Boek: Strijker
Pleegzorg
In NL is men van mening dat als overgegaan moet worden tot een uithuisplaatsing,
plaatsing in een pleeggezin de voorkeur verdient boven plaatsing in een tehuis
→ Wordt beter voldaan aan basisvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor een goede
opvoeding in pleeggezin en zijn ze goedkoper
Wat is het?
Pleegzorg is een van de vier werksoorten binnen de jeugdzorg
→ Geïndiceerde hulpverlening: iedere aanmelding voor plaatsing in een
pleeggezin vereist een hulpverleningsindicatie
→ Pleegouders zijn vrijwilligers
→ Tijdelijk karakter (enkele dagen tot enkele jaren)
→ Valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten
→ Definitie: de opvoeding en verzorging van 1 of meer minderjarige door 1 of meer
natuurlijke personen, zijnde niet de ouders, adoptief- of stiefouders van die kids,
in regelmatige samenspraak met een begeleidende instantie o.b.v. een indicatie tot
(psychosociale) hulpverlening aan die minderjarige en veelal zijn/hun ouders
Soorten
1. Bestandsgezinnen: geworven en geselecteerd door de regionale Zorgaanbieders
van Pleegzorg (na training & screening)
2. Netwerkgezinnen: bloedverwanten, vrienden, kennissen of geloofsgenoten
- Voordeel: zo groot mogelijke continueringen van de leefomgeving en
oorspronkelijk netwerk wordt zoveel mogelijk in stand gehouden
- Kritiek: screening is minimaal, falen ouders kan falen van familienetwerk zijn
→ Geen bewijs voor sign. verschillen tussen de twee soorten
→ Er wordt altijd eerst gezocht naar een netwerkgezin en dan pas bestandsgezin
Typen plaatsing
1. Perspectief zoekend: nog niet duidelijk wat er verder met het kind gaat
gebeuren
2. Perspectief biedend: duidelijk dat kind voorlopig niet terug kan naar zijn
ouders en dat het langer in het pleeggezin zal blijven
3. Hulpverleningsvariant: pleegzorg is een module in een zorgprogramma,
gericht op de terugkeer van het kind naar huis en er behoort intensief contact te zijn
tussen de ouder en pleegouder
4. Opvoedingsvariant: het bieden van een continue en stabiele verblijfplaats aan
het kind
, 5. Deeltijdpleegzorg: preventieve hulp, waardoor een definitieve uithuisplaatsing
voorkomen kan worden. Bijv. steun- of meeleefgezinnen voor het weekend/vakantie
Intensiteit van de begeleiding
De intensiteit is gebaseerd op de ernst van de problemen van het pleegkind en het
gezin waar het uit afkomstig is
- Basisvariant: pleeggezinnen, weekend- en vakantiegezinnen, crisisopvang
gezinnen en kostpleeggezinnen
- Intensieve variant: meer gebruik van ondersteunende disciplines (vb.
kinderpsychiater) → hogere subsidie
Juridische aspecten
Ouderlijk gezag: de plicht en het recht v. een ouder zijn minderjarige kind op te
voeden en te verzorgen
Voogdij: uitgeoefend door een ander dan de ouders
Er zijn drie juridische mogelijkheden wat betreft de gedragsvoorziening bij pleegzorg
1. Kind in pleeggezin, gezag bij de ouders: kind verblijft met toestemming v/d
ouders in het pleeggezin → vrijwillige plaatsing, ouders behouden gezag
2. Kind in pleeggezin met ondertoezichtstelling: lichtste kinderbeschermings-
maatregel. Ouders houden gezag, maar dit is beperkt → de gezinsvoogdij
instelling bezit bevoegdheden om bindende aanwijzingen te geven over de
verzorging en opvoeding v/h kind en kan het kind uit huis plaatsen tegen de
wil v/d ouders (met behulp van machtiging kinderrechter)
3. Kind in pleeggezin onder voogdij: ouders zijn ouderlijk gezag
ontnomen/ontheffend. Voogdij bij voogdijinstelling
Psychosociale aspecten
Kan bij een kind een loyaliteitsconflict ontstaan: kind krijgt in pleeggezin
aandacht en structuur die het nodig heeft, waardoor tekortkomingen van eigen
ouders duidelijker worden. Ondanks het falen van zijn ouders blijft het kind zich
altijd met hen verbonden voelen
→ Pleegouder moet historie v/h kind, incl. zijn ouders, blijven erkennen en
bespreekbaar houden
→ Kids kunnen meerdere loyaliteiten ontwikkelen (hoeven niet te concurreren)
→ Ouders kunnen schuldgevoel krijgen → ouders moeten bij hun kind betrokken
blijven
Achtergronden
Kenmerken van pleegkinderen
- 70% v/d kids wordt met en justitiële maatregel uit huis geplaatst