CIRCULATIE
-hart
-artery
-vaten
-microvasculair bed (uitwisseling van voedingsstofenn
HART:
kleine circulate: uitwisseling van CO2 en de opname van O2.
verschil tussen de grote en kleine circulate: uurstoo arm bloed gaat naar de longen bij de kleine
circulate.
Arterie pulmonary = longader
120 overdruk / 80 onderdruk.
hartkleppen ijn ballonnetjes die vullen
met bloed en tegen elkaar drukken.
De linker kamer pompt bloed naar de
aorta.
Pre-disponerende oactor = extra oactor
in de ge ondheid die er niet voor orgt
dat je doodgaat maar wel een verhoogd
risico kan geven.
Myocardium = hartspier
plaatjes herkennen, verschil in de
spieren.
dit kun je herkennen aan de ligging van
de kernen.
1
,Hartspier: kernen tonvormig, in de cel
skeletspier: kernen langgerekt, aan de buitenkant van de cel.
de ro e rand bovenaan is de elastsche laag.
Endocardium = wat aan de binnen ijde van het hart ligt.
visceral pericardium = buitenste laag van het hart: bekleding hart
coronaire arterie = kransslagaders > hart voor ien van O2.
Pees koortjes = chordia tendiniae (bindweeosel koortjesn . intergreren met de hartspiercellen.
WANDEN VAN ADERS
artery & vene verschil: vein heef kleppen.
artery heef elastsche ve els: lamina elastca interna > kleine elastsche laag.
2
,3 lagen leren:
1n intma > binnen ijde
2n media > midden
3n adventta > buitenkant
Endotheel
subendotetile laag: laag onder endotheel.
interna lamina > alleen bij artery , niet bij een veine
Vasa vasorum : voeding voor de vaten. Microvasculature om uurstoo en nutriënten naar de cellen te
brengen.
elastsche ve el: orgt ervoor dat het vat na uit etng weer terug kan in ijn oorspronkelijke vorm.
3
, GLOMUS LICHAAM
speciale regio’s in de wand van bepaalde elastsche vaten bevaten weeosels die ich voordoen als
chemoreceptoren.
Glomus lichaam = meet de druk, soort sensoren. Aogife neurotransmiters.
MICROVASCULAIR BED
microvascullair bed = uitwisseling O2, CO2, voeding.
Schrik? Bloed ver ameld in het systeem.
Kleine capillaire in het microvascullaire bed> o klein omdat
uitwisseling moet plaatsvinden.
soms belangrijk dat het bloed direct doorgaat: onder de simpele
pathway. = arteriovenous shunt
Hoge bloeddruk? : bloed kan niet door de organen dus
oekt een omweg (spataderenn
TYPEN CAPILLAIR
4