Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Hoorcollege aantekeningen Ontwikkelingspsychologie

Rating
-
Sold
1
Pages
43
Uploaded on
27-09-2018
Written in
2016/2017

Alle hoorcollege aantekeningen van het vak Ontwikkelingspsychologie. Het bevat de hoofdstukken 1 t/m 6, 9 tm 12, 15, 16, 18 t/m 21 van het boek Developmental Psychology van Slater & Bremner

Institution
Course

Content preview

Ontwikkelingspsychologie

Hoorcollege 1 – Hoofdstuk 2

 Wat is een theorie

 Theorieën: op een systematische manier de ontwikkeling leren begrijpen, handvat bij het
evalueren van je kennis
 Theorie is een geheel aan denkbeelden, hypotheses en verklaringen
- Gaat uit van vooronderstellingen (assumpties)
- Verklaart (samenhang) feiten
- Is een reductie van de werkelijkheid en is generaliseerbaar
- Maakt kennis openbaar
 Wat is een goede theorie?
- Toetsbaar aan de hand van waarnemingen (bijv. niet religie)
- Blijft overeind staan in verschillende situaties (generaliseerbaar)
- Geeft consistente voorspellingen
 Wanneer theorie verwerpen/vervangen?
- Als deze niet overeind blijft staan aan de hand van de waarnemingen (falsificatie)
- Als een nieuwe theorie nog meer verklaart > kleurt de geschiedenis van de
ontwikkelingstheorie
- Minor theorieën: theorie over een enkel fenomeen, bijv. leren diepte te zien
- Major theorieën: brede theorie, bijv. ontwikkeling cognitie, motoriek, sociale
vaardigheden
 Wat is een goede ontwikkelingstheorie?
- Heeft betrekking op de ontogenese (ontwikkeling individu)
- Richt zich op verandering over tijd
- Verklaart het ontstaan van nieuwe eigenschappen
- Is het liefst pedagogisch nuttig
 Recapitulatie theorie: Ernst Haeckel: ontogenese volgt fylogenese > ieder organisme
doorloopt tijdens zijn ontwikkeling van embryo tot volwassene (ontogenese) de stadia
van zijn evolutie (fylogenese)
- Kritiek: er zijn veel overeenkomsten tussen de ontogenese en de fylogenese maar de
stadia zijn niet functioneel (kieuwen werken niet) > Haeckel knoeide met zijn tekeningen

 Spectrum aan ontwikkelingstheorieën

 Nature/nurture
- Nature/endogeen: kennis is aangeboren en komt tot expressie over de loop van de
ontwikkeling
- Nurture/exogeen: alleen mechanisme om te leren is aangeboren, de rest van de
ontwikkeling wordt bepaald door de omgeving
- Beide: zowel aanleg als omgevingsinvloeden sturen ontwikkeling
 Continu/stadia
- Continu: ontwikkeling verloopt geleidelijk, kind is niet kwalitatief anders dan een
volwassene, alleen ervaring ontbreekt nog
- Stadia: ontwikkeling verloop in verschillende stadia, kind is kwalitatief anders dan de
volwassene

, - Beide: ontwikkeling verloopt continue maar bepaald gedrag kan tijdelijk domineren
waardoor gedrag er stadia-achtig uit kan zien
 Passief/actief
- Passief: kind speelt een passieve rol en ondergaat zijn eigen ontwikkeling automatisch
- Actief: kind speelt een actieve rol in zijn eigen ontwikkeling en construeert zelf nieuwe
kennis
- Beide: sommige processen ontwikkelen automatisch terwijl andere processen een
actieve rol van het kind nodig hebben

