Invloed van licht op de groei en ontwikkeling van planten = fotomorfogenese
Planten detecteren:
-licht, de richtng ervan, intensiteit en golfengte kleerr)
Actespectrum : geef de relateve respons weer van een proces op verschillende golfengten
Hoofdgroepen lichtreceptoren:
blauwlichtfotoreceptoren en fytochromen
De laatste lichtkleer bepaald op de plant kan ontkiemen of niet.
Rood licht bevordert de kieming.
verrood licht remt de kieming
- Fytochromen gaan over het rood Prr) en verrood licht Pfrr)
receptor: Brein – inacteve vorm
geel = acteve vorm
Fotoperiode = de relateve lengte van een dag en nacht is de stmeles en wordt door planten het
meest gebreikt om het jaargetjde te detecteren.
vorm van fotoperiode: bloei
, Kortdagplanten = planten die bloeien wanneer de
lichtperiode kort is.
langedagplanten = planten die bloeien wanneer de
lichtperiode langer is dan een bepaald aantal eren.
dagonafhankelijke planten = worden geregeleerd door de
leefijd van de planten en niet door de fotoperiode.
De lengte van de nacht restperioder) bepaald wanneer de
plant bloeit.
Rood licht kan het nachtelijke deel van de fotoperiode
onderbreken.
een fits van rood licht, gevolgd door verrood licht
verstoort de nachtlengte niet.
Vernalisate = koede periode die de plant nodig heef om te groeien.
Men denkt dat er een bloeihormoon bestaat
Signaalmoleceel voor de bloei = florigeen
Planten kennen zich aanpassen door verschillende
soorten stmeli:
zwaartekracht
aanraking
omgevingsstress
Respons van de plant op zwaartekracht = gravitropisme
Planten detecteren zwaartekracht door de beweging van statolithen
Mechanische stmeli
Thigmomorphogenese = vormverandering als gevolg van mechanische verstoring.