Aardrijkskunde
Boek: Geowijzer
Hoofdstuk 9 arm en rijk in de wereld
9.1 wanneer ben je rijk?
In het algemeen is het zo dat het Noorden welvarender is dan het zuiden, maar ook binnen
werelddelen zijn er onderling grote verschillen. Mondiaal gezien zijn alle landen in Afrika
ontwikkelingslanden, maar op contnentale schaal is er een groot verschil tussen de situate
in Zuid-Afrika en Ethiopië. Ook op natonale schaal kunnen er grote welvaartsverschillen zijn.
Indicatoren van ontwikkeling meetbare gegevens over basisbehoeften en inkomen.
Armoede verslechtert de gezondheid en een slechte gezondheid leidt tot een lagere
arbeidsproductviteit, wat grotere armoede als gevolg heeft.
1 op de 6 mensen op de wereld krijgt niet voldoende voedsel. Er is dan kwanttateve
honger.
Droogte die misoogsten tot gevolg heeft, is een belangrijke oorzaak van de voedseltekorten
in de wereld. Voedselrampen worden toegeschreven aan oorlogen. Het ontbreken van
agrarische infrastructuur is een andere oorzaak van honger evenals de overexploitate van
het milieu.
Overbeweiding (te veel dieren grazen en eten alles kaal, ontstaat ontbossing) vormt een
steeds groter probleem.
Een andere vorm van honger is kwalitateve honger of ondervoeding kwaliteit van het
voedsel niet goed, te eenzijdig.
Een goede gezondheidszorg is belangrijk. Gezonde mensen kunnen werken = positeve
spiraal.
Levensverwachtng is in ontwikkelingslanden lager. Bovendien is de zuigelingensterfte hoger.
Kindsterfte is hoger. Medicijnen zijn duur. Tekort aan doktoren en ziekenhuizen.
In ontwikkelingslanden gaan miljoenen kinderen niet naar school. Ze zijn analfabeet =
iemand die de vaardigheid lezen en schrijven niet of onvoldoende beheerst. Wordt mede
veroorzaakt door kinderarbeid.
Kinderarbeid neemt af als het inkomen per hoofd van de bevolking toeneemt en de
economie groeit. Dit is niet altjd zo. Daling kinderarbeid hangt ook samen met het sociaal
beleid van een land. Een andere oorzaak is toegang tot onderwijs. Ook vechten er veel
kindsoldaten in confictgebieden.
De indicator van ontwikkeling die het meest gebruikt wordt is het bruto natonaal product
(bnp). Dat is het geld dat alle inwoners van een land per jaar samen verdienen, inclusief de
menden die in het buitenland werken.
Het bnp/hoofd wil zeggen dat het geld dat alle inwoners van een land samen verdienen
wordt gedeeld door het aantal inwoners van het land. Dit is het gemiddelde inkomen per
jaar.
Bruto binnenlands product dat cijfer geeft aan wat alle mensen die in het land werken
samen verdienen.
Het nadeel van het bnp/hoofd is dat mensen rijk en arm kunnen zijn, het gemiddelde zegt
dan niets.
Ook kunnen er binnen een land grote regionale verschillen voorkomen.
Op het plateland zijn veel boeren zelfvoorzienend, deze productecijfers worden niet altjd
meegenomen.
, 9.2 steeds meer stedelingen
In 2008 woonden er meer mensen in de stad dan op het plateland.
In ontwikkelingslanden is de natuurlijke bevolkingsgroei (geboorte min sterfte) groter dan in
westerse landen. De sterftecijfers zijn gedaald, geboortecijfers zijn onverminderd hoog.
In veel landen wordt familyplanning (geboortebeperking) gestmuleerd. Geloofsredenen en
praktsche redenen zorgen ervoor dat er veel kinderen worden geboren.
Urbanisategraad percentage mensen dat in de stad woont is hoog in Europa, Oceanië en
Noor-Amerika. Het urbanisatetempo (verstedelijkingstempo), de snelheid waarmee de
stedelijke bevolking groeit ligt veel hoger dan in Europa, Oceanië en Noord-Amerika.
Bevolkingsgroei veroorzaakt een tekort aan water, hout en landbouwgrond.
Verstedelijking in ontwikkelingslanden verloopt veel sneller dan de westerse verstedelijking.
Mensen trekken naar de stad en de stad lokt de mensen ketngmigrate (hoe meer
positeve verhalen, hoe meer mensen vertrekken).
Meeste werkgelegenheid is in de informele sector (beroepen die mensen zelf bedenken om
geld te verdienen).
De enorme groei van de stad maakt dat er sprake is van overurbanisate niet voldoende
voorzieningen en luchtverontreiniging.
Sloppenwijken zijn altjd zelfouwwijken.
