Samenvatting
,4 basiswetten = Constitutie
1. Successiewet (troonopvolging) 1810
2. Wet op persvrijheid 1949
3. Rf 1974
4. Wet op vrijh. van meningsuiting 1991
De burgerparticipatie is heel groot in Zweden. Zie je terug in
verschillende burgercommitees.
,Lagere overheden
Centrale Zweedse overheid heeft geen vernietiging/
corrigerend recht om gemeentes of provincies af te straffen.
Hiervoor De Ombudsman.
De regering
• Moet vertrouwen hebben van Parlement
• Kan verordeningen maken (soort AmvB)
• Laat veel over aan ZBO’s
• Beslissingen worden collectief genomen.
• De regering is bevoegd op andere terreinen, maar de wetgever
mag naar eigen inzicht deze materie ook regelen.
,Ministeriële
verantwoordelijkheid?
Individueel.
Wanneer een MP geconfronteerd wordt met
motie van wantrouwen, moeten ministers hem
volgen.
Het Zweedse parlement kan ook met een absolute meerderheid
individuele ministers wegstemmen, maar dan stapt niet het hele
kabinet op.
, Constitutionele commissie
Deze organisatie van je Rijksdag controleert of de
regering bij haar besluitvorming de juiste
regelgeving volgt.
Toetsing aan de Rf?
Ja, rechter kan wetten toetsen aan hogere regelgeving, maar
moet primaat van de Riksdag in het hoofd houden.
Heeft de Rf nooit verboden, maar ook nooit expliciet toegestaan
ex. art. 11:14 Rf.
De Rf heeft dus een bepaling die normen in strijd met hoger recht
buiten toepassing verklaart, geldt ook onverkort voor wetten en
regeringsverordeningen.