Waar halen we kennis vandaan?
- kennis in het gewone leven
- kennis in de wetenschap
- regels voor wetenschappelijk onderzoek
- onderzoeksdoelen
- onderzoeksontwerpen
- methoden van dataverzameling (empirisch onderzoek doen: met theorie en bewijs zoeken).
Wetenschappelijk onderzoek
Bij method of science zoeken we naar kennis. Bij wetenschappelijke onderzoek zoeken we
naar theorethische verklaringen en kunt verklaren wat er gebeurd en wat de uitkomsten
kunnen zijn. Telkens een theorethisch raamwerk vast te stellen, duidelijk kunnen verklaren
waarom mensen of organisaties op een bepaalde manier handelen.
Theorie opstellen > ik denk dat het zo zit > daarna toetsen in de werkelijkheid >
Duidelijke regels voor wetenschappelijk onderzoek (onderzoek moet):
Openbaar moet zijn (duidelijk omschrijven wat je gaat doen, welke data je hebt
verzameld hebt, en geinterpreteerd hebt, als jij het goed op schrijft kan ik zien wat je
gedaan hebt, en conclusie is raar dan kunnen kijken hoe jij het hebt uitgevoerd, je
hebt bepaalde termen anders geoperationeerd). Daarom ook controleerbaar en
open voor kritiek als het openbaar is. En resultaten zijn altijd ‘voorlopig’, theorie is
waar totdat het tegendeel is bewezen.
Objectief zijn (het moet niet uitmaken wie het onderzoek uitvoert. Bevindingen zijn
niet ‘persoons-gebonden’= moet geen invloed hebben op je onderzoek. Jouw
mening moet niet uitmaken. Dus dan ook zelfde operationalisatie. Uniforme regels
leiden dan tot vergelijkbare uitkomsten. Het volgen van soortgelijke regels, is
repliceerbaarheid mogelijk.
Empirisch zijn (toetsen aan daadwerkelijke mensen, dus gebaseerd op de
werkelijkheid). Kijken of jouw hypothese kunnen toetsen.
Systematisch en cumulatief (voortbouwen op eerder onderzoek), wat weten we
nog niet? Opnieuw onderzoek uitvoeren als je denkt dat het niet klopt. Nieuwe
hoeveelheid kennis = cumulatief. Onderzoek is systematisch. Zoeken naar
algemene patronen.
Predictief (als je onderzoek herhaalt, kun je voorspellingen doen, dit gebeurde er
dus dan gebeurd dit ook later).
> Constante twijfel en (zelf)correctie (resultaten zijn altijd ‘voorlopig’). (dit is wat we voor
nu aannemen als waarheid, wetenschappelijke kennis kan altijd morgen veranderen, dus
voor nu).
Paradigma’s, methoden en methodenleer
Hoe je naar de wereld kijkt bepaalt hoe je het ziet. Als jij denkt dat de wereld in een bepaalde
manier in elkaar ziet, moet je op zo’n manier onderzoeken en kijken.
Twee paradigma’s (2 benaderingen naar de wereld kijken/onderzoeken)=
1. Empirisch-analytisch (kwantitatief) = reduceren tot eigenschappen/variabelen. Kijkt
naar afzonderlijke kenmerken naar mensen, en kijken naar waarom ze dat wel of niet doen.
Kijken naar bv geslacht wat kan leiden tot bepaald gedrag.
2. Empirisch-interpretatief (kwalitatief) = relaties tussen mensen is belangrijk om mee te
nemen. Als ik iets vraag aan jou is het ander antwoord dan haar.
,Methoden: manieren om onderzoek uit te voeren.
Methodenleer: studie van manieren om onderzoek te doen.
Onderzoeksontwerpen: experiment, enquete, inhoudsanalyse.
Wat onderzoeken we doorgaans?
Twee aanleidingen om onderzoek uit te voeren
Theorie= we denken dat de wereld zo in elkaar zit, kijken of het ook zo is:
kennisprobleem. > fundamenteel onderzoek: onderzoek puur om de kennis, om een
bijdrage te geven aan de wetenschap.
Opdracht= probleem in de praktijk: in bepaalde omstandigheden kijken. >
praktijkgericht onderzoek: praktisch probleem oplossen, verwerven van kennis voor
het oplossen van een praktisch probleem.
Zelfde methode, conclusie, maar het doel is verschillend!
Inspiratiebronnen:
Door opdrachtgevers
In het maatschappelijk debat lopen we hier tegen aan en waarom zoeken jullie dat
niet uit? In de maatschappij dus
Empirie (zelf observeert, ik wil dit uitzoeken,
Theorie (bepaalde theorie leest en denkt dit is een rare verklaring, startpunt van
onderzoek)
Onderzoek: aantekeningen maken, laptop of papier en pen?
