Psychologie; een praktijkgerichte benadering voor sociaal werk
Hoofdstuk 6; persoonlijkheid en gedrag
6.1.1 het ontrafelen van de persoonlijkheid in trekken.
Gordon Allport probeerde persoonlijkheid objectef in beeld te brengen. Het was hem opgevallen dat
mensen in het dagelijkse leven werden beschreven aan de hand van persoonlijkheidstrekken
(aardig, grappig, gierig). Omdat er 18.000 woorden zijn om iemand persoonlijkheid te beschrijven
ging psycholoog Raymond Catell naar overlappende woorden (warm, gezellig, aardig, sympatek). Hij
bracht al deze 18.000 woorden terug naar 16 persoonlijkheidstrekken waarmee je iemand accuraat
mee kan beschrijven. Volgens psycholoog Hans Eysenck waren dit er maar twee: introversie/
extraversie en neurotcisme/ stabiliteit.
6.1 Wat is een persoonlijkheid?
Het woord persoonlijkheid suggereert masker, dit komt omdat in theater in de Griekse tjd een
persoon verschillende maskers gebruikte voor verschillende rollen (persona). Het woord persona is in
de eeuwen heen veranderd van rol naar wat wij van nature zijn, datgene wat ons onderscheidt van
anderen wat karakteristek en waarachtg aanvoelt. Wanneer we over persoonlijkheid praten, praten
we over de unieke manieren waarop iemand denkt, voelt en handelt bedoeld.
Ons gedrag wordt bepaald door twee factoren; omgeving waar we ons bevinden en onze
persoonlijkheid. Als je op een begrafenis alleen maar rustge mensen ziet, zegt dit niets over de
persoonlijkheid maar de situate waar we ons op toepassen. Zodra je iemand op een verjaardag
rustg ziet, kan je ervan uitgaan dat hij een rustge persoonlijkheid heef. Ook spreek je niet van
persoonlijkheid als het gedrag eenmalig is (denk aan irritate in een fle, omdat diegene naar een
sollicitate moet).
6.1.2 De twee trekken van Eysenck: introversie/ extraversie
Deze hebben betrekking op de mate waarin mensen behoefe hebben aan omgevingsprikkels. Het is
geen kweste van of/of maar van mate. Volgens hem hebben introverte mensen een zenuwstelsel
dat prikkels grondiger verwerkt, waardoor ze sneller overprikkeld raken dan extraverte mensen. Deze
mensen houden sneller actviteiten thuis. Extraverte mensen gaan liever naar feestjes etc.
6.1.3 De trekken van Eysenck: neuroticisme/ stabiliteit.
Iemand die hoog scoort op neurotcisme, ervaart snel stress wanneer er een onverwacht voorval
plaatsvindt. Deze mensen lopen hoge kans op depressie of angststoornissen. Iemand die hoog scoort
op stabiliteit, kan beter tegen druk en stress en is zich minder bewust hoe hij voorkomt bij anderen.
6.1.4 De big five
Zijn twee trekken wel genoeg om het verschil tussen mensen te verklaren? Zesten is in de
psychologie te veel en twee te weinig, daarom is de big fve er. Deze is ontstaan door scores op
vragenlijsten te analyseren. Hier worden ook openheid, aangenaamheid en plichtsgetrouwheid
onderscheiden.
, 6.1.5 Openheid
Mensen die openheid hebben, hebben veel fantasie en gaan actef opzoek naar nieuwe ervaringen.
Ze zijn nieuwsgierig en staan meer open voor een afwijkende manier van denken. Mensen die laag
scoren zijn vaak wat conservatever en gaan opzoek naar actviteiten die ze al wel kennen. Mensen
die hoog scoren spelen vaak muziekinstrumenten, veranderen vaak van baan en hebben minder
vooroordelen naar buitenlanders.
6.1.6 aangenaamheid
Mensen die hoog scoren op aangenaamheid houden rekening met anderen en worden als
sympathieker gezien dan mensen die hier laag scoren. Mensen die hoog scoren zijn over het
algemeen tevredener , daarnaast vertonen zij minder gedragsproblemen. Mensen die laag scoren
zijn vaak achterdochtger en hebben minder interesse in anderen en hebben negatevere gedachten
over de mensen om hun heen.
6.1.7 plichtsgetrouwheid
Mensen die hier hoog scoren zijn gedisciplineerd te werken en houden zich aan afspraken en
schema’s. mensen die hier laag scoren doen dit niet. Plichtsgetrouwe mensen hebben vaak minder
ontrouw in hun relate en een gezondere levensstjl en zijn gemiddeld succesvoller in hun carrière.
