In dit verslag adviseer ik Koninklijke Elefanti BV (hierna genoemd als Elefanti BV) over de
rechtsgeldigheid van de nieuwe arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Dit doe ik aan de hand van
geldende wet- en regelgeving. In mijn advies benoem ik voor de duidelijkheid om welke onjuistheden het
gaat en tevens vermeld ik het juiste wetsartikel erbij. De artikelen uit deze arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd doorloop ik op numerieke volgorde.
Op de eerste plaats is lid 1 van artikel 1 van de overeenkomst onjuist, want op grond van artikel 7:668 lid
1 sub a en b BW moet er wel een opzeggingshandeling worden verricht, namelijk het een maand van
tevoren schriftelijk informeren van de werkgever over het al dan niet voorzetten van de overeenkomst en
indien er sprake is van voortzetting, de voorwaarden waaronder. Tevens is lid 2 van artikel 1 niet van
toepassing. Omdat de arbeidsovereenkomst niet langer duurt dan 6 maanden, mag er een geen proeftijd
worden overeengekomen op grond van artikel 7:652 lid 4 BW.
Op de tweede plaats zijn beide leden van artikel 3 van de overeenkomst onjuist. In lid 1 staat dat
“arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die elkaar, met tussenperiode van maximaal 6 maanden,
hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden
gelden als een arbeidsovereenkomst.” Op grond van artikel 7:668a lid 1 sub a BW moet de periode van
36 maanden veranderd worden in 24 maanden. In het tweede lid van artikel 3 van de overeenkomst
wordt gesproken van meer dan vijf voor bepaalde tijd aangegane contracten, maar volgens artikel
7:668a lid 1 sub b BW is dit aantal drie in plaats van vijf.
In lid 6 van artikel 4 van de overeenkomst ontbreekt volgens artikel 7:626 lid 1 BW op de loonstrook
opgave van “het bedrag van het loon waarop een persoon van de leeftijd van de werknemer over de
termijn waarover het loon is berekend ingevolgde het bepaalde bij of krachtens de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag recht heeft, tenzij zich ten opzichte van de vorige voldoening in geen van deze
bedragen een wijziging heeft voorgedaan”. Tevens ontbreekt op grond van lid 2 van 7:626 BW de naam
van werkgever, werknemer, de termijn waarover het loon is berekend en de overeengekomen
arbeidsduur.
Verder staan in artikel 5 van de arbeidsovereenkomst drie fouten. In lid 1 staat dat de werknemer recht
heeft op 132 vakantie-uren. Echter, volgens artikel 7:634 lid 1 BW is het aantal vakantie-uren waar een
werknemer recht op heeft vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week. Dat is 4 maal 38, dus
152 vakantie-uren. De werknemer heeft dus op 20 vakantie-uren meer recht dan in de
arbeidsovereenkomst is opgenomen. In het tweede lid staat dat de werknemer bij het vaststellen van de
vakantie ook rekening houdt met de wensen van andere werknemers en de bedrijfsomstandigheden,
deze twee voorwaarden staan niet in artikel 7:638 lid 2 BW.
Daarnaast staat in lid 3 dat, indien de werkgever niet binnen vier weken schriftelijk reageert op het
verzoek van de werknemer, de vakantie wordt vastgesteld volgens het verzoek van de werknemer. Op
grond van artikel 7:638 lid 2 BW moet deze termijn twee weken zijn in plaats van vier weken. Ook is lid 4
van artikel 5 niet juist. Lid 4 vermeldt dat de niet opgenomen vakantie-uren na 3 maanden na het jaar
van het opbouwen van de vakantiedagen vervallen. Artikel 7:640a BW zegt dat deze termijn 6 maanden
bestrijkt, in plaats van 3.
Verder staat in lid 5 dat de vakantie-uren door de werkgever kunnen worden uitbetaald op schriftelijk
verzoek van de werknemer, dit is niet helemaal juist. In artikel 7:640 lid 1 BW staat dat de werknemer
tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst geen afstand kan doen van zijn aanspraak op vakantie
tegen een schadevergoeding. Het tweede lid van dat artikel zegt dat dit wel kan als de aanspraak het
wettelijk minimum te boven gaat, wat met andere woorden betekent dat dit alleen mag bij de
bovenwettelijke vakantie-uren.
Dan staat er in artikel 6 ook nog een fout. In lid 1 van het artikel staat dat de werknemer de eerste 52
weken bij ziekte recht heeft op 90% van het overeengekomen loon en daarna op 80% van het