Geneeskunde 2024 Utrecht
Vraag 1: Welke structuur passeert niet door het diafragma uit de
onderstaande lijst?
a. De aorta
b. De nervus vagus
c. De oesophagus
d. De vena cava inferior
Vraag 2: Tijdens de inflow-fase van de hartcyclus opent de aortaklep.
a. Waar
b. Niet waar
Vraag 3: Het volume bloed in de ventrikel aan het einde van de systole wordt
ook wel het … genoemd.
a. EDV
b. ESV
c. SV
d. EF
Vraag 4: Er wordt geen enkele impuls in de ventrikels doorgegeven, de atria
en boezems contraheren onafhankelijk van elkaar. Voor welk soort AV-blok is
dit typisch?
a. Mobitz-type I
b. Mobitz-type II
c. Wolff-Parkinson-White syndroom
d. Derde graads AV-block
Oefenvragen Kennistoest Geneeskunde 2024 Utrecht 1
, Vraag 5: De afleiding I, II en II worden gebruikt bij het maken van een ECG.
Welke afleiding heeft een negatieve pool op de rechterpols en de positieve
pool op het linkerbeen?
a. I
b. II
c. II
Vraag 6: Welke type gewricht is het acromioclaviculaire gewricht?
a. Scharniergewricht
b. Synchondrose
c. Platte gewricht
d. Condylair gewricht
Vraag 7: De oblique fissuur van de rechterlong is schuiner gelegen
tenopzichten van de linkerlong.
a. Waar
b. Niet waar
Vraag 8: De ramus descendens posterior geeft in een links-dominant
coronair systeem een arterie af. Welke is dat?
a. Crx
b. LAD
c. RCA
Vraag 9: PVST wordt gekenmerk door periodieke aanvallen van abnormale
…?
a. Bradycardie
b. Tachycardie
Oefenvragen Kennistoest Geneeskunde 2024 Utrecht 2