Kennisclips voor Hoorcollege 1
Analyseren en evalueren argumentatie
Reconstructie/analyse
1 Is er sprake van een argument?
- Retoriek, verklaring, verklaring als conclusie en argumenten
- Deductie, inductie en abductie
2 Relevante proposities selecteren en helder weergeven
- Overbodige info weglaten
- Vertalen van onduidelijk taalgebruik en retoriek ontzenuwen
3 Logisch stroomlijnen
- Impliciet > expliciet, verbindende premissen, generalisaties
Evaluatie: geldig of krachtig?, deugdelijk?, rationeel overtuigend?
Argumenten herkennen
Argument: een set proposities (feitelijke inhoud van een zin), bestaande uit een aantal premissen
en een conclusive
- Redenen dat iets zo is
- Bij verkalring: waarom iets zo is
Hoorcollege 1 – B&K H1
Argumenten identificeren
Argument: een argument is een poging om te overtuigen met goede redenen
- Retoriek: een poging om te overtuigen door middel van uitsluitend de ‘kracht’ van de woorden
die worden gebruikt te gebruiken
Een zin kan meerdere proposities bevatten
- Niet elke zin is een propositie (bijv kreten)
- Dezelfde zin kan verschillende proposities bevatten, afhankelijk van de context
- Declaratieve zin bevat meestal meer informatie dan alleen propositie/feitelijke inhoud >
retoriek, implicaties
Conclusies en premissen herkennen: wat is het belangrijkste punt van de tekst en wat zijn de
redenen die de schrijven voor deze conclusie aandraagt?
- Zoek indicatoren: daarom denk ik/hieruit volgt (since, for, because, given that) etc
- Herschrijf waar nodig
- Conclusies en premissen kunnen impliciet zijn
- Verwijder overbodig materiaal
Verklaring: er worden redenen aangeven waarom iets zo is: wat zijn de oorzaken ervan?
Argument: er wordt informatie (premissen) aangedragen als ondersteuning voor een bewering
Retoriek: er wordt gepoogd te overtuigen zonder redenen maar enkel door de kracht van woorden
Niet-onderbouwde bewering: er wordt enkel een bewering gegeven, geen reden waarom iets zo is
of ondersteuning dat iets zo is
1
, Kennisclips voor Hoorcollege 3
Rationaliteit
1 Logical benchmark: consistentie van je overtuigingen/geloof > making deductively valid inferences
- Of ze goed zijn in het inschatten of een argument deductief logisch is (zijn mensen niet goed in)
2 Probabilistic benchmark: consistentie van de mate waarin je overtuigt bent > updating beliefs in
accordance with the rules of probability (zijn mensen ook niet goed in > klein/groot ziekenhuis)
3 Rational Decision benchmark: consistentie van voorkeur en keuze > deciding in a manner that
maximizes expected utility (allais paradox ontkracht dit)
Confirmation bias: mensen zoeken actief naar informatie die hun overtuiging/geloof bevestigd
Perseverance bias: informatie beïnvloedt toekomstige prestaties zelfs nadat bekend is dat de
informatie niet klopt/verzonnen is
Rationeel model:
- Objective value = probability * objective value
Prospect theory:
- Subjective value = decision weights * subjective value
Mensen zijn vaak risico avers: kiezen niet voor risico’s maar voor zekerheid
Allais paradox: meeste mensen kiezen voor veilige optie (bijv bij loterij), terwijl het economisch
gezien niet de beste uitkomst is > volgens rationeel model
- Meeste mensen kiezen bij de tweede keuze een voorkeur die niet consistent is met de eerste
voorkeur (is paradoxaal)
Heuristieken: mensen kiezen op basis van heuristieken > representativiteit en beschikbaarheid
(availability > hoe snel het bij je te binnen schiet, dat weegt zwaarder dan relevantie) & anchoring
en adjustment: adjusting an already existing impression or number to take into account additional
factors
Keuzes en Kalibratie
General framework for decision making:
1 Identification, recognition and framing of decision
2 Generation of alternatives: knowledge and correction for bias
3 Evaluation of alternatives: probabilities, consequences
4 Selection of alternatives and action > context: sociale factoren, belangrijkheid, resources
5 Re-evaluation, re-framing, re-generation
6 Act on decision
7 Evaluate outcome = kalibratie van je keuzestrategie
Uitkomst: expectancy * value
- Additive lineair: keuzealternatieven wegen door expectancy*value en dan de hoogste uitkomst
kiezen (utility uitrekenen) OF: expectancy*probability*value
- Satisficing heuristiek: kiezen voor de eerstvolgende optie die voldoende scoort op je
belangrijkste criteria
- Additive difference: eerst 2 opties met elkaar vergelijken, daarna de winnaar met de andere optie
vergelijken
- Dominance: criteria die heel belangrijk is wordt gekozen
- Lexicographic: belangrijkste kenmerk kiezen, daarop keuze maken > daarna nog belangrijke
kenmerken bekijken totdat je een keuze kan maken
- Satisficing: kiest het eerste alternatief dat aan je eisen voldoet (dus niet per se beste)
- Recognition heuristic: je kiest de eerste optie die je hoort en herkent
2