Tenacity > vasthoudendheid (doen wat je altijd al hebt gedaan) = je blijft je laptop of
met papier gebruiken.
Authority > professor raad het gebruik van papier en pen aan.
Observatie > meeste mensen hebben laptop
Intuitie > nieuw dus beter
Wetenschap (method of science) > laptop sneller typen dus meer info vastleggen = +
> multitasken (afleiding) = - (negatief effect op tentamencijfer).
In de wetenschap: method of science: kennis zoeken op basis van theoretische
verklaringen, grondig, fundamenteel en uitgebreid op zoek gaan naar kennis.
Empirisch onderzoek: drie experimenten, met en zonder ‘afleiding’.
Uitkomst= schrijven is beter. Schrijven leidt tot beter cijfer op tentamen.
Communiceren vereist ook informatie verwerken.
Methoden van dataverzameling:
Observatie= bekijken van mensen of gebeurtenissen. (wetenschappelijk=)
Systematisch: alle stappen en keuzes moeten openbaar en daardoor controleerbaar
zijn. Systematisch alles opschrijven.
Het stellen van vragen: diepte-interviews, groepsinterviews of vragenlijsten.
(systematisch iedereen dezelfde vragen stellen leidt tot dat we kunnen vergelijken
van de uitkomsten)
Inhoudsanalyse: informatie uit bestaande beelden of teksten halen.
, Boek Hoofdstuk 1:
Wetenschap wordt omschreven als een systematisch geheel van kennis. Kennis is
theoretisch van aard= een samenhangend geheel van uitspraken waarmee je sociale
verschijnselen probeert te verklaren, voorspellen en te beschrijven.
Wetenschappers zijn geinteresseerd in algemene patronen en relaties tussen de antwoorden
en minder in losse antwoorden van respondenten. Wetenschappers hebben als
gemeenschappelijk doel om systematische en empirische waarnemingen van bepaalde
aspecten van de sociale werkelijkheid te verrichten om daarover theorethische inzichten
(theorieen) te ontwikkelen of eerdere theorieen te toetsen. (wat je ziet in de empirie, tot
theorie te maken).
Explorerend onderzoek= Als je een aspect kiest van de werkelijkheid waar nog geen
onderzoek over wordt gedaan. Weinig kennis of geen oplossing gevonden. Dan
verken/exploreer je de sociale werkelijkheid.
Toetsend onderzoek= Wanneer je als onderzoeker kiest voor een vraagstelling waarover al
theorethische inzichten (theorieen) bestaan, kun je die theoretische inzichten gebruiken om
daaruit specifieke hypothesen af te leiden en dan specifieke uitspraken te doen en toetsen of
het klopt. Als er wel voldoende kennis is, kan je na gaan of dit klopt.
Methodenleer= het geheel van onderzoeksmethoden waarover de sociale wetenschappen
inmiddels beschikken. Het is een leer omdat er een innerlijke samenhang is en omdat men
zich in die methoden kan verdiepen en ze aan anderen kan overdragen.
Methodologie= omvat de methodenleer, maar is meer dan dat. Hierbij gaat het om de
wetenschap van de sociaalwetenschappelijke methoden. (wetenschap van de methode:
wetenschapsfilosofie).
Valorisatie= Wetenschappers tonen aan dat hun wetenschappelijke inzichten ook van
belang zijn voor de maatschappij. Wetenschappers publiceren hun werk in de media:
kranten, tijdschriften etc.
Klassiek model in de communicatiewetenschap= zender-boodschap-ontvangermodel van
Lasswell. Wie zegt wat tegen wie, hoe en met welk effect?
Ontvanger centraal? Wat doet de ontvanger dan met de boodschap > McQuail
onderscheidde vier functies van de boodschap: Boodschap als: vermaak, middel om de
persoonlijke identiteit te versterken, bron van informatie en als voertuig voor sociale
integratie en interactie.
Alledaagse kennis is vaak fragmentarisch en bevat tegenstrijdigheden, terwijl
sociaalwetenschappelijke onderzoek systematische kennis en inzicht verschaffen.
Onderzoek kan een fundament geven aan wat iedereen al dacht of vooroordelen
onderuithalen.
Maar de onderzoeker zelf moet ook integriteit bezitten > de onderzoeker moet ethisch
handelen, want ze werken wel met levensechte mensen, dus zijn er een aantal regels
opgesteld om een onderzoek uit te voeren, namelijk volgens het Belmont-rapport.
Drie ethische voorwaarden waar een onderzoek aan moet voldoen om een onderzoek
uit te voeren waarbij je met mensen werkt (Belmont rapport):