De inspanningsfysiologie beschrijf e processen en veran eringen ie optre en bij lichamelijke inspanning.
Centraal hierbij staan e spieren ie bewegingen moeten uitvoeren, en aarvoor energie verbruiken. Circulate,
ventlate, voe selopname en spierstofwisseling moeten wor en aangepast, op at e spieren optmaal kunnen
functoneren.
Aanpassingen bij inspanning (15.2)
Energielevering (15.2.1.)
Bij het begin van inspanning wor t e energie eerst gelever oor e
fosfaatbaterij. De (anaerobe) glycolyse, afraak van glucose tot pyruvaat,
komt na ongeveer een halve minuut opgang, e (aerobe) citroenzuurcyclus
en oxi ateve fosforylering pas na 1-1.5 minuut.
Energie levering in e spieren bij het begin van lichte inspanning
Belangrijkste energielevering bij verschillen e prestates.
Tijd 15 sec 30-90 sec 30 min Uren
Sportactvit 100 m 400 m Lage intensiteit: rustg
eit sprint har lopen wan elen (4-5 km/uur)
Hoogspring 1000 m Hoge intensiteit: marathon
en schaatsen
Gewichthef 100 m
en zwemmen
Actviteit Zo snel Snel een Lage intensiteit:
dagelijks mogelijk hoge brug boo schappen oen,
leven een trap op fetsen koken, afwassen, opruimen
oplopen Snel 5 Hoge intensiteit: lang urig
Een trappen met tegenwin fetsen,
volwassene achter lange hellingen
vanuit be elkaar
optllen oplopen
Energieleve Fosfaatbat Glycolyse Citroenzuurcyclus en
rend erij (lactaatvor Oxi ateve fosforylering
systeem men )
Energiebro Voorraa Koolhy rate Hoge Hoge
n ATP en CP n (glycolyse) intensiteit: intensiteit:
Vooral Als
glycogeen glycogeen is
uitgeput
overschakel
en op
veten
O2 nodig? Nee Nee Ja Ja, veel voor
overwegen
vetafraak
Start van Onmi ellij 20-30 sec 2-3 minuten na start
energieleve k na start
ring
Energiecapa 20 40 Onbeperkt mots bran stof
citeit (Kj) en O2 wor en bijgevul
Maximaal 1700 850 510
uitwendig
vermogen
(W)