Fiscale transparantie = technische term. Tem die aanduidt dat je door
bepaalde dingen ‘heen kijkt’. Vorige week aangaan en uittreden VOF etc. VOF
= fiscaal transparant want je kijkt naar de achterliggende subjecten. Een
uitvloeisel van fiscale transparantie. Fiscaal transparantie kent drie niveaus.
Drie niveaus van fscale transparantie binnen de IB:
1. Niveau van het belastingstelsel als geheel (verhouding IB & Vpb)
a. Meest abstract en meest hoge niveau. Nadenken over fiscale
transparantie als onderdeel van het belastingstelsel als geheel.
Belastingstelsel = dat we meer dan 1 belasting kennen.
b. Afbakeningsvraagstukken: wanneer IB wanneer Vpb en wat is de
samenhang tussen die twee?
c.Fiscale transparantie: entiteit wordt genegeerd en de achterliggende
persoon wordt belast (vof). Zie je de entiteit wel (BV): dan getrapt stelsel:
eerst Vpb en daarna hefng bij
aandeelhouders/deelgerechtigden/certificaathouders
d. Fiscale transparantie zegt iets over de manier hoe het systeem op elkaar
aansluit
e. Wij kennen klassieke stelsel: evenredigheid zijn.
2. Niveau van de binnen wettelijke IB-methodiek (firmaproblematiek – week
1)
a. Achterliggende subjecten zijn fiscaal ondernemer. Die zijn – bij vof –
belast. Winstefecten op niveau van de firmant/ondernemer.
Transparantie binnen de wet IB.
3. Niveau van een afzonderlijke bepaling (afgezonderde particuliere
vermogens (art. 2.14a)
a. Wettelijke bepaling forceert fiscale transparantie – APV regime.
b. In sommige gevallen zijn bepaalde entiteiten – stichting / trust – worden
genegeerd. Normaal daar belasten maar we kijken er toch maar door
heen.
Transparantie – niveau 1: niveau van het belastingstelsel als geheel: fscale
kwalifcatie
Fiscale transparantie op het niveau van het Nederlandse fiscale stelsel
- Fiscale transparantie als systeemelement van een belastingstelsel
- Raakt de uitgangspunten van het onderscheid tussen IB en Vpb:
o Aan welk subject vindt toerekening plaats?
o Kwalificatie van (buitenlandse) rechtsvormen
IB: hefen van belasting over natuurlijke personen (functie). Vpb: hefen van
belasting over de winst van lichamen (functie).
In essentie: aan wie reken je inkomen toe? Het is een uiting van het feit dat zowel
IB en Vpb subjectgerichte hefngen zijn. Je hebt een subject en daar zoek je een
object bij. Een natuurlijk persoon wordt belast voor zijn/haar inkomen.
,Als je een subject hebt, wat is dan zijn inkomen? (subjectgericht). Subject fungeert
als toerekeningscentrum. Inkomen als zodanig wordt niet belast, het wordt belast
‘in handen’ van iemand.
bij brongebonden hefngen anders (dividend). Alleen iemand nodig die het
inhoudt, de belasting kleeft aan het object. Voor de nationale rechtsorde is dat
best prima te doen. Maar dit systeem moet ook werken voor buitenlandse
vennootschappen en samenwerkingsverbanden met buitenlandse
vennootschappen. Dan kan het voorkomen dat er dubbel wordt geheven of niet
wordt geheven.
Uitgangspunten fscale kwalifcatie
Voor belastinghefng over winst uit een samenwerkingsverband (SWV) is van
belang of sprake is van een transparant SWV of een niet-transparant SWV.
