Formuleblad
Afschrijvingskosten
Zijn de kosten van de waardevermindering. Deze schrijf je af van je winst voor belas:ng.
Formule:
A-R:N
Aanschafwaarde – restwaarde: economische levensduur
Liquiditeitsbegro6ng
Verschil in balans komt bij eigen vermogen aan de rechter kant.
Formule:
Inkomsten – uitgaven = eindsaldo liquide middelen (bank)
Kengetallen
1) Liquiditeitsratio: (Kan je kortlopende schulden betalen?)
a. Current ratio= vlottende activa : kort vreemd vermogen
Uitkomst gelijk of hoger dan 1,5
b. Quick ratio= (vlottende activa – voorraden): kort vreemd vermogen
Uitkomst gelijk of hoger dan 1
c. Netto werkkapitaal = vlottende activa – kort vreemd vermogen OF eigen vermogen +
lang vreemd vermogen – vaste activa
2) Solvabiliteitsratio: (Kan je schulden aflossen op lange termijn?)
a. Dept ratio= (vreemd vermogen: totaal vermogen) x 100%.
Er komt een percentage uit. Moet gelijk of lager zijn dan 67%.
b. Weerstandsvermogen= (eigen vermogen: totaal vermogen) x 100%.
Er komt een percentage uit. Moet gelijk of hoger zijn dan 33%.
3) Rentabiliteitsraio: (ben je winstgevend?)
a. Eigen vermogen (REV)= Nettowinst: gemiddeld eigen vermogen x 100%. Winst voor
of na belasting staat in de case. Uitkomst tussen 5-15%
b. Vreemd vermogen (RVV)= Rentekosten: gemiddeld vreemd vermogen x 100%.
(Rentekosten staan op de resultatenrekening) Uitkomst lager dan 10%
c. Totaal vermogen (RTV)= Bedrijfsresultaat: gemiddeld totaal vermogen x 100%.
(Bedrijfsresultaat staat in de resultatenrekening. Uitkomst tussen 5-10%
Gemiddeld vermogen formule= vermogen begin jaar + vermogen eind jaar: 2
Afschrijvingskosten
Zijn de kosten van de waardevermindering. Deze schrijf je af van je winst voor belas:ng.
Formule:
A-R:N
Aanschafwaarde – restwaarde: economische levensduur
Liquiditeitsbegro6ng
Verschil in balans komt bij eigen vermogen aan de rechter kant.
Formule:
Inkomsten – uitgaven = eindsaldo liquide middelen (bank)
Kengetallen
1) Liquiditeitsratio: (Kan je kortlopende schulden betalen?)
a. Current ratio= vlottende activa : kort vreemd vermogen
Uitkomst gelijk of hoger dan 1,5
b. Quick ratio= (vlottende activa – voorraden): kort vreemd vermogen
Uitkomst gelijk of hoger dan 1
c. Netto werkkapitaal = vlottende activa – kort vreemd vermogen OF eigen vermogen +
lang vreemd vermogen – vaste activa
2) Solvabiliteitsratio: (Kan je schulden aflossen op lange termijn?)
a. Dept ratio= (vreemd vermogen: totaal vermogen) x 100%.
Er komt een percentage uit. Moet gelijk of lager zijn dan 67%.
b. Weerstandsvermogen= (eigen vermogen: totaal vermogen) x 100%.
Er komt een percentage uit. Moet gelijk of hoger zijn dan 33%.
3) Rentabiliteitsraio: (ben je winstgevend?)
a. Eigen vermogen (REV)= Nettowinst: gemiddeld eigen vermogen x 100%. Winst voor
of na belasting staat in de case. Uitkomst tussen 5-15%
b. Vreemd vermogen (RVV)= Rentekosten: gemiddeld vreemd vermogen x 100%.
(Rentekosten staan op de resultatenrekening) Uitkomst lager dan 10%
c. Totaal vermogen (RTV)= Bedrijfsresultaat: gemiddeld totaal vermogen x 100%.
(Bedrijfsresultaat staat in de resultatenrekening. Uitkomst tussen 5-10%
Gemiddeld vermogen formule= vermogen begin jaar + vermogen eind jaar: 2