Rijksuniversiteit Groningen
UITWERKING OEFENOPDRACHTEN
,Inhoudsopgave
College 1 3
Inleiding 3
College 2 6
Staten, volken en zelfbeschikkingsrecht 6
Aantekeningen aanvullend materiaal 6
College 3 13
Internationale organisaties 13
College 4 16
Mensen en mensenrechten 16
Aantekeningen aanvullend materiaal 16
College 5 22
Rechtsbronnen 22
Opdrachtvragen: 23
College 6 27
Verdragen 27
Opdrachtvragen: 28
College 7 32
Supranationaliteit, het gebruik van geweld en internationaal strafrecht 32
Opdrachtvragen: 33
Jus in bello: recht tijdens oorlog 33
Jus ad bellum: recht tot oorlog 33
Internationaal humanitair recht: enkel ‘jus in bello’ 33
Ad hoc-tribunalen 37
College 8 39
Doorwerking in nationaal recht 39
Opdrachtvragen: 39
College 9 43
Afbakening staatsgezag 43
Aantekeningen aanvullend materiaal: 43
Opdrachtvragen: 46
College 10 50
Immuniteiten 50
Opdrachtvragen: 51
College 11 55
Staatsaansprakelijkheid 55
Opdrachtvragen: 0
College 12 6
Internationaal milieurecht 6
Opdrachtvragen: 7
,College 1
Inleiding
Nollkaemper:
- Hoofdstuk 1
EIR:
Verdragen, resoluties en andere documenten
- Charter of the United Nations, EIR 93 (91, 73)
- Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden, art. 90, EIR 3 (3, 3)
Rechtspraak
Aanvullend:
- Korte video over wat internationaal recht
is(ENG):
https://www.youtube.com/watch?v=8Zeein8
3DdU
IPR is ‘overal’. Zowel de mogelijkheid om met het vliegtuig naar een ander land te vliegen
voor een vakantie. Deze mogelijkheid en toelaatbaarheid is omvat door afspraken die
vallen onder het IPR. Ook verschillende oorlogen worden behelst door het IPR. Hiervoor
worden vaak resoluties opgesteld, waarbij andere staten/landen de mogelijkheid krijgen
om te interpreteren in het conflict ter plaatsen.
In het internationale aspect wordt men dagelijks op verschillende wijzen geconfronteerd
met grensoverschrijding. Het IPR speelt hierbij een rol om dit te modelleren naar een
juridisch acceptabel kader.
Het zeerecht is een goed voorbeeld van grensoverschrijdend IPR. Hierbij zijn allerlei
internationale rechtsregels omtrent het territorium van de staat, de invaart en de
aanlegregels. De meeste rechtsregels zijn ontstaan door ‘gewoonten’ (customs).
Opdrachtvragen:
1) Leg uit met welk fenomeen de oorsprong van het internationaal publiekrecht
vaak verbonden wordt.
De oorsprong van het internationaal publiekrecht wordt vaak verbonden met het
ontstaan van de onafhankelijke en soevereine staat in Europa. (p. 20
Nollkaemper).
2) Vanaf wanneer zijn de ontwikkelingen van internationaal publiekrecht niet
meer beperkt tot de geografische uitbereiding van het rechtsgebied? Leg ook
uit welke ontwikkelingen hierbij van belang zijn.
Vanaf de Vrede van Westfalen (1648) ontstond een systeem van soevereine en
gelijke staten die niet langer waren onderworpen aan een hoger gezag. De
politieke eenheden ontworstelden zich aan het gezag van het Geilige Roose Rijk en
de Kerkelijke Staat. Zij kwamen overeen het beginsel van territoriale integriteit
te respecteren en werden formeel onafhankelijk. (p. 20 Nollkaemper).
3) Leg uit wat ius gentium inhoudt.
In het romeinse Rijk duidde deze term op het recht dat op alle burgers van
toepassing was.
, 4) Welke rechtsbronnen kent de internationale rechtsorde?
Om te bepalen of iets internationaal- of nationaal recht is, moet gekeken worden
naar de rechtsbron. In het internationale recht gelden vier bronnen:
1. het gewoonterecht;
2. verdragen;
3. besluiten van internationale organisaties;
4. algemene rechtsbeginselen (p. 23 Nollkaemper).
5) Welke twee kenmerken liggen besloten in het publieke karakter van
internationaal publiekrecht?
Dit element ligt besloten in twee kenmerken:
1. IPR zorgt ervoor dat er in de internationale gemeenschap publiek gezag
kan worden uitgeoefend;
2. Gaat om bescherming van publieke belangen en dus niet van private
belangen (p. 26 Nollkaemper).
6) Leg uit waarom het van belang is om rechtsnormen te onderscheiden van
andere normen.
Rechtsregels zijn onderdeel van een systeem dat schending van een norm verbindt
met een sanctie. De verbinding tussen een overtreding van een rechtsnorm en een
door het recht geregelde sanctie is een wezenskenmerk van ‘recht’ (p. 30
Nollkaemper).
7) Internationaal recht kent een fundamentele zwakte, namelijk het niet in
staat zijn om fundamentele schendingen van de grondregels van de
internationale rechtsorde tegen te gaan op belangrijke momenten (denk aan
de annexatie van de Krim in 2014). Toch is het misleidend om de verklaring
van de naleving van internationaal recht te zoeken in het niet bestaan van
juridische handhavingsmechanismen. Leg uit hoe naleving van internationaal
recht dan wordt bepaald.
De internationale rechtsorde beschikt wel degelijk over procedures voor
handhaving en afdwinging van rechtsregels. Deze verschillen van de procedures die
kenmerkend zijn voor de nationale rechtsorde, waar handhaving overwegend in
handen is van de overheid, maar er is geen reden om aan te nemen dat het
nationale model van sancties en handhaving het enige juiste model zou zijn voor
een rechtssysteem.
In de internationale rechtsorde ligt handhaving in belangrijke mate in
handen van de staten zelf. Zij kunnen via onder meer diplomatiek protest en
sancties andere staten ertoe brengen het recht na te leven. Bovendien bezitten
internationale organisaties een scala van mogelijkheden om toezicht te houden op
naleving van internationale rechtsbronnen. Dit geschiedt ten dele door
internationale politieke organen, zoals de Veiligheidsraad van VN en ten dele door
rechterlijke organisaties (p. 31 Nollkaemper).