- Bij een transparant SWV: toerekening van bezittingen, schulden,
opbrengsten van SWV aan achterliggende (rechts)personen in SWV
o Toerekening naar rato van het belang in SWV, naar rato winstaandeel
o Rechtstreekse toerekening: karakter onderliggende inkomsten blijft
behouden (vgl: BNB 1982/268)
o Achterliggende (rechts)personen worden derhalve direct in de
belastinghefng betrokken (IB/VPB)
- Bij non-transparant SWV: entiteit is zelfstandig toerekeningscentrum
Toerekening vindt plaats kwalitat qua: in SWV aandelen: die aandelen
toerekenen. Niet rechten op die aandelen toerekenen. Dat kan uitmaken. In
transparante entiteit zit iets in. Wat er in zit wordt als zodanig toegerekend.
Als er een OG inzit dan wordt 1/3 toegerekend i.p.v. een recht op 1/3. Bij IBR
kan dit ook veel uitmaken: onder verdragen voorkoming misschien voor OG
maar niet voor rechten op OG.
Box 2: belast voor aandelen maar misschien niet op rechten op aandelen?
Belangrijk dat aard van vermogensbestanddeel wordt behouden in de
toerekening.
Die hefng vindt direct plaats bij de achterligger. Niet op een later moment.
Niet tot WUO is opgenomen. Winst behaald, in dat jaar belast. Anders bij RP:
aandeelhouder pas belast als er wordt uitgekeerd. RP is zelfstandig
toerekeningscentrum.
Als firmanten rechtspersonen zijn, dan toerekenen in Vpb. Toerekenen naar
subject. Transparantie betekent niet perse aan IB of natuurlijk persoon. Kijken
naar het subject!
, Lijn 1: rechtstreekse gerechtigdheid tussen subject en object (pand).
Toerekenen inkomen pand aan subject moet ergens op gebaseerd zijn. Waar
staat in IB dat die is belast voor eigen salaris?
Pand: die lijn is eigendom/vruchtgebruik/beperkt recht. Er is een kanaal tussen
subject en object en langs dat kanaal komt het inkomen. Het staat alleen
nergens duidelijk in de IB. Het gaat om iets fundamenteels dus beter geregeld
maar aan de andere kant het is vanzelfsprekendheid.
Lijn 2: de oorspronkelijke lijn wordt onderbroken. Het pand wordt ingebracht in
een BV. Dat pand – dat toebehoorde aan subject – wordt ingebracht in de BV.
Het pand wordt nu toegerekend aan de entiteit – BV. Voor het pand komt er
een nieuw subject (subjectvervanging). Oud eigenaar pand – objectvervanging.
Hij had een pand en heeft nu aandelen. Conversie. Waar hij eerst
huuropbrengsten had heeft hij nu dividendopbrengsten. Kwalificatie maakt dat
de aard van de inkomst veranderd en dat de timing ander wordt. Beide
elementen zijn van groot belang.
Lijn 3: subject en een pand (object) en dat pand wordt ingebracht in een
willekeurige rechtsvorm. Die rechtsvorm is nog niet geclassificeerd. Kan ook
stichting achtige figuren zijn. Figuren die er uiteindelijk toe leiden dat het
plaatje niet meer klopt. (stichting = driehoek). Entiteiten met 1 bijzonder
kenmerk: rechtspersoonlijkheid maar je kan geen aandelen hebben in een
stichting. Dus stel een pand en dat pand wordt in een stichting gebracht. Voor
het pand een nieuw subject, subjectvervanging: stichting i.p.v. persoon. Maar
vanuit persoon: is er ook objectvervanging? Nee. Een aandeel ontbreekt. Daar
ontstaan de problemen.
Wie is het rechtssubject?
In de Wet IB is dat eenvoudig vast te stellen, namelijk natuurlijke personen.
Aan hem wordt het inkomen toegerekend. De vraag is vervolgens wanneer iets
als inkomen toe te rekenen is en wanneer niet?
Uitwerking in de Wet VPB
Limitatieve opsomming subjectief belastingplichtige lichamen: er is een
verschil tussen als 2 wet Vpb (binnenlands belastingplichtigen) en art. 3
(buitenlands belastingplichtigen).
Lichamen is een verzamelnaam voor entiteiten waarbij de winst niet
rechtstreeks aan de achterliggende deelgerechtigden kan worden toegerekend.