Artikel: Bornstein
Tienermoeders: weten minder over opvoeden, minder realistische verwachtingen
over kinderontwikkeling, minder moederlijke gedragingen naar kids; minder verbaal,
sensitief en responsief en bieden een minder stimulerende thuisomgeving
- Vaak hebben ze een lager intellectueel vermogen, lagere educatie, minder
socio emotioneel volwassen en hebben minder sociale steun → minder goed
voorbereid om ouder te zijn
Lastminutemoeders: enerzijds meer gezondheidsproblemen, anderzijds zijn ze
meer ervaren en hebben ze meer informatie, voelen ze zich psychologisch “klaar”
voor de verantwoordelijkheid voor kids, interacteren positiever, affectiever,
stimulerender, sensitiever en verbaler met hun kids
- Vaak ook beter opgeleid, financieel zeker en stabiel
Theoretische relaties tussen moederlijke leeftijd en opvoeding
1. Positieve lineaire relatie: hoe ouder, hoe beter de opvoedingsskills
2. Negatieve lineaire relatie: hoe ouder, hoe slechter de opvoedingsskills
3. Nonlineaire relatie (U/S/J-shape): vb. dat vrouwen tussen de 20-30 de beste
moeders zijn → geen lineaire relatie
4. Geen systematische relatie: leeftijd is niet per se gerelateerd aan
opvoedingsskills → geen verband
Methode
- Moeders van 15-47 met 1e kind (262 pp)
- Kids waren 20 mnd oud
- Metingen: percepties over opvoeding, gedragingen, attributies, kennis, taal,
spelen, affectie en emotionele beschikbaarheid → door thuisobservatie & een
questionnaire
- Er werden ook demografische variabelen gemeten: SES, opleiding,
persoonlijkheid etc.
- Hypothese: moederlijke leeftijd heeft een lineaire relatie t.o.v. sommige
ouderlijke cognities en praktijken → oudere moeders voelen zich meer
competent en zouden succes/falen aan zichzelf toeschrijven, volwassener zijn
en meer verantwoordelijkheid nemen. Ook meer praten en meer sensitief
, Resultaten
● Cognities: Leeftijd gerelateerd aan tevredenheid, groter zelf-waargenomen
ouderschap, minder limieten stellen, grotere interne en externe attributies van
falen/succes en grotere kennis (sterker gerelateerd aan jongere moeders)
● Praktijken: Leeftijd gerelateerd aan gebruik van verschillende woorden, langer
praten, meer prijzen en fysieke affectie (sterker gerelateerd aan jongere
moeders)
● 2 fase model: lineaire groei tot aan 30, daarna blijft het constant (jonge
moeders zijn zelf nog niet volledig ontwikkeld)
○ Bij tevredenheid, limieten stellen, kennis, aantal woorden, sensitiviteit
en structuur
● Oudere moeders zijn dus niet per se beter dan jongere moeders!
Discussie/conclusie
● Bewijs voor alle drie de mogelijke theoretische relaties
● Er is dus niet echt 1 verband!
● 4.: Moederlijke leeftijd was niet systematisch gerelateerd aan ongeveer de
helft van de cognities en praktijken (investering & balans in ouderschap,
sociale interactie, attributie van succes aan externe factoren en spelen met
kids)
● 2 fase model!
○ Door: onvolwassenheid/missen van ervaring van tieners en begin
20-jarige moeders, vergelijkbare sociale en gedragslimitaties van hun
partners, verminderde familie steun, doordat zij minder economische
middelen hebben en meer stress ervaren dan oudere ouders
● Het verschilt ook gewoon per ouder welke eigenschappen zij hebben!
Limitaties:
- Niet representatief en generaliseerbaar
- Cross-sectioneel onderzoek i.p.v. longitudinaal
NJI
Tienermoeder: iemand die jonger dan 20 jaar is en een kind heeft
→ Aantal tienermoeders in NL gedaald! = nog nooit zo laag geweest
→ Aantal tienermoeders in NL behoort tot de laagste in de wereld (alleen
Denemarken en Zwitserland hebben nog minder tienermoeders)
→ Prevalentie: 2015: 3,2/1000, 2005: 6/1000
→ Deze daling geldt voor alle herkomstgroepen! → Allochtonen krijgen voorlichting
uit NL mee
→ Bij meisjes van Antilliaanse & Arubaanse afkomst komt tienerzwangerschap
aanzienlijk meer voor (ook hier een daling dus)