Hoofdstuk 1 – Integrale veiligheid ............................................................................................. 2
Hoofdstuk 3 – Werken aan risicoreductie .................................................................................. 4
Hoofdstuk 4 – Digitalisering en maatschappelijke veiligheid ................................................... 8
Hoofdstuk 6 – Samenwerken in de veiligheidsketen ............................................................... 10
Hoofdstuk 7 – De IVK-handelingscyclus ................................................................................ 12
Hoofdstuk 17 – De bestuurlijke inrichting van veiligheid in Nederland ................................. 13
Hoofdstuk 19 – Lokale en regionale fysieke veiligheid: brand ongevallen en crises .............. 15
Hoofdstuk 20 – Nationale veiligheid ....................................................................................... 21
Hoofdstuk 21 – Internationale samenwerking: onmisbaar voor nationale veiligheid .............. 23
Hoofdstuk 22 – Burgerparticipatie en zelfredzaamheid ........................................................... 26
Hoofdstuk 23 – Integrale beveiliging ....................................................................................... 29
Hoofdstuk 24 – Informatiebeveiliging ..................................................................................... 32
Hoofdstuk 25 – Managementsystemen en veiligheid .............................................................. 35
Hoofdstuk 26 – Arbeid en veiligheid ....................................................................................... 40
Hoofdstuk 28.4.1 – Actoren bij het ontwerpen van veilige systemen...................................... 43
Samengevat door: AMvE
Op basis van: Spithoven, et al. (2022). Basisboek integrale veiligheid.
,Hoofdstuk 1 – Integrale veiligheid
Introductie begrip veiligheid:
o Historische definitie omvat…
− Duurzame rust: bestendig antwoord op Hobbes’ oorlog van allen tegen allen
− Gebaseerd op trouw, liefde en vriendelijkheid
− Onbezorgdheid: minder onderdrukking
− Garantie op bescherming van lijf en bezit
− Overheid in steeds grotere mate begrensd door wetten
o Categorieën incidenten & crises:
1. Ramp
2. Crisis
3. Terrorisme
4. Openbare-ordeverstoringen
➢ Of hier sprake van is, wordt beoordeeld door burgemeester
5. Strafzaken met sterke publieke verontwaardiging
o Verandering/toevoegingen aan begrip veiligheid door de jaren heen:
− 1953: confrontatie met kwetsbare ligging ten opzichte van het water
− Jaren ’60: antiautoritaire rellen die uiteenlopen van activisme tot extremisme
− ’70s & ’80s: gijzelingen & aanslagen; grote branden; incidenten in industrie;
gijzelingen door georganiseerde misdaad
− ’90s: moordzaken; rellen; link tussen veiligheid en gezondheid wordt op de
kaart gezet door legionella-uitbraak; Bijlmer-vliegramp
− ’00s: internationaal terrorisme; aanslag Koninginnedag; aanslagen op bekende
personen (Pim Fortuyn, Theo van Gogh)
− ’10s: rampen; misdaad; vermissingen; terrorisme
− Toename cyberdreigingen
Dimensies van veiligheid:
o Objectief: mate van veiligheid vastgesteld op basis van waargenomen (on)veilige
situaties
o Subjectief: mate waarin mensen zich veilig voelen
o Kunnen zich los van elkaar ontwikkelen en vragen om een eigen benadering, maar
moeten wel in samenhang benaderd worden
Klassieke indeling van veiligheid:
o Fysieke veiligheid: mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen
tegen persoonlijk leed door ongevallen en onheil zonder menselijke intentie
− Ongevallen en rampen
− Interne veiligheid: arbeidsveiligheid en van consumenten/gebruikers en
externe veiligheid: veiligheid van omgeving
o Sociale veiligheid: mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen
tegen persoonlijk leed door misdrijven, overtredingen en overlast die meestal
intentioneel door anderen wordt begaan
, − Criminaliteit en leefbaarheid
− Misdrijven, overtredingen, overlast en leefbaarheidsproblemen
Beroeps- en opleidingsprofiel IVK:
o IVK’er: Iemand die…
− Alle relevante veiligheidsaspecten in samenhang benadert
− Gebruik maakt van cyclisch proces: signaleren & agenderen; analyseren;
maatregelen ontwerpen; implementeren; en evalueren
− Veiligheidsvraagstukken benadert vanuit dimensies tijd, ruimte, verschillende
kennisgebieden en sociale netwerken
, Hoofdstuk 3 – Werken aan risicoreductie
Risico:
- Effect van onzekerheid op (het behalen van) doelstellingen
- Bepalen door: risico = blootstelling x kans x gevolg
o Blootstelling: wanneer en waar het gevaar zich voordoet
o Kans: de waarschijnlijkheid dat de gevolgen optreden n.a.v. de blootstelling
o Gevolg: het effect of de consequentie van het optreden van een incident
- Omgaan met risico’s: vinden van een evenwicht tussen voor- en nadelen
Enkele gerelateerde definities:
- Gevaar/dreiging: iets dat schade kan veroorzaken
o Mogelijke gevolgen van belang voor risico
- Incidentverloop: beschrijving van de gebeurtenissen die kunnen leiden tot een incident
o Combinatie gevaar/dreiging met activiteit of persoon die kan leiden tot
incident
- Onzekerheid: niet weten of niet zeker weten
o Heeft vaak betrekking op de werking van maatregelen
- Maatregelen: manieren om het risico te verkleinen > risicoreductie
o AKA barrières; controls; Lines of Defense
- Veiligheid: dat mensen effectief beschermd zijn tegen de aantasting van hun
lichamelijke en geestelijke integriteit
o Net als bij “risico” is de focus vooral of negatieve aspecten: vertrek vanuit
onveiligheid
Typen risicoproblemen:
- Risico’s verschillen van elkaar op drie onderdelen:
o Complexiteit: hoe ingewikkeld het is om verbanden te leggen tussen oorzaken
en gevolgen
o Onzekerheid: hoe goed kans en gevolg te beschrijven zijn
o Ambiguïteit: mate waarin overeenstemming bestaat over de onderbouwing van
een risicoanalyse
- Verschillende risicoproblemen:
o Eenvoudige: er zijn weinig onzekerheden
▪ Grootte risico en belangen zijn bekend
▪ Discussie over hoe risico’s te beheersen
▪ Routinematige aanpak
o Complexe: moeilijk om de oorzaken van de gevolgen te bepalen
▪ Onderlinge verwevenheid van systemen
▪ Discussie nodig om kennis op te doen om risico’s te beoordelen en erop
te reageren