Inleiding in de fllolfe
Clllege 1
Vier takken van de flosofe
- Epistemologie: Kennen
- Ethiek: Doen
->Gaat het boek over
- Logica: Denken (argumentatee
- Ontologie: Zijn (bestaane
De kennisflosofe is de flosofe die zich afvraagt wat kennen eigenlijk ise en vooral aan welke
voorwaarden ons denken/onze bewering/onze voorstelling is om van kennis te spreken. (kenmerkene
criteriae voorwaarden van kennis en wat daar allemaal bij komt kijkene
Ethiek houdt zich bezig met wat we doene wat we mogen doene wat rechtvaardig is om te doen.
Bv. Niet-ware voorbeelden
- Mag niet want onoprecht
- Mag wel: voordelen voor de studenten.
Logica: de beoordeling van de kwaliteit van argumentatee van denkstappen.
Ontologie: Bestaan de dingen in zichzelf zonder instantese voorbeeldene concrete gestalten.
Syotematioche uiteenzeetng van de epiotemlllgie
Kennen/weten
Criteria die gelden voor het (juistee gebruik van het woord kennen -> wanneer kun je zeggen ik weet
dat het zo is. We kennen echt als het voldoet aan een aantal kenmerken (criteriae.
Wanneer kun je zeggen ik weet dat
Eerste kenmerk: Om te spreken van kennis/weten moeten we een beeld/gedacht/voorstelling
hebben. Want zonder gedachte/beeld/voorstelling is kennis onmogelijk. -> Belief
- Procedureel: vaardigheid
Bv. autorijden: brede autoe bij een nauw straatje raak je de auto’s niet. Maar terwijl je erdoor
heen rijd weet je de afstand tussen jouw auto en de andere auto’s niet -> op gevoel tussen
de auto’s door. -> Geautomatseerde kennis. (gaat vanzelfe maar wel gebruik van
ervaringskennis: maar je bent je er niet van bewuste
->Dit is procedurele kennis: meer kennis die op vaardigheid lijkt. Ervaring in verwerkte maar
zonder gedachten.
- Propositoneel: bevat gedachte
Kennio = gedachte +
Gedachte (‘belief’e is noodzakelijke voorwaarde voor kennise maar geen voldoende voorwaarde.
Kennis is gedachte plus …
Tweede criterium:
Correspondente naar de werkelijkheid
Clllege 1
Vier takken van de flosofe
- Epistemologie: Kennen
- Ethiek: Doen
->Gaat het boek over
- Logica: Denken (argumentatee
- Ontologie: Zijn (bestaane
De kennisflosofe is de flosofe die zich afvraagt wat kennen eigenlijk ise en vooral aan welke
voorwaarden ons denken/onze bewering/onze voorstelling is om van kennis te spreken. (kenmerkene
criteriae voorwaarden van kennis en wat daar allemaal bij komt kijkene
Ethiek houdt zich bezig met wat we doene wat we mogen doene wat rechtvaardig is om te doen.
Bv. Niet-ware voorbeelden
- Mag niet want onoprecht
- Mag wel: voordelen voor de studenten.
Logica: de beoordeling van de kwaliteit van argumentatee van denkstappen.
Ontologie: Bestaan de dingen in zichzelf zonder instantese voorbeeldene concrete gestalten.
Syotematioche uiteenzeetng van de epiotemlllgie
Kennen/weten
Criteria die gelden voor het (juistee gebruik van het woord kennen -> wanneer kun je zeggen ik weet
dat het zo is. We kennen echt als het voldoet aan een aantal kenmerken (criteriae.
Wanneer kun je zeggen ik weet dat
Eerste kenmerk: Om te spreken van kennis/weten moeten we een beeld/gedacht/voorstelling
hebben. Want zonder gedachte/beeld/voorstelling is kennis onmogelijk. -> Belief
- Procedureel: vaardigheid
Bv. autorijden: brede autoe bij een nauw straatje raak je de auto’s niet. Maar terwijl je erdoor
heen rijd weet je de afstand tussen jouw auto en de andere auto’s niet -> op gevoel tussen
de auto’s door. -> Geautomatseerde kennis. (gaat vanzelfe maar wel gebruik van
ervaringskennis: maar je bent je er niet van bewuste
->Dit is procedurele kennis: meer kennis die op vaardigheid lijkt. Ervaring in verwerkte maar
zonder gedachten.
- Propositoneel: bevat gedachte
Kennio = gedachte +
Gedachte (‘belief’e is noodzakelijke voorwaarde voor kennise maar geen voldoende voorwaarde.
Kennis is gedachte plus …
Tweede criterium:
Correspondente naar de werkelijkheid