Binocuiair Zien 2
Verschillende pareses en paralyse ‘s per oogzenuw + verschillende syndromen uitgelegd.
, Neurogene Incomitante
Neurogeen paralytsch strabisme kan aangeboren (congenital) of verworven voorkomen. Een andere
gebruikelijke indeling voor pareses is om uit te gaan van de anatomische locate van de laesie.
- (I) – Supranuclear
Deze aandoeningen zijn zeer zeldzaam
- (II) – Inter-nuclear
- (III) – Infranuclear
Omdat de Infranuclear pareses het meeste voorkomen zijn deze voor de optometrist
het meest belangrijk om te screenen met een motliteit.
Incidente en etoiogie neurogene incomitantes
Verworven neurogene verlammingen komen voornamelijk unilateraal voor. Dubbelzijdige verworven
verlammingen zijn relatef zeldzaam.
- De N.III (Oculomotorius), de N.IV/4 (trochlearis) en de N.VI/6 (Abducens) kunnen in
verschillende mate zijn aangedaan en hierin variëren.
Congenitaie veriammingen
De verlammingen zijn bij de geboorte aanwezig of komen voor in de eerste 6 levensmaanden van het
geboren kindje. Meestal treden deze oogspier pareses op als geïsoleerde afwijkingen bij volstrekt
gezonde baby’s.
- De oorzaken van de aangeboren (congenitale) pareses blijven vaak onbekend.
Een congenitale incomitante kan zowel een neurogene als een niet-neurogene oorzaak hebben.
- Een anatomische afwijkende spieraanhechtng tot een mogelijk ontbrekende oogspier.
Verworven veriammingen
Een verworven parese van een of meerder oogspieren of hersenzenuwen kan wijzen op een
lichamelijke aandoening (pathologie).
- Doorverwijzing en medische behandeling is hierbij vereist.