Er ontstaan steeds meer megasteden (steden met meer dan 10 miljoen inwoners).
9.3 natuurlijke factoren voor onderontwikkeling
Het klimaat de meeste ontwikkelingslanden liggen in tropische of droge gebieden, spelen
een rol bij de ontwikkelingsachterstand. Door warmte meer ziekten, onvruchtbare bodems.
Verwoestjning als woestjnen steeds groter worden. Oorzaken: klimatologische (neerslag
is onbetrouwbaar), menselijke oorzaken (groei bevolking). Het water uit de aquifers werd
opgepompt. Vee vrat alles kaal en trapte de planten plat (overbeweiding). Weinig voedsel en
water voor mens en dier. Grond wordt geïrrigeerd (bevloeien van het land), gaat veel water
verloren door verdamping. Zuinigste manier is druppelirrigate. Als irrigate op een verkeerde
manier gebeurt kan er een (zout) woestjn ontstaan. Als het water verdampt blijven de
zouten achter op het aardoppervlak (=verziltng). Ook politeke factoren kunnen van invloed
zijn.
Bodemerosie verdwijnen van de bovenste vruchtbare bodemlaag. Als de bodem niet
beschermd wordt door bomen of planten hebben water en wind vrij spel. In gebieden met
veel reliëf is de kans op bodemerosie door water het grootst. Ook bij de aanleg van akkers
op hellingen bestaat een grote kans op bodemerosie. Tegengaan bodemerosie: beplanten,
terrassen aanleggen, ploegen langs hoogtelijnen, verkleinen kuddes, in de winter begroeiing,
verbouwen van verschillende soorten gewassen door elkaar.
9.4 economische factoren voor onderontwikkeling
Economie gaat over werk en geld. Armoede is een groot probleem omdat het de
ontwikkeling stagneert.
Kolonialisme grote delen van ontdekte gebieden werden veroverd. Deze overzeese
gebieden van Europese landen worden koloniën genoemd. Omdat de koloniën grondstofen
moesten leveren aan de Europese landen, worden ze exploitatekoloniën genoemd. Er
waren ook koloniën waar Europeanen zich blijvend gingen vestgen (vestgingskoloniën).
Al in de 18e of 19e eeuw vond dekolonisate plaatst dat de koloniën zelfstandig werden. In
Afrika werden de meeste landen onafankelijk. Na de onafankelijkheid bleven veel
Boek: Geowijzer
Hoofdstuk 9 arm en rijk in de wereld
9.1 wanneer ben je rijk?
In het algemeen is het zo dat het Noorden welvarender is dan het zuiden, maar ook binnen
werelddelen zijn er onderling grote verschillen. Mondiaal gezien zijn alle landen in Afrika
ontwikkelingslanden, maar op contnentale schaal is er een groot verschil tussen de situate
in Zuid-Afrika en Ethiopië. Ook op natonale schaal kunnen er grote welvaartsverschillen zijn.
Indicatoren van ontwikkeling meetbare gegevens over basisbehoeften en inkomen.
Armoede verslechtert de gezondheid en een slechte gezondheid leidt tot een lagere
arbeidsproductviteit, wat grotere armoede als gevolg heeft.
1 op de 6 mensen op de wereld krijgt niet voldoende voedsel. Er is dan kwanttateve
honger.
Droogte die misoogsten tot gevolg heeft, is een belangrijke oorzaak van de voedseltekorten
in de wereld. Voedselrampen worden toegeschreven aan oorlogen. Het ontbreken van
agrarische infrastructuur is een andere oorzaak van honger evenals de overexploitate van
het milieu.
Overbeweiding (te veel dieren grazen en eten alles kaal, ontstaat ontbossing) vormt een
steeds groter probleem.
Een andere vorm van honger is kwalitateve honger of ondervoeding kwaliteit van het
voedsel niet goed, te eenzijdig.
Een goede gezondheidszorg is belangrijk. Gezonde mensen kunnen werken = positeve
spiraal.
Levensverwachtng is in ontwikkelingslanden lager. Bovendien is de zuigelingensterfte hoger.
Kindsterfte is hoger. Medicijnen zijn duur. Tekort aan doktoren en ziekenhuizen.
In ontwikkelingslanden gaan miljoenen kinderen niet naar school. Ze zijn analfabeet =
iemand die de vaardigheid lezen en schrijven niet of onvoldoende beheerst. Wordt mede
veroorzaakt door kinderarbeid.
Kinderarbeid neemt af als het inkomen per hoofd van de bevolking toeneemt en de
economie groeit. Dit is niet altjd zo. Daling kinderarbeid hangt ook samen met het sociaal
beleid van een land. Een andere oorzaak is toegang tot onderwijs. Ook vechten er veel
kindsoldaten in confictgebieden.