6.1.8 Hoe wordt persoonlijkheid gemeten?
Persoonlijkheidstrekken worden over het algemeen gemeten via een vragenlijst met stellingen,
waarin iemand moet beoordelen tot hoeverre het klopt. Zo een vragenlijst bestaat uit tentallen
stellingen, het idee is om door de gemiddelde scoren op deze stellingen de persoonlijkheid in kaart te
brengen. Hoewel persoonlijkheidstrekken samenhangen met vertoond gedrag, kunnen we niet
stellen dat ze automatsch leiden tot gedrag. Als een situate zich duidelijk voorschrijf hoe iemand
zich dient te gedragen, dan hebben persoonlijkheidstrekken niet zoveel invloed op gedrag
(begrafenis). Uit onderzoek blijkt dat persoonlijkheidstrekken zich vooral uiten als je in een
stressvolle situate zit (verhuizing). We kunnen persoonlijkheidstrekken dus beschouwen als een
neiging om bepaald gedrag te vertonen, die getriggerd wordt door stress en gebrek aan cues over
welk gedrag gepast is.
6.2 Hoe ontstaat persoonlijkheid?
‘zo vader zo zoon’. Of kinderen echt op hun ouders lijken en zo ja waarom dit zo is, is een
interessante vraag. Komt het door dezelfde genen of de omgeving waarin we opgroeien. Psycholoog
Francis Galton viel op dat genialiteit relatef vaak binnen een familie voorkomt. Volgens hem was het
duidelijk dat talent aangeboren was; genialiteit is erfelijk. Tegenstanders zeiden dat dit kon komen
door de omgeving.
6.2.1 Identieke genen, andere omgeving
Om te kijken of Johan Cruijf een goede voetballer is geworden door genen of zijn omgeving, zou je
hem het liefste klonen en dan in een andere omgeving op laten groeien. Als deze kloon in een andere
omgeving ook een top voetballer wordt, zijn het de genen. Faalt hij, komt het door zijn omgeving.
Het is natuurlijk niet mogelijk om kinderen te klonen, dus hoe testen we het dan? In een onderzoek
werden eeneiige tweelingen opgespoord die vanaf hun geboorte in verschillende gezinnen waren
opgegroeid. De tweeling had dezelfde gene, dus eventuele verschil in persoonlijkheid door de
omgeving. De uitkomst was echter dat de tweeling net zo veel op elkaar leek terwijl ze in een ander
Hoofdstuk 6; persoonlijkheid en gedrag
6.1.1 het ontrafelen van de persoonlijkheid in trekken.
Gordon Allport probeerde persoonlijkheid objectef in beeld te brengen. Het was hem opgevallen dat
mensen in het dagelijkse leven werden beschreven aan de hand van persoonlijkheidstrekken
(aardig, grappig, gierig). Omdat er 18.000 woorden zijn om iemand persoonlijkheid te beschrijven
ging psycholoog Raymond Catell naar overlappende woorden (warm, gezellig, aardig, sympatek). Hij
bracht al deze 18.000 woorden terug naar 16 persoonlijkheidstrekken waarmee je iemand accuraat
mee kan beschrijven. Volgens psycholoog Hans Eysenck waren dit er maar twee: introversie/
extraversie en neurotcisme/ stabiliteit.
6.1 Wat is een persoonlijkheid?
Het woord persoonlijkheid suggereert masker, dit komt omdat in theater in de Griekse tjd een
persoon verschillende maskers gebruikte voor verschillende rollen (persona). Het woord persona is in
de eeuwen heen veranderd van rol naar wat wij van nature zijn, datgene wat ons onderscheidt van
anderen wat karakteristek en waarachtg aanvoelt. Wanneer we over persoonlijkheid praten, praten
we over de unieke manieren waarop iemand denkt, voelt en handelt bedoeld.
Ons gedrag wordt bepaald door twee factoren; omgeving waar we ons bevinden en onze
persoonlijkheid. Als je op een begrafenis alleen maar rustge mensen ziet, zegt dit niets over de
persoonlijkheid maar de situate waar we ons op toepassen. Zodra je iemand op een verjaardag
rustg ziet, kan je ervan uitgaan dat hij een rustge persoonlijkheid heef. Ook spreek je niet van
persoonlijkheid als het gedrag eenmalig is (denk aan irritate in een fle, omdat diegene naar een
sollicitate moet).
6.1.2 De twee trekken van Eysenck: introversie/ extraversie
Deze hebben betrekking op de mate waarin mensen behoefe hebben aan omgevingsprikkels. Het is
geen kweste van of/of maar van mate. Volgens hem hebben introverte mensen een zenuwstelsel
dat prikkels grondiger verwerkt, waardoor ze sneller overprikkeld raken dan extraverte mensen. Deze
mensen houden sneller actviteiten thuis. Extraverte mensen gaan liever naar feestjes etc.
