Hoofdstuk 19
Burgerlijk recht :
₀ Personen- en familierecht
₀ Rechtspersonenrecht
₀ Vermogensrecht
Het juridische begrip vermogen geeft het geheel van iemand zijn bezittingen en
schulden aan. Om preciezer te zeggen bestaat het vermogen van een persoon
niet uit bezittingen en schulden maar uit op waardeerbare rechten en plichten.
Eigendomsrecht op een dvd en een maandelijkse vorderingsrecht op het loon van
zijn werkgever.
Kenmerkend voor vermogensrecht
₀ Geld moet waardeerbaar zijn. De waarde van deze rechten moet in geld uit te
drukken zijn
₀ Je moet het kunnen overdragen aan een ander.
Vermogensrecht beschrijft
₀ Eigendomsrecht
₀ Koopovereenkomst
₀ Huurovereenkomst
Een bijzonder deel van het vermogensrecht wordt gevormd door het erfrecht.
Als je het over het beschrijven van de zeggenschap die een bepaald persoon
heeft over een goed heb je het over absolute vermogensrechten. De
beschrijvingen van verschillende absolute rechten op goederen wordt
goederenrecht genoemd. Goederenrecht is een onderdeel van het
vermogensrecht.
Heb je het over de juridische relatie tussen personen dan heb je het over
relatieve vermogensrecht. Relatieve rechten worden verbintenissen genoemd.
Vandaar dat het deel van verbintenissenrecht de relatieve rechten beschrijft van
het onderdeel vermogensrecht.
Absoluut ; verhoudingen
Persoon - Goed
Goederenrecht ( BW 5 )
Vermogensrecht ( BW 3 )
(rechten van iets) Relatief ; verhoudingen
Persoon - Persoon
Goederen Verbintenissenrecht ( BW 6,
7A )
(positieve bestandsdelen)
Onroerende
- Grond
- Bomen, planten i/d grond
- Gebouwen
- Niet gewonnen delfstoffen
- Registergoederen
Zaken
(tastbare objecten)
1