Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 ................................................................................................................................................... 3
Beleid .................................................................................................................................................................. 3
Hoorcollege 2 ................................................................................................................................................... 7
Rationeel-analytisch perspectief ........................................................................................................................ 7
Rationaliteit en legitimiteit ............................................................................................................................ 7
Beleidscyclus .................................................................................................................................................. 8
Hoorcollege 3 ................................................................................................................................................. 11
Politieke benadering: ........................................................................................................................................ 11
Barrièremodel .............................................................................................................................................. 13
Stromenmodel ............................................................................................................................................. 13
Drie tradities van overheidssturing.............................................................................................................. 15
Evaluatie als strategisch instrument ............................................................................................................ 15
Hoorcollege 4 ................................................................................................................................................. 16
Culturele benadering ........................................................................................................................................ 16
Markt en polis .............................................................................................................................................. 17
Beleidsparadox ............................................................................................................................................ 18
Hoorcollege 5 ................................................................................................................................................. 19
Oorzakelijke verhalen .................................................................................................................................. 19
Symbolen ..................................................................................................................................................... 20
Cijfers ........................................................................................................................................................... 21
Hoorcollege 6 ................................................................................................................................................. 22
Wat zijn instituties? .......................................................................................................................................... 22
Institutionele perspectief............................................................................................................................. 24
De werking van instituties ........................................................................................................................... 24
Hoorcollege 7- beleidsevaluatie ..................................................................................................................... 27
Hoofddoelen evaluatie ..................................................................................................................................... 27
Rationeel-analytisch .................................................................................................................................... 27
Constructivistisch ......................................................................................................................................... 28
Contextueel-realistisch ................................................................................................................................ 29
Samenvatting geschreven: .............................................................................................................................. 35
,Na afloop van de cursus Bestuur & Beleid:
• Heeft de student inleidende kennis en begrip van de basistheorieën van de bestuurskunde, in het bijzonder op het
gebied van beleid en openbaar bestuur. De student kan deze theorieën uitleggen en toepassen op een
voorbeeldcasus;
• Is de student in staat om beleid te analyseren en verklaren vanuit verschillende theoretische perspectieven;
2
, • Is de student op basisniveau in staat om een
aanpak van een beleidsprobleem te
ontwerpen en evalueren. Daartoe hebben ze
inzicht in verschillende beleidsinstrumenten
en evaluatiemethoden;
• Heeft de student kennis van de inrichting van
het Nederlandse openbaar bestuur als
context waarin beleidsvorming plaatsvindt.
Hoorcollege 1
Beleid= keuzes of acties, richtlijnen en
oplossingen van een of meerdere
bestuurlijke instanties, gericht op de
sturing van bepaalde maatschappelijke
ontwikkelingen. Alles wat een overheid
kiest om te doen, of om niet te doen (het
laten bestaan van dingen).
- Het gaat om plannen, dromen en
daden.
o Voornemens en actie
o Output (korte termijn) en
outcome (lange termijn)
Een beleidsanalyse kan je op twee
manieren uitvoeren:
- Descriptief (beschrijvend)
o Verklaren en analyseren
- Prescriptief (voorschrijvend)
o Ontwerpen en evalueren
(van beleid)
3
, Vier perspectieven om beleid te onderzoeken en analyseren:
De perspectieven moet je zien als een soort bril die je opzet, dan kan je een bepaald
perspectief aannemen.
Rationeel:
- De beoordeling vindt plaats aan de hand van: effectiviteit (hebben de maatregelen
geleid tot de realisatie van het beoogde effect?), efficiëntie (zijn de kosten en baten in
balans?) en samenhang (interne samenhang: onderlinge afstemming, externe
samenhang: dat programma’s die gelden in verschillende organisaties niet
tegenstrijdig zijn)
- Doelrationaliteit-> met zo min mogelijk middelen een doel realiseren
o Doelmaximaliteit-> maar dit wordt tegengehouden door bounded rationality,
de mens is niet alleen maar rationeel, maar ook intuïtief.
- Mens als homo economicus-> oftewel rationeel wezen
- Primaat van de politiek-> politiek maakt de keuzes en beleid volgt uit dat besluit
- Beleidsinstrumenten zijn neutraal/ objectief, voorbeeld van een beleidsinstrument is de
doelboom.
- Kennis staat centraal, ontbreekt informatie en kennis dan leidt dat tot slecht beleid.
- Politiek en beleid zijn van elkaar gescheiden
Politiek:
- Beleid is de uitkomst van een machtsstrijd
- De invloed van macht en belangen spelen een grote rol en zijn vaak het startpunt van
de machtsstrijd
4