6.1.3 De trekken van Eysenck: neuroticisme/ stabiliteit.
Iemand die hoog scoort op neurotcisme, ervaart snel stress wanneer er een onverwacht voorval
plaatsvindt. Deze mensen lopen hoge kans op depressie of angststoornissen. Iemand die hoog scoort
op stabiliteit, kan beter tegen druk en stress en is zich minder bewust hoe hij voorkomt bij anderen.
6.1.4 De big five
Zijn twee trekken wel genoeg om het verschil tussen mensen te verklaren? Zesten is in de
psychologie te veel en twee te weinig, daarom is de big fve er. Deze is ontstaan door scores op
vragenlijsten te analyseren. Hier worden ook openheid, aangenaamheid en plichtsgetrouwheid
onderscheiden.
, 6.1.5 Openheid
Mensen die openheid hebben, hebben veel fantasie en gaan actef opzoek naar nieuwe ervaringen.
Ze zijn nieuwsgierig en staan meer open voor een afwijkende manier van denken. Mensen die laag
scoren zijn vaak wat conservatever en gaan opzoek naar actviteiten die ze al wel kennen. Mensen
die hoog scoren spelen vaak muziekinstrumenten, veranderen vaak van baan en hebben minder
vooroordelen naar buitenlanders.
6.1.6 aangenaamheid
Mensen die hoog scoren op aangenaamheid houden rekening met anderen en worden als
sympathieker gezien dan mensen die hier laag scoren. Mensen die hoog scoren zijn over het
algemeen tevredener , daarnaast vertonen zij minder gedragsproblemen. Mensen die laag scoren
zijn vaak achterdochtger en hebben minder interesse in anderen en hebben negatevere gedachten
over de mensen om hun heen.
6.1.7 plichtsgetrouwheid
Mensen die hier hoog scoren zijn gedisciplineerd te werken en houden zich aan afspraken en
schema’s. mensen die hier laag scoren doen dit niet. Plichtsgetrouwe mensen hebben vaak minder
ontrouw in hun relate en een gezondere levensstjl en zijn gemiddeld succesvoller in hun carrière.
6.1.8 Hoe wordt persoonlijkheid gemeten?
Persoonlijkheidstrekken worden over het algemeen gemeten via een vragenlijst met stellingen,
waarin iemand moet beoordelen tot hoeverre het klopt. Zo een vragenlijst bestaat uit tentallen
stellingen, het idee is om door de gemiddelde scoren op deze stellingen de persoonlijkheid in kaart te
brengen. Hoewel persoonlijkheidstrekken samenhangen met vertoond gedrag, kunnen we niet
stellen dat ze automatsch leiden tot gedrag. Als een situate zich duidelijk voorschrijf hoe iemand
zich dient te gedragen, dan hebben persoonlijkheidstrekken niet zoveel invloed op gedrag
(begrafenis). Uit onderzoek blijkt dat persoonlijkheidstrekken zich vooral uiten als je in een
stressvolle situate zit (verhuizing). We kunnen persoonlijkheidstrekken dus beschouwen als een
neiging om bepaald gedrag te vertonen, die getriggerd wordt door stress en gebrek aan cues over
welk gedrag gepast is.
6.2 Hoe ontstaat persoonlijkheid?
‘zo vader zo zoon’. Of kinderen echt op hun ouders lijken en zo ja waarom dit zo is, is een
interessante vraag. Komt het door dezelfde genen of de omgeving waarin we opgroeien. Psycholoog
Francis Galton viel op dat genialiteit relatef vaak binnen een familie voorkomt. Volgens hem was het
duidelijk dat talent aangeboren was; genialiteit is erfelijk. Tegenstanders zeiden dat dit kon komen
door de omgeving.
6.2.1 Identieke genen, andere omgeving
Om te kijken of Johan Cruijf een goede voetballer is geworden door genen of zijn omgeving, zou je
hem het liefste klonen en dan in een andere omgeving op laten groeien. Als deze kloon in een andere
omgeving ook een top voetballer wordt, zijn het de genen. Faalt hij, komt het door zijn omgeving.
Het is natuurlijk niet mogelijk om kinderen te klonen, dus hoe testen we het dan? In een onderzoek
werden eeneiige tweelingen opgespoord die vanaf hun geboorte in verschillende gezinnen waren
opgegroeid. De tweeling had dezelfde gene, dus eventuele verschil in persoonlijkheid door de
omgeving. De uitkomst was echter dat de tweeling net zo veel op elkaar leek terwijl ze in een ander