Boek: van der Horst
Gebruik van kinderopvang in NL
Is vergeleken met andere landen laat opgekomen
- 19e eeuw: kids naar familie of “kinderbewaarplaatsen”
- 1960-70: ontstaan eerste crèches
- 1980: overheid besteed aandacht aan groeiende vraag naar kinderopvang
- 1990: stimulering van kinderopvang zoals we die nu kennen (1989:
Stimuleringsregel Kinderopvang)
- 2005: Wet Kinderopvang; kinderopvang ging over naar marktsector,
toename van hoeveelheid kinderopvang
→ Tegenwoordig ong. 30% v/d kids gaat naar kinderopvang
→ Kids van 0-4 gaan gemiddeld 20 uur per week naar kinderdagverblijf en 16 uur
naar gastouderopvang
→ Kids van 4-12 gaan gemiddeld 8 uur per week naar buitenschoolse opvang en 10
uur naar gastouderopvang
→ Aantal uren van NL is een van de laagste van EU (door moederschapsideaal)
Goed of slecht
Hier zijn onderzoekers nog steeds niet over uit. Dit komt o.a. omdat er drie
dimensies van kinderopvang te onderscheiden zijn en deze vaak los bestudeerd
worden. Zie hieronder de dimensies en onderzoeksresultaten:
1. Type kinderopvang
Denk aan kindercentra (kinderdagverblijf & peuterspeelzaal), thuisomgeving
(gastouderopvang) & informele vormen (oppas/familie)
Kinderdagverblijf: max. 16 kids (bij baby’s max. 12)
● Leidster-kindratio: aantal kids per pedagogisch medewerker
○ Horizontale groep: kinderen van dezelfde leeftijd
○ Verticale groep: kinderen van 0-4 samen in 1 groep
● Er is vaak sprake van een gestructureerd dagprogramma & routines
Gastouderopvang: vaak in huis van gastouder
● Max. 5 kids
● Kan veel variatie zijn in mate van gestructureerd dagprogramma
● In NL minst gebruikte vorm van opvang
Effecten op de ontwikkeling van kinderen
, - Jonge kinderen die naar kinderdagverblijf gaan i.p.v. thuisopvang hebben
betere cognitieve- en taalvaardigheden
● Hier zou meer aandacht zijn voor instructie, communicatie en
leermogelijkheden
- Jonge kinderen die naar kinderdagverblijf gaan i.p.v. thuis blijven hebben iets
lagere sociale vaardigheden
- Kinderen hebben hoger welbevinden bij thuisopvang dan bij
kinderdagverblijf
- Jonge kinderen die naar het kinderdagverblijf gaan hebben meer stress
Al met al is er tegenstrijdig bewijs. Positieve effecten voor cognitieve vaardigheden.
Zowel positieve als negatieve effecten op sociaal-emotioneel gebied. En meer stress
bij jonge kinderen
2. Kwaliteit van kinderopvang
Structurele/distale kenmerken: groepsgrootte, leidster-kindratio & opleiding
van de medewerker moeten OK zijn (ook wel ijzeren driehoek). Andere
kenmerken: de ruimte, inrichting, pedagogisch beleid, materialen, dagelijks
programma etc.
Proces/proximale kenmerken: factoren die van invloed zijn op de pedagogische
processen & interacties in het kinderdagverblijf
● Zowel interacties van kids met medewerkers, als kids met kids
● Proximale processen: interacties tussen kids en hun directe omgeving
Pedagogisch medewerker heeft een aantal kern interactievaardigheden waarmee
hij/zij de kwaliteit van zijn/haar interacties met de kids, tussen de kids en de kids &
spelmaterialen bepaalt (valt onder proceskenmerken). Deze zijn:
● 1. Emotionele steun en warmte: ook wel sensitieve responsiviteit of
ondersteunende aanwezigheid; de sensitieve reacties op de signalen van
het kind
○ Medewerker moet signalen van het kind oppikken, juist interpreteren
en tijden/adequaat reageren
○ Het kind voelt zich hierdoor begrepen, geborgen en geaccepteerd
● 2. Respect voor autonomie: medewerker moet de kids de kans geven om
dingen uit te proberen → vergroot gevoel van autonomie
○ Als hier geen sprake van is kan dit een neg. effect hebben op het gevoel
van eigenwaarde & zelfvertrouwen v/h kind
● 3. Structureren en grenzen stellen: ook wel controle