 Motorische ontwikkeling

 Mijlpalen grove motoriek: sequentie is grofweg voor iedereen gelijk, maar er zit wel
variatie in wanneer iemand een nieuwe vaardigheid bezit
 Maturatietheorie van Gesell: biologisch gestuurde rijping (=maturatie), ongeacht input zie
je altijd hetzelfde patroon van ontwikkeling > filmpje kind pakt eerst 1 blokje daarna 2
blokjes als hij ouder is
- Centraal staat:
- Rijping centrale zenuwstel bepaalt de ontwikkeling van een kind,
gedragsontwikkeling volgt hieruit
- Cephalocaudale trend: van kop tot staart
- Proximodistale trend: van het centrum tot de uiteinden
- Persoonlijkheid speelt een belangrijke rol in de tempoverschillen tussen kinderen
- Rol omgeving (ouders) is om, als het kind er klaar voor is, de juiste omgeving te
bieden (niet te vroeg pushen)
- Kritiek:
- Niet ieder kind doorloopt hetzelfde patroon (achteruitkruipers bijv.)
- Generaliseert niet naar andere culturen
- Omgeving speelt ook sturende rol (zie onderzoek McGraw)
- McGraw: omgeving kan motorontwikkeling sturen > tweelingonderzoek waar 1 kind
extra training kreeg in bijv. zwemmen, klimmen en deze werd zeer vaardig
 Dynamische systeemtheorie (DST):
- Ontwikkeling is een complexe interactie tussen eigenschappen van het systeem en
omgeving
- Systeem is een verzameling componenten die met elkaar verbonden zijn
- Dynamisch systeem is een verzameling veranderlijke componenten die elkaar
beïnvloeden en beschrijft hoe een toestand naar een andere toestand ontwikkelt over de
tijd
- Een belangrijk kenmerk is zelforganisatie
- De effecten zijn niet-lineair: kleine veranderingen in een variabele brengt een
kwalitatieve verandering in het patroon teweeg
- Esther Theelen: DST van de motorische ontwikkeling
- Motorische ontwikkeling wordt gestuurd door ontwikkeling centrale zenuwstelsel
(nature), ontwikkeling bewegingsapparaat (nature) en omgeving (context en de taak)
> filmpje dat stappen (lopen) aangeboren is
 Gesell: nature, stadia en passief
McGraw: nurture, stadia en passief
DST: nature/nurture even belangrijk, stadia en continu even belangrijk, en actief (non-
lineaire continue ontwikkeling richting tijdelijk evenwicht)

, Cognitieve ontwikkeling

 Eind 19e eeuw:
- Behaviorisme: Watson, Pavlov, Thorndike
- Psychoanalyse: Freud
 20e eeuw:
- Behaviorisme: Skinner
- Constructivisme: Piaget, Information processing theory, Vygotsky

 Behaviorisme: grondlegger Watson: bestuderen van zichtbaar gedrag, mentale
processen (black box) zijn niet interessant, bewustzijn geen bruikbaar construct >
lijnrecht tegenover de psychoanalyse van Freud
- Kind is minivolwassene, leerprocessen in kinderen en volwassenen zijn hetzelfde >
beloning en straf
- Kind is passief in zijn ontwikkeling, omgeving stuurt ontwikkeling > geldt ook voor
psychoanalyse
 Klassiek conditioneren Pavlov: associaties worden gevormd tussen stimuli door de
daaraan gekoppelde beloningen straf
- Watson voerde angst conditioneringsexperimenten uit op kinderen (Little Albert
experiment)
 Thorndike: law of effect
- Consequenties van gedrag (staf, beloning) sturen toekomstig gedrag
- Beloning is sterker dan straf
- Law of recency: recent gedrag heeft een hogere kans zich te herhalen
- Law of excercise: oefening versterkt stimulus-response connecties
- Kind kan alles worden, omgeving stuurt
- Puzzel-box experimenten > grote invloed op onderwijs (met beloningen leren
verbeteren)
 Skinner: moderne behaviorist > operant conditioneren
- Gedrag kan in frequentie toe- of afnemen door de koppeling met resp. beloning en straf
- Emoties als uitkomst van gedrag zijn belangrijk en kind speelt deels actieve rol > in
tegenstelling tot de klassieke behavioristen hiervoor