De indicator van ontwikkeling die het meest gebruikt wordt is het bruto natonaal product
(bnp). Dat is het geld dat alle inwoners van een land per jaar samen verdienen, inclusief de
menden die in het buitenland werken.
Het bnp/hoofd wil zeggen dat het geld dat alle inwoners van een land samen verdienen
wordt gedeeld door het aantal inwoners van het land. Dit is het gemiddelde inkomen per
jaar.
Bruto binnenlands product dat cijfer geeft aan wat alle mensen die in het land werken
samen verdienen.
Het nadeel van het bnp/hoofd is dat mensen rijk en arm kunnen zijn, het gemiddelde zegt
dan niets.
Ook kunnen er binnen een land grote regionale verschillen voorkomen.
Op het plateland zijn veel boeren zelfvoorzienend, deze productecijfers worden niet altjd
meegenomen.
, 9.2 steeds meer stedelingen
In 2008 woonden er meer mensen in de stad dan op het plateland.
In ontwikkelingslanden is de natuurlijke bevolkingsgroei (geboorte min sterfte) groter dan in
westerse landen. De sterftecijfers zijn gedaald, geboortecijfers zijn onverminderd hoog.
In veel landen wordt familyplanning (geboortebeperking) gestmuleerd. Geloofsredenen en
praktsche redenen zorgen ervoor dat er veel kinderen worden geboren.
Urbanisategraad percentage mensen dat in de stad woont is hoog in Europa, Oceanië en
Noor-Amerika. Het urbanisatetempo (verstedelijkingstempo), de snelheid waarmee de
stedelijke bevolking groeit ligt veel hoger dan in Europa, Oceanië en Noord-Amerika.
Bevolkingsgroei veroorzaakt een tekort aan water, hout en landbouwgrond.
Verstedelijking in ontwikkelingslanden verloopt veel sneller dan de westerse verstedelijking.
Mensen trekken naar de stad en de stad lokt de mensen ketngmigrate (hoe meer
positeve verhalen, hoe meer mensen vertrekken).
Meeste werkgelegenheid is in de informele sector (beroepen die mensen zelf bedenken om
geld te verdienen).
De enorme groei van de stad maakt dat er sprake is van overurbanisate niet voldoende
voorzieningen en luchtverontreiniging.
Sloppenwijken zijn altjd zelfouwwijken.
Er ontstaan steeds meer megasteden (steden met meer dan 10 miljoen inwoners).
9.3 natuurlijke factoren voor onderontwikkeling
Het klimaat de meeste ontwikkelingslanden liggen in tropische of droge gebieden, spelen
een rol bij de ontwikkelingsachterstand. Door warmte meer ziekten, onvruchtbare bodems.
Verwoestjning als woestjnen steeds groter worden. Oorzaken: klimatologische (neerslag
is onbetrouwbaar), menselijke oorzaken (groei bevolking). Het water uit de aquifers werd
opgepompt. Vee vrat alles kaal en trapte de planten plat (overbeweiding). Weinig voedsel en
water voor mens en dier. Grond wordt geïrrigeerd (bevloeien van het land), gaat veel water
verloren door verdamping. Zuinigste manier is druppelirrigate. Als irrigate op een verkeerde
manier gebeurt kan er een (zout) woestjn ontstaan. Als het water verdampt blijven de
zouten achter op het aardoppervlak (=verziltng). Ook politeke factoren kunnen van invloed
zijn.
Bodemerosie verdwijnen van de bovenste vruchtbare bodemlaag. Als de bodem niet
beschermd wordt door bomen of planten hebben water en wind vrij spel. In gebieden met
veel reliëf is de kans op bodemerosie door water het grootst. Ook bij de aanleg van akkers
op hellingen bestaat een grote kans op bodemerosie. Tegengaan bodemerosie: beplanten,
terrassen aanleggen, ploegen langs hoogtelijnen, verkleinen kuddes, in de winter begroeiing,
verbouwen van verschillende soorten gewassen door elkaar.
9.4 economische factoren voor onderontwikkeling
Economie gaat over werk en geld. Armoede is een groot probleem omdat het de
ontwikkeling stagneert.
Kolonialisme grote delen van ontdekte gebieden werden veroverd. Deze overzeese
gebieden van Europese landen worden koloniën genoemd. Omdat de koloniën grondstofen
moesten leveren aan de Europese landen, worden ze exploitatekoloniën genoemd. Er
waren ook koloniën waar Europeanen zich blijvend gingen vestgen (vestgingskoloniën).
Al in de 18e of 19e eeuw vond dekolonisate plaatst dat de koloniën zelfstandig werden. In
Afrika werden de meeste landen onafankelijk. Na de onafankelijkheid bleven veel