Leerdoel: Microbiële diversiteit
Fylogenetische boom = standboom
-16 eiwiten vergeleken eiwit sequente > tree of life. Nieuw vieuw
-bacteria
-archaea eukaryota
*virussen horen er niet bij. : zijn geen levende organismen.
MICRO-ORGANISMEN
Bacteria
Archaea
Eukaryota
-schimmels en gisten (fungi)
-algen
-protisten
virussen
PROTISTEN
eencellige eukaryoten (anders dan gisten en algen)
diverse groep
veel parasieten
Diatomen (kiezelwieren)
Fototrofsch
Fytoplankton
In zoet en zout water
Celwand van silica (= hard geraamte)
Oomyceten (waterschimmels)
plant pathogeen – voorbeeld: Phytophtora infestans = aardappelziekte
Amoebozoa
Amoeboïde beweging
Pseudopodia = uitstulping cytoplasma beweging rollend.
Slijmschimmels
1
, Eencellig organismen -> samenwerking > vormen een meercellige structuur.
(cellen gaan ook dood maar er wordt een andere structuur gevorm samenwerking)
-bewegen migreren onstaat een vruchtlichaam = spoor
SCHIMMELS EN GISTEN (FUNGI)
Schimmels
Gisten zijn eencellig schimmels zijn meercellig
Eukaryote micro-organismen
Celwand
80-90% polysaccharide
Chitne = polymeer N-acetylglucosamine (NAG)
Mannan (eiwiten met suikergroep galactosan cellulose
Gisten
Eencellig
Vermeerdering d.m.v celdeling = mitose
Vermeerdering d.m.v sporen = meiose
Voorbeeld: saccharomyces cerevisiae (bakkersgist,budding yeast)
Levenscyclus gist
haploïd = alle chromosomen 1x aanwezig
a + alpha versmeltng
2 kernen fuseren > dubbele chromosomen diploïd
Meiose > spoor vorming : homologe recombinate
2
, FILAMENTEUZE SCHIMMELS
Mycelium = netwerk van schimmeldraden (hyfen)
Lucht hyfen : arial hyfen. Verplaatsing naar een ander gebied.
-elk spoor heef dezelfde genetsche info
Septa = tussenschoten
-geef stevigheid
-is niet volledig gesloten > dus kan ook nog transport plaatsvinden.
Apicale groei = groei aan de top van een schimmeldraad.
Groei kan door spitzenkörper = membraanblaasjes die fuseren met de top. Zo wordt de buis
langer.
Door gat septum : cytosol is contnu in beweging. = alle kleine organellen kunnen er
doorheen.
-1 of meerdere kernen per compartment.
REPRODUCTIE
Ongeslachtelijke voortplantng
-mitose
1.flamenteuze groei
2.producte conidiosporen
3.celdeling gist
Geslachtelijke voortplantng
-meiose
soms niet bekend
GROEPEN
Ascomyceten (=gisten schimmels)
Voorbeelden: Saccharomyces aspargillus penicillium
-Maken seksuele sporen
-sporen = ascoporen in ascus (zak)
-eenvoudig spetum
-Als er een gat in de schimmel zou ontstaan zou de gehele inhoud eruit lopen. Oplossing = septum
dichten door microbodies. Beschermingsmechanisme.
3