 Constructivisme: verwerven van kennis en vaardigheden is het resultaat van
denkactiviteiten van de kinderen zelf. Kinderen leren door de nieuwe informatie te
verbinden aan datgene wat ze al weten
- Nature en nurture: kind speelt actieve rol in zijn ontwikkeling
- Jean Piaget: grote invloed jaren 70-80, ontwikkeling toetsbare theorie > 4 kwalitatief
verschillende ontwikkelingsstadia > onderzocht de omslagpunten in het beschikken van
bepaalde vaardigheden
- Wat doe je als nieuwe informatie niet past in je huidige opvattingen? Negeren > in
huidige theorie passen > nieuwe theorie vormen
Jean Piaget: - Assimilatie: inpassen in bestaande theorie
- Accommodatie: theorie aanpassen
- Equilibratie: nieuwe cognitieve structuur
- Kritiek: kwalitatieve stadia problematisch en onvoldoende rekening houden met sociale
omgeving

,  Information processing theory: basis IPT ligt in de cognitieve psychologie: individu
verwerkt informatie op een vergelijkbare manier als een computer. Om gedrag te
begrijpen moet je de processen tussen input (stimulus) en output (response) begrijpen
- Ontwikkelingsproces is continu
- Kind speelt een actieve rol (zelforganisatie)
- Nature en nurture
- Vooral veel minor theorieën

 Sociaal constructivisme:
- Lev Vygotsky: grondlegger socioculturele ontwikkelingstheorieën, sociale omgeving is
een kritische sturende factor in ontwikkeling
- Nieuwe vaardigheid eerst geleerd in interactie met een ander, daarna pas
geïnternaliseerd
- Het kind lost samen met een meer ervaren partner problemen op; door hulp van deze
partner krijgt het kind de kans om een bepaalde mate van intellectueel gedrag te
vertonen (bijv. tutors basisschool)
- Kind wordt geboren met elementaire mentale functies en ontwikkelt gaandeweg hogere
mentale functies (vrije wil)
- Mediatoren: psychologische gereedschappen en symbolen die denkprocessen
ondersteunen en sturen (taal, tellen, kunst, schrijven enz.) = cultureel gevoelig
- Taal speelt centrale rol: tool om instructies mee te geven aan een ander en aan jezelf
- Egocentrische spraak: op jezelf gericht monoloog helpt in de ontwikkeling
- Kinderen praten eerst nog hardop maar daarna alleen in hun hoofd (inner speech)
- Zone of proximal development: vaardigheden die net iets te moeilijk zijn maar met hulp
wel geleerd kunnen worden
- Scaffolding: instructie aanpassen aan het niveau van het kind
- Cultuur bepaalt de beschikbare mediatoren en vormt daarmee de cognitieve
vaardigheden, bijv. onderzoek Nunes & Bryant: Braziliaanse kinderen kunnen complexe
rekensommen oplossen maar falen als ze een som op papier moeten maken >
onderschat kinderen niet; hou rekening met culturele context
- Kritiek: Maar hoe vond de ontwikkeling dan plaats? Wat verandert er over de tijd? Daar
sprak Vygotsky niet over
 Vroege behaviorisme: nurture, continu, passief
Late behaviorisme: meer nurture dan nature, continu, passief
Piaget – constructivisme: nature en nurture, stadia, actief
IPT – constructivisme: nature en nurture, actief (zegt niks over continu/stadia)
Vygotsky – sociaal constructivisme: nature en nurture, actief

Hoorcollege 2 – Hoofdstuk 3

 Wat is evolutie?

 Natuurlijke selectie: Darwin, 1859 The Origin of Species
- Stap 1: individuen verschillen > variatie
- Stap 2: er zijn meer individuen dan voedselbronnen > strijd (mensen: strijd om
voortplanten)
- Stap 3: nakomelingen lijken op hun ouders > erfelijkheid
- Stap 4: individu heeft kenmerken die helpen met overleving en reproductie > adaptaties

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 27, 2018
Number of pages
43
Written in
2016/2017
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes

Subjects

$4.19
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
maximeklingers Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
177
Member since
7 year
Number of followers
115
Documents
48
Last sold
1 month ago
Psychologie samenvattingen, hoorcollege aantekeningen en meer!

4.0

40 reviews

5
9
4
24
3
6
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions