3.1 Kosten en kostensoorten
Kosten: onder de kosten in een industriele onderneming verstaan we de geldwaarde van de
productiemiddelen die worden opgeoferd om eindproducten op de verkoopmarkt te kunnen
aanbieden.
- Werkelijke kosten = werkelijke hoeveelheid X werkelijke inkoopprijzen.
Wh x Wp
- Toegestane kosten = toegestane hoeveelheden van verschillende opgeoferde
productiemiddelen X standaard prijzen (verwachte gemiddelde inkoopprijs).
Sh x Sp
Kostensoort: onder een kostensoort (of kostencategorie) verstaan we het totaal van de kosten die
verband houden met het aanwenden van een bepaald productiemiddel
Verschillende soorten kostensoorten:
- De kosten van grond- en hulpstofenn
- De kosten van menselijke arbeidn
- De kosten van slijtende vaste activan
- De kosten van grondn
- De kosten van diensten van derdenn
- De kosten van belastingenn
- De interestkostenn
- De kosten in verband met voorzieningen.
3.2 Grondstofkosten tegen vaste verrekenprijzen
In een industriële onderneming boeken we meestal bij de grondstofen zowel de voorraad als het
verbruik tegen vaste verrekenprijzen. De VVP fungeert tevens als standaard prijs. Wanneer de
voorraad wordt geadministreerd tegen VVP, krijgen we te maken met prijsverschillen bij inkoop.
Naast rekening 300 Voorraad grondstoffn komt er nu ook de grootboekrekening 320
Prijsvfrschillfn bij inkoop grondstoffn bij.
Vaststelling verbruikte hoeveelheden grondstofen
Er zijn twee methoden om de werkelijk verbruikte hoeveelheden te kunnen vaststellen:
1. Directe verbruiksmeting: Magazijnmedewerker geeft grondstofen uit het magazijn af tegen
ontvangst van afgiftebonnen, deze worden getekend door bevoegden. Aan de hand van de
afgiftebonnen wordt de voorraadadministratie (in hoeveelheden!) en de fnanciële
administratie bijgewerkt. De collectieve grootboekrekening 300 Voorraad grondstofen
geeft aan: de hoeveelheid grondstofen die aanwezig moet zijn. Controle door
inventarisatie.
Nadelig voorraadverschil van bijv. 800kg x €2 = €1.600 wordt zo gejournaliseerd:
48 Voorraadverschillen 1.600
1
Aan 30 Voorraad grondstofen 1.600
0
2. Indirecte verbruiksmeting: Beginvoorraad + ontvangen hoeveelheid – eindvoorraad =
verbruik
De voorkeur gaat niet naar deze methode, omdat de voorraad die aanwezig moet zijn niet
vastgesteld kan worden. Eventuele verschillen (diefstal, breuk) worden dan geboekt als
‘verbruik’.
De werkwijze met 320 prijsvfrschillfn bij inkoop bij een industriële onderneming is hetzelfde als bij
een handelsonderneming. Hierbij wordt ook de grootboekrekening 950 rfsultaat prijsvfrschillfn
gebruikt.