige klantrelaties, voortdurend het aanbod
spiegelen op de wensen van de klant.
, Vier groeistrategieën van Ansoff
1. Marktpenetratie. Verkopen van
bestaande producten in een bestaande
markt. Huidige marktaandeel vergroten
door het van de concurrent af te nemen of
door de verkoop aan de huidige
afnemers te laten toenemen.
2. Marktontwikkeling. Verkopen van
bestaande producten in een nieuwe
markt. Door middel van
marktontwikkeling kunnen bestaande
producten in een nieuwe markt
geïntroduceerd worden d.m.v. kleine
innovaties.
3. Productontwikkeling. Verkopen van nieuwe producten in een bestaande
markt. Door middel van innovatie kunnen bestaande producten worden
aangepast of compleet worden vernieuwd om dieper op de markt in te
gaan.
4. Diversificatie. Nieuwe producten in een nieuwe markt. Compleet nieuw
product introduceren waarmee er wordt ingespeeld op een totaal nieuwe
markt
Adoptiecurve bij veranderingen/producten/merken (innovatietheorie van
Rogers)
Dit model laat de verspreiding of levenscyclus van een innovatie zien binnen een
groep. Het model is ook te gebruiken bij (verander)communicatie, bijvoorbeeld
als het gaat om het aannemen van nieuw gedrag binnen een organisatie of ander
sociaal systeem.
1. Innovators – staat vooraan bij het uitproberen van nieuwe diensten en
producten. Omarmen verandering en innovatie en durven risico te nemen.
2. Early adopters – proberen graag nieuwe dingen uit maar wel met iets meer
informatie dan de innovators. Zij kiezen bewuster voor de verandering of
innovatie. Zijn ze tevreden? Dan zijn ze in staat om een grote groep aan te
zetten tot adoptie.
3. Early majority – Volgt de laatste trends maar wacht wel eerst even af tot
anderen het product of dienst hebben uitgeprobeerd of het gedrag al
hebben vertoond. Zijn ze eenmaal om? Dan leidt dat tot adoptie op grotere
schaal.
4. Late majority – Wil graag zeker weten dat ze geen miskoop doen en zullen
pas meegaan in vernadering of innovatie als een grote groep anderen dat
eerst heeft gedaan. Lopen iets achter te feiten aan, populariteit is
inmiddels al wat gedaald. Gaan over tot aankoop of gedrag omdat ze er
niet meer omheen kunnen.
5. Laggards – Gaat pas over tot adoptie als de innovatie de markt alweer
verlaat. Houden niet van verandering, zijn sceptisch van aard en vaak wat
traditioneler ingesteld. Gemiddeld wat ouder dan andere groepen.